Opinie

Steun voor Afrika bij bestrijding corona is bittere noodzaak

AIV ADVIES

Commentaar

In de miljardenregen aan steunoperaties dan wel steunverzoeken in verband met de wereldwijde coronacrisis, valt een pleidooi voor 1 miljard euro vanuit Nederland voor het lenigen van acute nood in Afrika haast in het niet. Maar toch is het signaal dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in zijn maandag uitgebrachte spoedadvies gaf van grote betekenis. En dan gaat het niet zozeer om het bedrag aan noodsteun dat de AIV voorstelt, maar om de onderliggende analyse.

Deze analyse komt er kort gezegd op neer dat inspanningen die nu in Nederland worden geleverd – de „krachtproef” in de woorden van de Adviesraad – pas volledig tot hun recht kunnen komen met een „bijpassende internationale inspanning”. De pandemie elders bedwingen is zo bezien puur een kwestie van „welbegrepen eigenbelang”. Het lijkt haast een open deur, maar het kan geen kwaad als dit nog eens goed onderbouwd wordt vastgesteld zoals de AIV in het acht pagina’s tellende advies heeft gedaan.

De wereldwijde crisis die nog maar net begonnen is zal enorme gevolgen hebben die nu nog nauwelijks zijn te overzien. Precedenten zijn er eigenlijk niet. Maar wel is er de wetenschap dat mondiale schokgolven heel snel kunnen leiden tot ongewenste protectionistische en nationalistische sentimenten. De reactie op Twitter op de aanbevelingen van de AIV van PVV-leider Geert Wilders onder de hashtag ‘OnsGeldVoorOnzeMensen’ was wat dit betreft symptomatisch. Het coronavirus laat zich immers niet per land bestrijden.

De argumenten worden in het advies van de Adviesraad allemaal helder uiteen gezet. Hoe streng geografische grenzen ook worden bewaakt, het gevaar op het binnendringen van een besmettingshaard is altijd aanwezig zolang het virus niet wereldwijd is uitgeroeid. Vandaar de noodzaak om het Afrikaanse continent volledig bij de aanpak te betrekken. Maar ook voor de aan de gezondheidscrisis gekoppelde economische crisis geldt dat deze niet zal zijn op te lossen zonder gebruik te maken van de bijdrage die Afrika ook nu al levert aan de wereldeconomie.

Tenslotte wijst de AIV uit het oogpunt van het eigen belang op de oplopende migratiedruk die aan de grenzen van Europa kan ontstaan als Afrika aan zijn lot wordt overgelaten en daar een humanitaire crisis ontstaat. Waar dit toe kan leiden bleek eerder ten tijde van de Arabische lente in 2011 die vier jaar later uitmondde in de vluchtelingencrisis waarmee Europa te maken kreeg.

Kortom het tonen van solidariteit is een vorm van logica. Maar de vraag is wel of onder de huidige omstandigheden deze solidariteit ook kan worden opgebracht. Om dit te bereiken is een georganiseerde wereldorde een vereiste maar juist de internationale instituties en allianties staan onder druk. Bijna achteloos merkt het advies van de AIV op dat de coronacrisis de eerste grote mondiale crisis sinds 1945 is zonder Amerikaans leiderschap.

Dit gegeven stelt nogal wat eisen aan bijvoorbeeld de Europese Unie. Maar voor dit samenwerkingsverband geldt dat het adagium ‘eenheid in verscheidenheid’ in crisistijd wanneer snel handelen gewenst is, slechts belemmerend werkt. Toch is er geen keuze. De Europese Unie zal Afrika moeten helpen en is daar al mee begonnen. Eén miljard euro vanuit Nederland is goed besteed maar tevens niet meer dan een eerste aanzet.