Reportage

Arm en rijk Mexico kijken heel verschillend naar de dood – en naar het virus

Corona in Mexico Het nieuwe coronavirus legt twee Mexico’s bloot. Terwijl de rijken het virus vrezen en buiten pogen te houden, moet het armere deel van de bevolking het doen met de troost en berusting van het geloof.

Een volger van de Santa Muerte, een populaire religieuze doodsfiguur in Mexico, brengt in volkswijk Tepito een bezoek aan haar altaar nu ook Mexico-Stad worstelt met de virusuitbraak.
Een volger van de Santa Muerte, een populaire religieuze doodsfiguur in Mexico, brengt in volkswijk Tepito een bezoek aan haar altaar nu ook Mexico-Stad worstelt met de virusuitbraak. Foto Mario Guzmán/EPA

Op het centrale Zócaloplein van Mexico-Stad heeft het ballet van remlichtjes en claxons plaatsgemaakt voor een spookachtige leegte. Twee christusbeelden staan voor het hoofdaltaar achter de gesloten deuren van de kathedraal. Een ervan, dat normaal een zijkapel opluistert, heet ‘Heer der Gezondheid’. Het stond voor het laatst op deze centrale plek tijdens de uitbraak van H1N1 (Mexicaanse of varkensgriep) in 2009 en daarvoor gedurende de grote pokkenepidemie van 1691.

De komst van de Spanjaarden in 1519 decimeerde de inheemse bevolking van Mexico, voornamelijk door vreemde ziektekiemen te verspreiden. Dit iele, bleke standbeeld herinnert daaraan. Nu waart opnieuw een plaag door Mexico – en deelt het land in tweeën. De Mexicanen zijn beroemd om hun fascinatie met de dood. In zijn essay Allerheiligen, Dag van de Doden schreef Nobelprijswinnaar Octavio Paz in 1950: „Vertel mij hoe je sterft en ik vertel je wie je bent.”

Vertel mij hoe je sterft en ik vertel je wie je bent

Octavio Paz Mexicaanse schrijver

De Mexicaanse hogere middenklasse is modern, viert de Dag van de Doden niet of nauwelijks, volgt Amerikaanse trends en krijgt zijn nieuws via internet en WhatsApp. Hoe modern ook, deze elite lijkt een stuk banger voor het coronavirus dan het armere (en over het algemeen donkerder gekleurde) deel van de bevolking.

De lagere inkomensgroepen hebben een eigen, barokke esthetiek, viert de Dag van de Doden, laat zich liever door buren en de televisie informeren en vreest het virus een stuk minder. Zij hebben ook wel andere dingen aan hun hoofd.

Gelovige in Tepito met heiligenbeeld van La Santa Muerte Foto Mario Guzmán/EPA

Armen zien schoonheid in de dood

Volksbuurt Tepito herbergt de grootste en meest beruchte straatmarkt van Mexico, met ongeveer tienduizend stalletjes bedekt met plastic zeil dat gespannen is over stalen raamwerken. Volgens Julieta Cornejo, die 1.400 verkopers uit de buurt vertegenwoordigt, komt 30 procent niet meer opdagen omdat het niet meer de moeite is. De persoonlijke economische situatie is voor het gros van de Mexicanen op het moment een groter zorg dan het virus.

„Dit is de ergste crisis die ik in mijn leven heb meegemaakt”, zegt Enriqueta Romero (74). Ze staat in Tepito bij een winkeltje met standbeelden van Magere Hein, amuletten en een altaar waar mensen komen bidden bij een beeld van de Dood.

Romero is al 57 jaar lang aanbidster van de cultus van de Santa Muerte, de vrouwelijke versie van de dood, die door Mexicaanse gelovigen tussen de Rooms-Katholieke heiligen is geplaatst. „Dit is erger dan de aardbevingen, toen wist je in elk geval waar je aan toe was, nu is alles onzeker”.

„Als dit zo doorgaat, zullen mensen dingen doen die ze nooit gedaan hebben om eten voor hun familie op tafel te brengen”, zegt Romero bij haar zelfgemaakte altaar voor de Dood. „Mensen die nooit gestolen hebben zullen stelen, mensen die zichzelf nooit hebben geprostitueerd zullen zich prostitueren.”

