LTO-leider joeg boeren op de kast

Vertrek Marc Calon Marc Calon is per direct weg als voorman van boerenorganisatie LTO. Groeiende onvrede bij de achterban leidde tot zijn vertrek.

Marc Calon op de trekker op zijn landbouwbedrijf in Zuurdijk.
Marc Calon op de trekker op zijn landbouwbedrijf in Zuurdijk. Foto Geert Job Sevink / ANP

Op de dag dat boerenactiegroep Farmers Defence Force (FDF) precies één jaar bestaat, kregen ze van LTO-voorzitter Marc Calon een cadeau: zijn vertrek. De door de FDF-leden zo vaak verketterde voorzitter van de boerenlobbyorganisatie gaat weg vanwege „onvoldoende draagvlak” van zijn eigen achterban. LTO besloot Calon, die 3,5 jaar voorzitter is, niet opnieuw voor te dragen als zijn eerste termijn aan het eind dit jaar afloopt. Daarop trok de voorzitter zijn conclusies.

Zijn vertrek kan niet los worden gezien van de recente ontwikkelingen rond het Landbouw Collectief. Die gelegenheidsformatie van agrarische organisaties sprak afgelopen maanden met het kabinet over een bijdrage van de landbouw aan een lagere stikstofuitstoot.

Begin april zegde het Collectief het overleg op uit onvrede over de opstelling van minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie), die drie weken daarna kwam met een pakket maatregelen om de Nederlandse stikstofuitstoot terug te dringen.

Maar Calon had geen zin om Schouten de rug toe te keren. „Wij staan er wat genuanceerder in dan een aantal andere landbouwclubs”, zei hij daarover begin april in de Volkskrant. „Wij willen daarom het liefst doorpraten. We bekijken momenteel dan ook of en hoe we verder moeten met het Landbouw Collectief.”

Afgelopen week meldde Calon bij radiozender BNR dat LTO uit het Landbouw Collectief stapte: „De facto bestaat het Landbouw Collectief niet meer, althans LTO neemt er niet meer aan deel.”

De LTO-voorzitter, die zelf niet aan de onderhandelingstafel zat, verraste daarmee niet alleen het collectief maar bovenal zijn eigen organisatie. Een deel van de hooggeplaatste LTO-ers wilde wél in gesprek blijven. „Het was voor ons voorbarig”, zegt een betrokken LTO’er die anoniem wil blijven. „We vonden dat we zelfstandig meer hadden kunnen bereiken, maar dat betekende niet dat we het Collectief opgaven.”

Salarisrelletje

Calon is een doorgewinterde bestuurder, die desalniettemin erg ondiplomatiek kan zijn. Als oud-gedeputeerde voor de PvdA in de provincie Groningen kende hij zijn weg in de politiek. Maar Calon is ook een „einzelgänger”, zegt iemand die met hem heeft gewerkt. „Iemand die met de vuist op tafel durfde te slaan en daarmee ook vijanden maakte.”

Zijn aantreden bij woningbouwkoepel Aedes, waar Calon van 2009 tot zijn overstap naar LTO in 2017 voorzitter was, werd ingeluid met een relletje over zijn beoogde beloning. Jaarlijks 200.000 euro voor een driedaagse werkweek – dat werd naar 150.000 euro bijgesteld. „Eén grote diplomatieke bende”, noemde Calon die gang van zaken in een afscheidsinterview in de Volkskrant, waar hij hard uithaalde over mede-PvdA’ers die op zijn loonsverlaging stonden.

Als LTO-voorman joeg hij boeren op de kast toen hij in januari 2018 afgaf op melkveehouders die massaal zouden frauderen met kalveren. „Onprofessioneel, asociaal en dom”, zei hij in Nieuwsuur. Ook prees hij Landbouwminister Schouten – een paar maanden eerder al geconfronteerd met een onthulling over mestfraude in NRC – voor haar strenge aanpak. Maar toen in februari van dat jaar bleek dat van grootschalige fraude geen sprake was, werd hem dat door veel boeren kwalijk genomen.

Dat afzetten tegen het Collectief: LTO-leden ervaren dat als negatief.

Een betrokkene bij LTO

Dat Calon forse uitspraken niet schuwde, stuitte ook recentelijk een deel van de LTO-leden tegen de borst. Ze namen het hem kwalijk dat hij niet voorzichtig genoeg opereerde in de pers, vertelt een LTO-betrokkene. „Het is niet nodig je steeds in grote bewoordingen uit te laten. Dat afzetten tegen het Collectief: LTO-leden ervaren dat als negatief. En je blijft toch een organisatie die er is voor haar leden.”

De onvrede over Calon is sterk verbonden met een groeiende boerenontevredenheid over ‘hun’ LTO. Zo werd de lobby-organisatie door FDF ervan verweten „als een judas” de sector te verraden door ook los van het Collectief met de overheid te praten. Ze zou het overleg „gijzelen”.

Dat LTO naast de stikstofdiscussie ook over onderwerpen zoals droogte van de bodem en de coronacrisis praatte met het kabinet, werd daarbij door de radicalere boeren niet gezien. Voor een deel van de achterban was LTO verworden tot een oude lobbyclub die te dicht bij Den Haag stond, terwijl het nieuwe boerenorganisaties, FDF voorop, met veel lawaai de onvrede over het stikstofbeleid een stem gaf.

In een enquête die dagblad Trouw eind vorig jaar liet uitvoeren, kreeg Calon een dikke onvoldoende (4,4) voor zijn optreden in de stikstofcrisis. LTO-leden waardeerden hem met een 5,4 iets hoger, maar nog altijd lager dan FDF-voorman Mark van den Oever die een 7- kreeg.

LTO, met Calon als boegbeeld, is misschien te weinig met z’n tijd meegegaan, zegt een deelnemer van het Landbouw Collectief. „Als je als bestuurder altijd aan tafel zit, dan gebeurt er veel goed werk. Maar het oogt snel stoffig. Dan ben je te framen als establishment. En dat ís deels ook zo.”

Calon moest een wankel evenwicht bewaren: het krediet in Den Haag niet verspelen maar ook het boze deel van de achterban niet van zich vervreemden. Al zijn goede werk ten spijt, zegt een betrokken LTO’er, heeft hij die balans niet kunnen vinden.