Foto Andreas Terlaak

Interview

‘Het hoeft niet altijd mooi en vreedzaam te zijn’

Glen Faria Al decennia is Glen Faria (40) actief als rapper, zanger en songwriter. Nadat hij de afgelopen jaren vooral achter de schermen heeft gewerkt, concentreert hij zich nu weer op eigen materiaal. „Ik hoef niet meer te schreeuwen.”

Zijn meest recente single ‘Terug naar nu’ nam Glen Faria (40) op met zijn zoon Jaïr. Ze zaten door de coronacrisis toch thuis. Faria had net flink geïnvesteerd in een professionele studio in Hilversum. „Maar nu zijn we gewoon hier aan het jammen”, zegt Faria vanuit zijn huis in Amsterdam via FaceTime, terwijl hij het spelen op een rammende gitaar nadoet. „Terwijl zijn moeder zich probeert te concentreren op een serie.”

Glen Faria is al ruim twintig jaar actief als acteur, rapper, zanger en songwriter. Hij werkte de afgelopen jaren vooral achter de schermen in de muziekindustrie, als A&R-manager bij platenlabel Trifecta met onder anderen Ali B, Boef en Famke Louise, en als songwriter voor artiesten als Trijntje Oosterhuis en Maan.

In 2018 kregen twee nummers uit Faria’s eigen catalogus onverwacht een succesvol tweede leven. Faria, eerder medeoprichter van de Amsterdamse theatergroep Likeminds en lid van de succesvolle rapgroep Flinke Namen met Sef, Murth Mossel en The Flexican, bracht de eerste versie van zijn nummer ‘Duurt te lang’ in 2013 uit als onderdeel van zijn solodebuut Glen Faria. Dat album deed niet waar hij op hoopte.

Maar nadat Davina Michelle het had vertolkt in 2018 in tv-programma ‘Beste Zangers’, werd het alsnog een grote hit – het was vorig jaar een van de vijf meest gestreamde nummers in Nederland op Spotify. Hetzelfde jaar verzamelde ook Tino Martin’s cover van Faria’s ‘Zij weet het’ miljoenen streams.

Nu is Faria voor het eerst in vijf jaar zelf terug met nieuw materiaal. Op de single ‘Hoe weet je dat?’ zingt hij op traag echoënde elektronica over ’s avonds huilen van liefdesverdriet, en over een ontmoeting met zijn ex in de supermarkt met zijn winkelwagen vol drank (‘Vond je dat niet raar?’). ‘Terug naar nu’ is een quarantaine-ballad over het belang van open communicatie tussen een vader en zoon die zich voor elkaar groot proberen te houden. „Er gebeurt nogal wat met ons deze dagen”, zingt Faria in de dialoog met zijn zoon. „We kunnen nooit meer terug naar nu.”

Het zijn intense, emotionele nummers . Dat gaat bij hem vanzelf, zegt Faria. „Wanneer ik in mijn eentje ga zitten om te schrijven, komt er eigenlijk nooit een liedje uit over een gekke fissa.” Met zijn vrienden praatte hij als jongen niet over gevoelens, zegt hij. „Dat bewaarde ik voor mijn liedjes en podiumkunst. Nu bellen boys van vroeger me op en vertellen ze me dat ze die openheid waarderen.”

‘Kids van acht in Zuidoost hebben ver vóór rap al het gevoel dat hun positie uitzichtloos is’

Faria is in de loop der jaren een kalmere artiest geworden, vindt hij zelf. „Er zit meer rust in mijn teksten. Ik ben niet meer bang om stiltes te laten vallen, en hoef niet meer te schreeuwen. Vroeger, met rap, zat er veel woede in – en angst om niet gehoord te worden. Ik propte zoveel mogelijk woorden achter elkaar: bám, bám, bám. Ik voelde dat mensen niet naar me luisterden maar wel altijd iets van me vonden. Als er iets heftigs gebeurde in mijn buurt, had iedereen een mening.”

Hij groeide op in Amsterdam-Zuidoost, in een scene die regelmatig onderwerp is van de discussie over rappers die negatieve rolmodellen zouden zijn wegens hun raps over misdaad. Onlangs riep de plaatselijke politiechef in Het Parool op dergelijke artiesten ‘hun podium af te pakken’.. Faria: „Maar rap is een uiting, geen bron of oorzaak. Als je iets doet omdat iemand iets rapt, is er veel meer aan de hand. Ik vind het kwetsend wanneer mensen praten over het boycotten van mijn cultuur en mijn buurt en die van mijn neefjes en nichtjes. Kids van acht in Zuidoost hebben ver vóór rap al het gevoel dat hun positie uitzichtloos is. Ze willen ook dokter, agent of advocaat worden. Kom praten over hoe we dat mogelijk kunnen maken. Dan kan een rapper verder over goud rappen of wat dan ook.”

Op Faria hadden gangstarap-groepen als N.W.A en Geto Boys juist een positieve uitwerking , vertelt hij. „Ik voelde me gehoord, erkend. Ze waren een bron van inspiratie. Ik dacht: als zij het kunnen, kan ik ook kunst maken. Rappers waren artiesten die op me leken. Glenn Medeiros was ook de shit – ik zong het keihard mee – maar geen van mijn matties leek op hem.”