Tepito heeft een voorbeeldrol voor de informele sector in de vallei rond Mexico-Stad, en daarmee voor het hele land. Economische onrust vanwege de quarantainemaatregelen zou hier om die reden zorgwekkend zijn. Ook omdat juist het altaar voor de Dood in Tepito een centrale rol speelt in de stad, als plaats waar mensen uit de lagere klassen troost kunnen vinden voor hun anonieme tragedies.

Angst voor de dood is angst voor het onbekende

Enriqueta Romero

Voor Romero heeft de dood een mysterieuze schoonheid. „Angst voor de dood is angst voor het onbekende”, zegt ze met fonkelende ogen. „Waarom zouden wij ons ongelukkig maken over wat wij niet kennen? Wij Mexicanen vinden de dood niet beangstigend.”

Dit wil niet zeggen dat Mexicanen staan te trappelen om te sterven. Eerder bestaat er een culturele erkenning dat er zowel goede als slechte doden zijn en dat iedereen – goed of slecht of gewoon – een beetje middelmatig zal sterven. Het is niet de dood per se die de Mexicaan moet vrezen.

Deze wat fatalistische insteek houdt in de praktijk in, dat het gewone volk zich niet uit angst onderwerpt aan de sanitaire maatregelen tegen het virus. Dit doen ze eerder uit gehoorzaamheid aan de regering, zoals een middelbare schoolklas die een toneelstuk moet opvoeren waar het eigenlijk geen zin in heeft.

In Polanco, een wijk voor hogere middenklasse in Mexico-Stad, worden de trottoirs gedesinfecteerd. Foto Jorge Núñez/EPA

De elite schrikt van de dood

Dit gaat echter niet voor alle Mexicanen op. In een loofrijke straat in de chique wijk Lomas staan glimmende nieuwe auto’s en SUV’s geparkeerd voor een privé-kliniek die dure coronatesten verkoopt. Zenuwachtige mannen en vrouwen drentelen over de stoep, terwijl verplegers met blauwe mondkappen toegangsnummers uitdelen.

„Bemiddelde Mexicanen hebben toegang tot veel meer informatie en zijn banger voor de dood,” zegt Alberto Tavira, een journalist die zes boeken heeft geschreven over de Mexicaanse elites. „Ze hebben het gevoel dat meer geld hen minder kwetsbaar maakt voor de dood en dat ze door middel van wetenschappelijke technieken zoals vitamines en vaccins het leven, en zelfs de jeugd, kunnen verlengen. Wanneer de dood zich als mogelijkheid voordoet, schrikt men meer.”

Dit beeld strookt met het idee dat de dood een technisch probleem is dat met behulp van wetenschap en technische maatregelen opgelost dient te worden. Vanuit die visie is elke dood een slechte dood, die kost wat kost vermeden moet worden. In Mexico leven deze twee visies door corona, zo goed en zo kwaad als het gaat, naast elkaar.

„Wij hebben twee werkers die hier in huis helpen”, zegt Lorena Maldonado, een pr-medewerker, die woont in het zwaar getroffen Polanco, een van de duurste buurten van Mexico-Stad. „We hebben ze moeten uitleggen dat ze hun handen moeten wassen, dat ze hun kleren moeten wisselen wanneer ze binnen komen, dat ze mondkapjes moeten dragen. Maar dat kan je niet vanuit je eigen realiteit doen, je moet je in hen verplaatsen.”

Tegelijkertijd ontbreekt het niet aan gevallen van campesinos die ondanks alle waarschuwingen dorpsfeesten houden. Of aan rijkere mensen die vanuit het gemak van hun thuiskantoor op hysterische toon eisen dat de straten leeg gemaakt moeten worden, desnoods met overheidsgeweld. Maar dat lijken de uitzonderingen te zijn.

Met een officieel dodental van bijna 4.000 half mei lijkt Mexico vooralsnog de ergste scenario’s te ontlopen. Een gunstige middenweg tussen paniek en fatalisme zou zo het resultaat kunnen zijn van de verschillende visies op de dood. Dat is het experiment dat Mexico de komende maanden zal ondergaan.

Lees ook: Latijns-Amerika groeit snel uit tot het nieuwe epicentrum van de pandemie