Zijn toekomst was beangstigend geweest

Over sterfte Door het coronavirus overlijden veel meer mensen dan gemiddeld. Wie zijn zij? In de rubriek ‘Over sterfte’ schrijft NRC wekelijks over het leven van een van hen. In deze aflevering Frans de Bruijn, paardenliefhebber. Hij werd 85.

De paarden die Frans de Bruijn er later op de boerderij bij nam waren zijn echte liefhebberij.
De paarden die Frans de Bruijn er later op de boerderij bij nam waren zijn echte liefhebberij. Foto privé-collectie

Nadat zijn rechterbeen was geamputeerd, hij uitvoerig had gerevalideerd in een verpleeghuis en er op zijn boerderij een speciale rolstoeloprit was aangelegd, kreeg Frans de Bruijn eind maart het verdrietige bericht dat er tóch weer meer uitzaaiingen in zijn lichaam zaten. „Ik zat naast hem toen hij de boeren uit de omgeving belde”, zegt zijn vrouw Mieke de Bruijn-Van der Goest. „Ik had het liever anders gezien, maar ik ga dood”, zei hij tegen zijn collega’s.

Frans de Bruijn (85) begon tegen de familietraditie in, grootvader was tabaksfabrikant, een boerderij in het Gelderse Wenum-Wiesel. Hij verbouwde aardappelen en graan en had koeien, en de paarden die hij er later bij nam waren zijn echte liefhebberij.

De Bruijn vond het belangrijk om fatsoenlijk te zijn. Voor hem betekende fatsoen dat de dekprijs die hij voor zijn Groninger hengsten vroeg ver onder de volgens hem onredelijke marktwaarde lag. Zijn fatsoensnormen maakten ook dat hij zich een beetje schaamde voor zijn boerderij in het Gelderse Wenum-Wiesel, een wit jugendstilgebouw van drie verdiepingen, en eigenlijk dus een villa, die al van de familie was. „Hij vond grote auto’s ook maar niks.” Niet dat ze daar geld voor hadden gehad, zegt Mieke. „Er was nooit een cent te veel.” Frans en Mieke runden hun bedrijf in een tijd dat schaalvergroting, meer koeien sneller melken met grotere machines, noodzakelijk was voor een normaal inkomen, maar meer dan veertig koeien hielden ze nooit. Na Frans’ pensionering als melkveeboer bleven ze rundvee fokken. Ze begonnen een boerencamping en maakten een concertzaal van de oude koestal. De monumentale schuur, in de oorlog een toevluchtsoord voor Canadezen, werd dé plek voor familiefeesten.

Vóórdat de uitzaaiingen werden geconstateerd, hoopte Frans de Bruijn nog zeker een jaar of vijf te hebben, om in zijn rolstoel „rond te scharrelen” op het terrein. Ná het bericht was de toekomst beangstigend, zegt Mieke. „Er stond hem een vreselijke tijd te wachten.” Zijn kanker was een „woekeraar” geworden en het was de vraag wat hij allemaal te lijden zou krijgen in de aanloop naar zijn dood.

Maar toen kwamen vlak na een korte ziekenhuisopname die enorme koortspieken, dat hoesten. Alles wees volgens de dokter op Covid-19, die vanaf dat moment in een beschermend pak kwam. Niet veel later werd Mieke ziek. Toen Max en Dorien ook symptomen kregen, werden zij getest. „Ik alleen op antistoffen en Max kreeg een officiële coronatest”, zegt Dorien. „Joepie”, dachten we, „we hebben het”. Nu konden ze hun vader weer opzoeken in de oude villa, ze hadden het toch al.

Eigenlijk een geluk

Frans de Bruijn overleed op maandag 6 april, ruim een week nadat de koortspieken begonnen, op een rustige manier. De dokter had hem in slaap gebracht omdat Frans dat wilde. Hij is niet getest en dus alleen officieus een coronadode.

„Dat corona zijn einde betekende, was eigenlijk een geluk”, zegt Mieke. „Corona was het laatste zetje”, zegt Max, die tussen zijn moeder en zijn zus op een bankje in de serre van de oude villa in Wenum-Wiesel zit. Ook Marieke, het derde kind van Frans en Mieke, en alle kleinkinderen kregen uiteindelijk symptomen, vijftien mensen bij elkaar, waardoor ze zichzelf sindsdien toe durven te staan om dicht bij elkaar te zijn. Dorien: „We noemen het hier de coronakolonie.”

Vóórdat de uitzaaiingen werden geconstateerd, hoopte Frans de Bruijn nog zeker een jaar of vijf te hebben

Frans de Bruijn lag opgebaard in het ‘carbidhuisje’, een wit sprookjesachtig gebouwtje met een puntdak, middenin de groene tuin, waar de planten zich nergens iets van aan trekken. Vroeger zorgde het huisje voor gas, nu is het een logeerplek voor veel gasten. Mensen konden afscheid van hem nemen op afstand maar zich toch dichtbij hem voelen, op de plek die belangrijk voor hem was. „In die dagen waren we allemaal ziek”, zegt Dorien. „Tijdens het schrijven van de rouwkaarten moesten we steeds slaappauzes nemen.”

We zouden het huisje eigenlijk moeten verhuren zodat andere mensen ook zo mooi afscheid kunnen nemen, zegt Mieke.

Frans de Bruijn kwam uit een groot gezin met elf kinderen. Uitvaarten waren er genoeg in het leven van een De Bruijn, en dat waren meestal geen in en in verdrietige gebeurtenissen, eerder festiviteiten. „Als boer heb je altijd met de dood te maken, daarom leek hij er niet heel bang voor.” Al had hij nog wel willen zien hoe Trump uit het Witte Huis zou vertrekken, zegt Mieke. „Die man had geen manieren, vond hij.”