Opinie

Ze pakt Holbein bij zijn nekvel

Joyce Roodnat Een goede illusionist trekt je mee een parallelle werkelijkheid in, weet Joyce Roodnat. Tessa Posthuma de Boer is fotograaf én illusionist, ze heeft je met haar foto’s op basis van werken van Holbein in haar greep.

Joyce Roodnat

Het Journaal vertoont het filmpje met van die verhullende blokjes, maar niet zo dat ik niet weet wat ik zie: een tijger sleurt een mens mee. De tijger heet Mantecore, die mens is Roy Horn. Van het duo Siegfried & Roy, wereldberoemde illusionisten. Hun specialiteit was trucs met wilde dieren. Leeuwen en tijgers verdwenen en verschenen en vlogen door de lucht, blazend en klauwend en met de snorharen op scherp. Covid-19 kreeg Roy nu definitief te pakken, maar in 2003 deed die tijger een eerste poging. Roy Horn bracht het er levend maar gehandicapt vanaf.

Illusionisten vermeien zich in illusies, dus verklaarde het duo dat die tijger Roy geen kwaad wilde doen, welnee, hij wilde hem beschermen. Het dier was gealarmeerd (er zijn verschillende lezingen over de reden), hij versleet zijn dominante baas ineens voor een welp, en pakte hem bij zijn nekvel om hem in veiligheid te brengen. Maar ik trap er niet in. Ik zag geen tijger met een jonkie. Ik ken mijn natuurfilms, ik zag een tijger met zo’n slap hert in zijn muil. Truc mislukt.

De goeie illusionist trekt je mee een parallelle werkelijkheid in en zet je verbeelding aan het stuur. Zo maakte fotografe Tessa Posthuma de Boer portretten die direct bekend voorkomen. Hé, dat lijken wel de schilderijen die Hans Holbein de jongere voor het Engelse hof maakte. De foto’s zijn ademstokkend echt. De historische figuren stappen het geschiedenisboek uit en onze werkelijkheid in – zoals ook de schrijfster Hilary Mantel dat voor elkaar krijgt met haar Wolf Hall-trilogie die aanleiding was voor Posthuma’s serie. Zestiende-eeuwse Engelse royalty, met alles erop en eraan, opgeroepen met 21ste-eeuwse fotografische collages.

Tessa Posthuma de Boer: Anna van Kleef (2020). Foto Tessa Posthuma de Boer

Daar hebben we Hendrik de Achtste, van die zes vrouwen. En dat is Anne Boleyn. En kijk eens hoe onverschrokken Anna van Kleef uit haar ogen keek. Het lijkt allemaal sprekend. Tenminste, als je foto en schilderij apart ziet. Zie je ze naast elkaar, dan kloppen ze niet, ze zijn echo’s. En toch kun je niet anders dan de foto’s voor waar aannemen, zo heeft Tessa Posthuma je in haar greep. Je voelt Holbein spartelen, en je wordt onrustig, jachtig, verward – en dat is precies wat het illusionisme wil.

Ik raakte als kind overstuur toen de illusionist op het podium van buurttheater Rialto een meisje liet verdwijnen. Waar was ze nu? Wat betekent weg zijn? Ik zag haar voor me in een bar oord vol scherpe takken. Wat moest ze beginnen, als die man in de cape haar niet terug liet keren?

Nu is corona de illusionist en wij zijn met zijn allen het meisje dat hij liet verdwijnen. Mijn getob is terug. Waar zijn we beland? Kunnen we weer terug? Wanneer? We hebben geen keus. We moeten eraan geloven.