Eerder dit jaar begeleidde Faria in tv-programma Hiphop Stars bekende Nederlanders bij het schrijven en vertolken van een rap. Die BN’ers hadden vaak een karikaturaal beeld van rap, zegt Faria, terwijl hij in de camera wilde armgebaren maakt. „Yo, yo, ik ga zó met mijn handen doen en zet een zonnebril op. En dan zeiden rappers als Akwasi en Keizer: nee, nee, dat is niet wat wij doen – wij vertellen een verhaal.”

Het viel de Amsterdammer op hoe ingewikkeld het was mensen de basistechnieken van rap te leren. „Het is een ambacht. Je moet heel ritmegevoelig zijn en tegelijk moet het lijken alsof het je totaal geen moeite kost, alsof iedereen het kan. Maar probeer dat maar eens.” Als allround-songwriter profiteert hij van zijn rap-achtergrond, zegt hij, omdat hij gewend is te werken met complexe ritmiek, en teksten te schrijven zonder opsmuk. „Mijn directheid komt zeker uit rap.”

Faria voelt zich het prettigst wanneer hij in de studio aan nieuw materiaal werkt. „Optreden vind ik ook tof maar wanneer je kiest voor eerlijkheid, zit daar ook naaktheid in: je trekt je broek uit en iedereen gaat naar je kijken. Ik vind het fijn meer een songwriter te zijn, ik kan gewoon nog naar Albert Heijn. Soms zegt iemand: hé, ben jij niet van dat ene programma. Maar nooit: GLEN FARIAAAAH! Dat zou ik niet volhouden.”

De zanger schrijft al zijn nummers in eerste instantie voor zichzelf. „Dat kan ik het beste – de bron van inspiratie is oneindig. ‘Duurt te lang’ heb ik ook niet voor Davina geschreven – maar het paste haar wel. Hetzelfde met Tino Martin – zelfs met woorden als ‘patta’ en ‘jacka’ in de tekst. Ik heb geleerd dat als ik over mijn eigen leven schrijf, heel veel mensen zich daar toch wel in herkennen.”

Op YouTube vraagt een reageerder zich onder de videoclip van ‘Hoe weet je dat’ af hoe het komt dat die nummers van Faria „wel extreme herkenning krijgen” wanneer ze gezongen worden door andere artiesten. Daar heeft de hitschrijver zelf ook over nagedacht. „Het is hetzelfde als wat ik zei over N.W.A: anderen kunnen zich makkelijker met Tino en Davina identificeren. Dat heeft te maken met cultuur, met herkenning. Davina deed ook nog alles een octaaf hoger waardoor het hitgevoeliger werd. En Tino heeft er een echt kroegliedje van gemaakt.”

Zijn artistieke carrière duurt nu ruim twintig jaar. Door zijn werk als schrijver en A&R-manager staat Faria dichterbij de nieuwere generaties rappers dan veel vroegere collega’s. „Ik zie ze bezig in de studio en vind het hard wat ze doen. Ik dwing mezelf soms even stil te zijn en alleen even te luisteren naar wat voor gekkigheid ze bedenken, hoe ze tracks bouwen, melodielijnen. Producers zijn nu zó technisch, zó snel. Ik vind het een eer dat ik met ze kan werken, en dat ze niet roepen: Glen Faria is oldschool, fuck die guy. Dat had ook gekund.”

Laatst liet Faria zijn 15-jarige zoon een paar populaire tracks van de pionierende, rauwe Nederlandstalige rapgroep Osdorp Posse horen. „Hij snapte er he-le-maal niets van – hoe kán dit, wat de fuck is dit?”, zegt hij terwijl hij lacht.

Het was vroeger niet per se Faria’s favoriete muziek, zegt hij. „Maar ik luisterde er wel naar omdat ik het een pure kunstvorm vond. Precies zó praatte die meneer in het cafeetje met zijn vrienden. En als dat te heftig was voor je – deal with it. Dat hoor ik nu wel minder. Er zijn te veel belangen; artiesten zijn erachter wat mensen willen horen en bedienen de grote groep. Maar als niemand meer de grenzen opzoekt, ontwikkelt kunst zich ook niet. Er komt altijd een moment dat een bepaald trucje niet meer werkt omdat mensen er moe van zijn. En wat is er dan voor nieuws?”

Faria zou hedendaagse rappers nog wat meer van de onversneden, artistieke vrijheid van de Osdorp Posse gunnen. „We zitten nu in een maatschappij waarin mensen snel te veel rekening houden met de emoties en oordelen van anderen. Ik denk dat rappers nu ook meer binnen de lijntjes werken om te voorkomen dat mensen negatief over ze oordelen. Of zich als reactie juist heel extreem gaan uiten. Maar dan kom je ook niet tot de kern van wie je zelf bent.”

Hij vertelt hoe hij vroeger altijd op zijn hoede was wanneer hij met vrienden in de nacht een tankstation in liep. „Dan gingen we ons zó lief gedragen, dat de vrouw die er werkte zich op geen enkele manier bedreigd hoefde te voelen. Ook een artiest kan zichzelf te veel censureren vanuit het idee dat iedereen toch al een oordeel heeft. Maar we hebben juist mensen als Kanye West nodig – artiesten die ook dingen zeggen of doen waar we het helemaal niet mee eens zijn. Het hoeft allemaal niet altijd mooi en vreedzaam te zijn. Juist door reuring ontstaan nieuwe dingen.”