Opinie

Waar blijft de Nederlandse Banksy?

Lotfi El Hamidi

Hij is nog niet af, maar ik ben er nu al verliefd op: de Bospoldervos. Een tien meter hoge vos, zestien meter lang, ontworpen door kunstenaar Florentijn Hofman, die wereldwijd bekend werd met zijn knalgele reuzebadeenden. Het kunstwerk staat in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken, in de volksmond ook wel ‘BoTu’ genoemd, een arme maar levendige wijk.

De vos moet nog zijn kleur krijgen en een plastic tasje in zijn bek, een verwijzing naar de tasjes die op de nabijgelegen markt te krijgen zijn. Volgens de ‘essayistische’ kunstenaar staat de vos symbool voor de natuur die zich de betonnen jungle inwerkt. Nog voor corona werden steeds vaker vossen in de buurt gesignaleerd.

De bewoners van BoTu zullen zich in de vos kunnen herkennen, denkt Hofman: een nieuwkomer, streetwise, gedwongen om zich aan te passen aan de omgeving om te overleven.

Eindelijk een kunstwerk van formaat dat niet in of rond het centrum is geplaatst. Sociaal geëngageerde kunst, iets wat je steeds minder in de openbare ruimte tegenkomt. De stad kent wel aardig wat muurschilderingen, de ene mooier dan de andere, maar het zijn vaak bloedeloze werken. Soms zelfs in opdracht van de gemeente geschilderd, om zo de toerist in zijn selfie-behoefte te kunnen voorzien, of om wat voorheen ‘achterbuurten’ werden genoemd cosmetisch op te pimpen.

Je mag het van mij heus kunst noemen. Zelf noem ik het brave instagramkunst.

Waar blijft de Nederlandse Banksy? Inspiratie zat, zou je denken. In Nederland spelen immers dezelfde thema’s als in Engeland, waar de anonieme kunstenaar Banksy in de holst van de nacht clandestien de straatmuren bewerkt. Armoede, woningnood, consumentisme, indringende surveillance – denk aan de camera-auto’s die de Rotterdamse gemeente inzet om corona-overtredingen tegen te gaan. De Stasi had er alleen maar van kunnen dromen.

Het is trouwens schrikbarend als je stilstaat bij de hoeveelheid camera’s die in de stad hangt. Misschien ook een van de redenen waarom guerrillakunst in de publieke ruimte steeds zeldzamer wordt.

Maar juist nu snak ik naar zulke kunst. ‘Gevaarlijke kunst’, om met Albert Camus te spreken; kunst die provoceert, de tijdgeest trotseert, ons een alternatieve wereld voorstelt. In het openbaar, zodat niemand eromheen kan.

Wat hebben kunstenaars te verliezen nu? In tijden van crisis en bezuinigingen gaan de kunsten als eerste op het hakblok. Ik zou zeggen: stop met proberen de overheid te overtuigen waarom kunst van belang is. Het belang van de kunst is de kunst zelf. Show, don’t tell.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.