Waarom je poëzie beter niet in genres kunt indelen

Gedichten met Deckwitz #5 Hoe lees je een gedicht? In deze serie helpt dichter en columnist Ellen Deckwitz je van je drempelvrees af. Les 5: goede gedichten laten zich niet indelen in één genre.

Illustratie Jenna Arts

 

Dus laatst stond er weer eens een sippe leerling op de stoep. Wat bleek: hij hield van de gedichten van Hagar Peeters en was in de bibliotheek gaan zoeken naar andere dichters. Eenmaal daar stuitte hij alleen maar op bundels waar hij niets mee had.

„Je roept de hele tijd wel dat poëzie zo mooi is, maar er zijn zoveel verschillende soorten”, zei hij verontwaardigd. Hoewel dat niet mijn schuld is, zei ik toch sorry.

Op school maar ook in deze reeks heb ik het vaak over ‘de poëzie’, alsof dat een homogeen geheel is. Dat is het natuurlijk niet, het is een verzamelterm, net zoals schilderkunst en architectuur dat zijn. De dichtkunst omvat talloze stromingen en stijlen en tegelijkertijd wordt er bij moderne dichters zelden aangegeven wat voor soort verzen ze nou precies schrijven. Dat maakt het zoeken lastiger. Wat ook niet helpt is dat je bij de meeste bundels op basis van de voorkant niet echt iets kunt zeggen over de inhoud. Bij muziek is het makkelijker: een album met op de cover een piano en een sterrenhemel suggereert een ander type nummers dan vier woeste, langharige mannen en een verongelukt schaap. En dan word je van de flapteksten van bundels meestal ook niet echt wijzer. Vage termen als „gelaagd” en „talig” plus een aanbeveling van een uitgestorven literair tijdschrift helpen je niet veel verder.

Dus hoe vind je de weg? Lang niet iedere boekhandel of bibliotheek heeft een liefhebber rondlopen die je kan adviseren. Gelukkig zijn er bloemlezingen. Als een van de gedichten erin je aanspreekt, kan je het oeuvre van de desbetreffende dichter erbij pakken. Een studente kwam met een andere tip: in de boekhandel/bibliotheek pakt ze haar mobiel erbij en klikt op de websites van online boekenshops als Bol of Amazon een bundel aan die ze mooi vond, en gaat vervolgens naar de sectie ‘Anderen bekeken ook’ voor leestips.

Beide tactieken zijn bruikbaar maar niet zonder risico. Een bloemlezing is ook gewoon maar iemands smaak, bij de ‘Anderen bekeken ook’-truc moet de bundel in kwestie op voorraad zijn en ben je afhankelijk van algoritmes.

Sommige leerlingen verzuchten wel eens dat het allemaal zoveel makkelijker zou zijn wanneer er bij poëzie op het omslag gewoon een genre zou worden vermeld, net zoals bij biebboeken. Maar het punt met gedichten is juist dat de interessantere verzen niet in één hokje onder te brengen zijn. Neem het gedicht hierboven, ‘Aambeeldhoofd’ van Anne-Fleur van der Heiden. Ik liet het anoniem lezen aan een clubje dichters. „Ah, typisch postmodern”, zei er een. „Door die verwijzing naar Stranger Things en door dat Chinese gezegde erin te monteren.” Een ander zei: „Ooh wat mooi helder, net Rutger Kopland.” Een derde verzuchtte dat hij het „duister-romantisch” vond, vanwege de verwijzingen naar dood en lichamelijkheid.

Je kan met gedichten gewoon zoveel kanten op dat je ze tekortdoet door ze in te kaderen. Een label kan bovendien voor tunnelvisie zorgen. Twee nichtjes zagen de film Midsommar en vertelden me enthousiast hoe eng ze hem wel niet vonden. Mijn broer merkte op dat de film een scherpe metafoor is voor rouw en de prijs van een thuis. „Doe normaal”, zei mijn oudste nichtje. „Het is gewoon horror.” Waarmee ik maar zeggen wil: van tevoren weten wat iets is, kan ervoor zorgen dat je bepaalde zaken niet ziet, of, sterker nog, niet eens waardeert. Zo heb ik jarenlang gedacht dat ik niet van countrymuziek hield. Pas toen ik wegens omstandigheden tegen het nummer ‘I Saw A Tiger’ van Joe Exotic aanliep, besloot ik dit genre een kans te geven en sindsdien gaat alles beter.

Dat er in de moderne poëzie meestal geen genres worden aangegeven, zorgt ervoor dat ieder gedicht weer een sprong in het duister is. Zoals met het Aambeeldhoofd hierboven: per regel weet je niet wat je te wachten staat. Als er van tevoren was aangegeven dat het een romantisch gedicht is, ben je geneigd te denken dat beelden als de krassende viool, de donkere wolk en het missen van de zon duiden op liefdesverdriet. Als erboven stond dat het satire was, zou je het kunnen zien als het belachelijk maken van de overdreven spirituele mens, met die zwarte moeder aarde en dat gehuil om hemellichamen. Maar zonder label kan de lezer zélf aan de slag. En wordt het voor de één een vers over veerkracht, en voor de ander weer iets wat een prettig droef gevoel veroorzaakt. Soms is het beter om niet te weten wat je moet verwachten, omdat er dan het meeste te vinden valt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.