Een liefdevol meesterwerk over het onvoorstelbare leven van een legendarische violist

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over de racefiets, de Formule 1 en een fictieve autobiografie van een wonderkind dat naar Nederland vluchtte.

1. Ernestine Brikkenaar van Dijk: Maestro. Het onvoorstelbare leven van de violist Paul Godwin

Wat een wetenschappelijke biografie had moeten worden, werd een fictieve autobiografie van de Pools/Joodse (alt)violist Paul Godwin (1902-1982). Volgens de Hochschule für Musik in Berlijn had het ‘wonderkind’ één van de allergrootste violisten kunnen worden maar de prestigieuze opleiding vond het onaanvaardbaar dat hij zich naast de klassieke muziek bezighield met te licht bevonden schnabbelwerk. Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, speelde Godwin namelijk ook in dans- en bioscooporkesten. Cultuurhistorisch onderzoeker Ernestine Brikkenaar van Dijk kende hem sinds 1973 als muzikale huisvriend van de familie. Ze speelde zelf viool en toen haar vioolleraar adviseerde naast haar school de vooropleiding van het conservatorium te volgen, ontraadde Godwin haar in ‘wijsheid en liefde’ haar jeugd te vergooien omdat ze alleen maar viool zou moeten studeren – zo had hij dat zelf ervaren. Als zij naar zijn verleden vroeg, haperde het gesprek en werd Godwin door emoties overmand. Brikkenaar van Dijk heeft in Maestro. Het onvoorstelbare leven van de violist Paul Godwin dat deel van zijn leven gereconstrueerd waarover Godwin zelf nauwelijks sprak: zijn familie in Sosnowiec, zijn leermeesters in Wenen, Boedapest en Berlijn, zijn vlucht voor Hitler naar Luxemburg, België en uiteindelijk naar Nederland waar hij de oorlog overleefde. Het is een bescheiden, liefdevol en ook kritisch meesterwerk over de ‘Maestro’, zoals de directeur van de Deutsche Grammophon Gesellschaft hem in de jaren twintig al noemde. Daarnaast geeft Brikkenaar van Dijk een overzicht van zijn muzikale carrière in Nederland bij het Nederlands Strijkkwartet en het ensemble Alma Musica. De na de oorlog genaturaliseerde Godwin gaf op 17 mei 1973 op zijn 71ste voor het eerst een avondvullend recital op zijn (alt)viool in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Musicoloog Hans Tecker schreef de volgende dag in het Algemeen Handelsblad de lovende woorden ‘dat hij zijn tijd ver vooruit was’.

Ernestine Brikkenaar van Dijk: Maestro. Het onvoorstelbare leven van de violist Paul Godwin. Uitgeverij van Brug, 224 blz. € 20,-

2. Onno Blom: De kuren van Komrij

‘Aan Komrij’s nu eens zachtaardige, dan weer hardhandige schermutselingen met de idioterieën en infantiliteiten van de mens kwam nooit een einde’, schrijft literair criticus, biograaf en schrijver Onno Blom in het voorwoord van De kuren van Komrij. De bundel toont deze schermutselingen in vijftien blokken van elk drie tot vijf stukken uit de grote hoeveelheid kritieken, essays en verhalen van schrijver en dichter Gerrit Komrij (1944-2012). Om er slechts één te noemen, staat bijvoorbeeld in het blok ‘Verzonken boeken’ het verhaal over de ‘niet te genezen kwaal’ boeken te verzamelen: ‘De bibliofiel leidt een deerniswekkend bestaan. Geen sprank hoop dringt ooit in zijn leven door. Hij is een toonbeeld van geestelijke stilstand. Hij leest nooit eens een boek. Want lezen houdt maar op van kopen.’

Onno Blom: De kuren van Komrij. De Bezige Bij, 300 blz. € 19,99

3. Imogen Kealey: Vrijheid

Het schrijversduo Imogen Kealey (pseudoniem van Imogen Robertson en Darby Kealey) baseerde de historische roman Vrijheid op het leven van de Nieuw-Zeelandse verzetsheld Nancy Wake (1912-2011). Zij werkte als journaliste in Frankrijk, trouwde er in 1939 en vluchtte in 1943 naar Engeland. Daar werd zij opgeleid tot SOE-spion (Churchill nam ook vrouwen aan bij de Britse geheime dienst Special Operations Executive) en keerde weer terug naar Frankrijk om het Duitse leger waar mogelijk te saboteren. Ze vocht mee, blies bruggen op, nam Duitse militairen gevangen. De Gestapo deed er alles aan om haar, The White Mouse, gevangen te nemen. Haar Franse echtgenoot werd gemarteld en vermoord omdat hij weigerde informatie over haar te geven. Tot zover slechts een fractie van de feiten die in de roman zijn gedramatiseerd en leidden tot de aangekondigde verfilming – natuurlijk geproduceerd door Darby Kealey, met Anne Hathaway in de hoofdrol.

