Zwijgen en wegkijken

Ewoud Sanders

Woordhoek

Dankzij koning Willem-Alexander was wegkijken hét woord van vorige week. In zijn toespraak nam hij afstand van de houding van zijn overgrootmoeder Wilhelmina, die de Nederlandse joden onvoldoende had gesteund, al was het maar met woorden. Zijn conclusie: „Niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen.”

Het woord wegkijken heeft een interessante betekenisontwikkeling ondergaan. We kennen het sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. De eerste betekenis is ‘de blik afwenden’. Een voorbeeld: „Het vuur in zijn ogen deed haar wegkijken.”

De tweede betekenis is kortweg ‘iets of iemand met een blik wegwensen’. Als voorbeelden vond ik onder meer „De buitenlandsche werkkrachten in ons land (…) die velen zouden willen wegkijken” (1932) en deze, van Philip Mechanicus uit 1943 uit zijn aangrijpende Westerbork-dagboek, In dépôt: „Bewoners van de bedden in de middenrijen hebben geen tafels tot hun beschikking en zijn aangewezen op de tafels aan de vensters. Zij worden geduld, scheef aangekeken of weggekeken, in ieder geval zonder strubbelingen gaat het meestal niet.”

Maar Willem-Alexander gebruikte wegkijken natuurlijk in een andere betekenis, die door de Dikke van Dale als volgt wordt gedefinieerd: ‘Uit angst afzijdig blijven terwijl je eigenlijk had moeten ingrijpen’. Een redelijke uitbreiding lijkt mij uit angst of onmacht, want soms houden mensen zich afzijdig omdat ze simpelweg niet weten wat ze persoonlijk aan een situatie kunnen veranderen.

Van Dale vermeldt die derde betekenis sinds 2005, maar zij bestond toen al zeker dertig jaar. Omdat afzijdig blijven door je blik af te wenden nu veelal wordt geassocieerd met de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, had ik verwacht wegkijken in deze betekenis te vinden in het werk van Jacques Presser of Loe de Jong. Vooral in Ondergang: De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom uit 1965 of in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, verschenen van 1969 tot 1994. Maar in beide standaardwerken ontbreekt het volgens mij.

Wel komt het voor in Collaboratie en verzet uit 1969, de autobiografie van de zeer omstreden Friedrich Weinreb, een joodse econoom die zich liet voorstaan op hulp aan joden maar die na de oorlog tot zes jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens collaboratie. In zijn autobiografie zegt hij: „Ik was niets anders dan een door het lot geschoven mens, die moeilijk kon wegkijken als een ander dreigde te verdrinken (...). Heus, ik heb alleen wat vervolgde, mij verder meestal onbekende Joden trachten te helpen. Dat is de hele zaak.’’

Inmiddels is wegkijken in de betekenis ‘je afzijdig houden’ heel gangbaar. We vinden het vaak in combinatie met zwijgen. Zo schreef historicus Hermann von der Dunk in 2004: „Ofschoon velen wel wisten dat joden werden gedeporteerd en ook sinistere geruchten over hun lot al de ronde deden, [was] zwijgen en wegkijken de reactie.”

Overigens deed Wilhelmina meer dan louter wegkijken. In het voorjaar van 1939 zorgde zij er persoonlijk voor dat er geen joods vluchtelingkamp kwam bij haar geliefde buitenverblijf Paleis Het Loo. Het zou op twaalf kilometer afstand worden gebouwd, maar Wilhelmina vond dit „zóó dicht bij”. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat zij niet op joodse vluchtelingen wilde uitkijken. Ook de ANWB vond het trouwens een slecht idee: zo’n kamp zou het toerisme op de Veluwe schade kunnen toebrengen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.