Imogen Kealey: Vrijheid. Oorspr. titel Liberation. Vert. Jan Smit. De Fontein, 384 blz. € 22,50

4. Nando Boers: Zandvoort

In het eerste weekend van mei zou de Grand Prix van Nederland voor het eerst in 35 jaar weer gereden worden op het Circuit van Zandvoort. Op 19 maart werd de Nederlandse GP als evenement officieel afgelast. Om enig begrip te krijgen wat zo’n race en vooral alles eromheen met een coureur en zijn team doet, verscheen Zandvoort van schrijver en journalist Nando Boers. Een roman over Roy Hoekstra die als 8-jarige op het kartbaantje in zijn woonplaats Zandvoort wordt ontdekt door de F1-coureur Chris Taument (‘wie remt, verliest’) die hem als leermeester en vriend naar de wereld van het F1-racen begeleidt. Die wereld van zogenaamde glamour, filmsterren en champagne, wordt rigoureus onderuitgehaald: Hoekstra was acht jaar Formule 1-coureur en verloor tien van zijn racevrienden. Het verhaal begint met Hoekstra’s vierde deelname aan de 24 uur van Le Mans. Daarna wordt er voortgedenderd langs vele drama’s, snelle auto’s, intriges, twijfels van de coureur en het gemis van zijn ouders: de vader zit liever met zijn maten in de duinen dan op de tribune van het circuit. Doordat Boers zowel de F1 als veel coureurs goed kent, zou het om een emotionele sleutelroman kunnen gaan met Boers zelf als de integere journalist Hugo met wie Hoekstra zijn twijfels deelt. Hoe lang blijf ik de dood uitdagen? Dat is de vraag waarmee de coureur worstelt aan het einde van zijn carrière, ingegeven door zijn boosheid over ploegdirecteuren die weigeren te investeren in het veiliger maken van ‘levensgevaarlijke wagens’.

Nando Boers: Zandvoort. Ambo|Anthos, 260 blz. € 20,99

5. Paul Fournel: Ik en mijn fiets

Evenzo is de verhalenbundel van de Franse wielrenner, schrijver en uitgever (‘Leren lezen is het enige dat emotioneel evenveel indruk maakte als leren fietsen’) Paul Fournel (1947) van binnenuit geschreven. Het bijna twintig jaar geleden verschenen Besoin de vélo (2001) is nu vertaald als Ik en mijn fiets. Fournel (‘het beest’) reisde in 1996 als journalist mee met de Tour die in Den Bosch begon. In het boek passeren renners uit die tijd de revue. Naast alle wetenswaardige en geestige korte verhalen over zijn eigen etappes, zijn er tips voor amateurs. Bijvoorbeeld: het beste is het parcours van de Tour te rijden net voordat de renners arriveren – er rijden geen auto’s meer en je wordt enthousiast aangemoedigd door fans, zoals de keer dat naar zijn eigen vrouw werd geroepen: ‘Allez, oma Merckx’. Daarnaast leer je welke kleuren je niet moet dragen, waarom je je wielerbroek moet insmeren met vet en hoe je een amateur van een echte renner kan onderscheiden. Ooit begroette hij zo’n professional en zag dat deze een zwart-rode broek droeg met daarop FOURNEL, Emballage. Hij draaide om en sprintte de fietser achterna om te vragen of hij zijn broek mocht hebben. Die kreeg hij natuurlijk niet maar wel het adres van de sponsor, fabrikant van verpakkingen, die hem uiteindelijk twee broeken toestuurde. Wie weet dat ‘emballer’ in wielertaal ‘sprinten’ betekent, zal begrijpen hoe trots hij was. Een aanrader voor iedereen die fietst – dus niet alleen voor wie aftelt naar zaterdag 29 augustus.

Paul Fournel: Ik en mijn fiets. Oorspr. titel Besoin de vélo. Uit het Frans vertaald door Benjo Maso. Uitgeverij Oevers, 188 blz. € 18,95

6. Michiel Kroesbergen: Uit de schaduw van Pol Pot: Nuon Chea en de Rode Khmer

Schrijver Michiel Kroesbergen woonde in 2013, tijdens het proces tegen Nuon Chea (1926-2019), de tweede man van de Rode Kmer, in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. In Nuon Chea, uit de schaduw van Pol Pot geeft hij de verhoren weer van deze ideoloog van de Rode Khmer, de bijnaam van de communistische partij die werd opgericht door Pol Pot, Nuon Chea en anderen. Tijdens hun bewind van 1975 tot 1979 zijn in Cambodja circa 1,7 miljoen mensen omgekomen. Chea ontkende alle betrokkenheid en wees steeds naar Pol Pot als de grote leider; Chea wilde Cambodja juist beschermen tegen buitenlandse invasies. ‘Meneer de president, ik wil nu graag uw toestemming om me weer terug te trekken in mijn cel beneden’, antwoordde hij vaak. In 2016 werd Nuon Chea op negentigjarige leeftijd in hoger beroep wederom tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid bij de ontruiming van Phnom Penh in 1975. Twee jaar later kwam daar ook de beschuldiging van genocide bij. Voorafgaand aan de rechtbankverslagen die uit historisch oogpunt interessant zijn om te lezen, geeft Kroesbergen een korte geschiedenis van Cambodja en hij eindigt met een tijdlijn waarbij hij opmerkt dat ‘Nuon Chea overlijdt op het moment dat hij zich kan gaan voorbereiden op een beroep tegen de uitspraak. Zo is zijn officiële straf nooit ingegaan.’

Michiel Kroesbergen: Uit de schaduw van Pol Pot: Nuon Chea en de Rode Khmer. Omniboek, 238 blz. € 23,50