‘Geef iedereen een rekening bij De Nederlandsche Bank’

Oproep We pinnen steeds meer en daarom moet er digitaal overheidsgeld komen. Dat maakt de banken veiliger, betogen twee Kamerleden, van de SP en D66.

Illustratie Stella Smienk

Een socialist en een kapitalist die het roerend eens zijn, zelf vinden ze het ook best bijzonder. Mahir Alkaya van de SP en Joost Sneller van D66 zijn financieel woordvoerder van hun partij in de Tweede Kamer. Over geld lopen hun meningen doorgaans sterk uiteen. Neem de euro. Volgens Alkaya is de Europese munt op termijn onhoudbaar. Volgens Sneller moet de euro juist buiten discussie staan; Nederland heeft er baat bij dat de euro onomkeerbaar is.

Maar nu trekken de twee samen op. Ze willen allebei dat elke Nederlander een rekening krijgt bij De Nederlandsche Bank (DNB). Ze zijn ervan overtuigd dat het de enige manier is om de banken veiliger te maken. „Nederland kent drie grootbanken. We kunnen het ons niet veroorloven dat die failliet gaan. Door die impliciete overheidsgarantie werkt de tucht van de markt niet en stutten we de banksector met eindeloos veel regels”, zegt D66’er Sneller. „Met een DNB-rekening kan je het publieke belang beter borgen én de bankenmarkt beter laten functioneren”, zegt Alkaya.

Van oudsher kent het geldstelsel geld dat bij banken op rekeningen staat (privaat geld) en publiek geld: papiergeld en munten die worden uitgegeven door de centrale bank, DNB. Die garandeert de waarde van dat chartale geld. Tussen privaat en publiek geld bestaat een belangrijke wisselwerking. Iedereen kan het girale geld op zijn commerciële bankrekening bij de pinautomaat omruilen in publiek geld. Dat geeft vertrouwen. In een crisis doen mensen dat meer dan anders. Dan neemt vaak het vertrouwen in privaat geld af en in publiek geld toe.

Lees ook dit verhaal: Oproep voor direct pinnen bij DNB

Niet risicovrij

Probleem is alleen dat mensen steeds meer digitaal betalen. Nog maar 16 procent van het geld dat we gebruiken, bestaat uit munten en bankbiljetten, aldus DNB. Dat is tijdens de coronacrisis verder afgenomen; mensen wordt vanwege de hygiëne verzocht met hun pinpas af te rekenen. Het betalingsverkeer wordt zo steeds afhankelijker van private instellingen.

Alkaya: „Als je voor vitale infrastructuur afhankelijk bent van drie commerciële banken, is dat heel erg kwetsbaar. Gevoelsmatig is ons girale geld risicovrij. Maar er zit een inherent risico in. Het is in feite een tegoed dat je hebt bij je bank.”

Daaraan kleeft dus een ondernemersrisico van de bank, zeggen de twee Kamerleden. „Voor een individu maakt dit misschien niet zo’n groot verschil”, zegt Alkaya – de overheid garandeert spaargeld tot 100.000 euro. „Maar voor het systeem wel. Dat is nu inherent instabiel. Met private winsten en publieke lasten.” Banken kunnen die euro’s in veelvoud uitlenen. „Tot wel twintig keer in Nederland”, aldus Sneller. Het zorgt voor hoge private schulden.

Nog maar 16 procent van het geld dat we gebruiken bestaat uit munten en bankbiljetten

Een rekening bij DNB biedt burgers een extra keuzemogelijkheid. Bovendien zal die de andere banken disciplineren. De DNB-rekening zou namelijk geen rente kennen. Sneller verwacht dat dit negatieve rentes op depositorekeningen bij commerciële banken voorkomt.

Ook denken de twee dat de DNB-rekening banken zal aanzetten hogere buffers aan te houden. Sneller: „Banken willen dan laten zien dat ze veilig zijn. Het leidt tot minder hoge schuldgroei, minder systeemrisico, een opwaartse spiraal.” Alkaya: „Vertrouwen in commerciële banken wordt een keuze in plaats van een verplichting.”

Lees ook: DNB verlicht buffereisen banken vanwege coronacrisis

Alkaya en Sneller scharen zich met hun pleidooi achter het advies in het rapport Geld en Schuld van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Die constateerde begin vorig jaar dat de Nederlandse economie door de hoge private schulden en het kleine aantal grote banken zeer gevoelig is voor schokken. Bijna anderhalf jaar later heeft Tweede Kamer nog steeds niet over het rapport gedebatteerd, ook niet over Alkaya’s eerdere initiatiefnota om oprichting van een publieke bank te onderzoeken.

Experiment

Toch voelen de twee plots de wind mee. DNB zei eind april dat ze wel een experiment wil doen met digitaal centralebankgeld, als de Europese Centrale Bank er toestemming voor geeft. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) steunt dit. Sneller: „DNB en het ministerie van Financiën waren tot nu toe huiverig om te experimenteren; dit raakt wel de kern van de financiële sector.”

Volgens Alkaya en Sneller is het gevoel van urgentie veel groter geworden door de libra. Dat is de digitale munt die techbedrijf Facebook wil invoeren. Alkaya: „Commerciële banken vallen onder nationale jurisdicties. Daar kan je nog enige zeggenschap over uitoefenen, op supranationaal Facebookgeld niet.” Sneller: „Als je digitaal geld aan de private sector overlaat, komen onveilige alternatieven zoals libra op.”

Inmiddels onderzoeken meer centrale banken of eigen digitaal geld invoeren zinnig is. Ze zien een potentieel groot risico. Volgens DNB kán het in tijden van onzekerheid zorgen voor meer vertrouwen in het geldstelsel, maar het kan óók het risico op een bankrun vergroten. Burgers halen dan hun geld weg bij de commerciële banken om het te stallen bij DNB. Dat kan de instabiliteit juist vergroten.

Alkaya en Sneller denken daarom dat er een maximum moet zitten aan de hoeveelheid geld die iemand mag stallen bij DNB. Sneller: „Een experiment moet laten zien hoe mensen reageren op zo’n DNB-rekening, hoeveel geld ze daar willen zetten.”

Je kan ook denken aan een dagelijks maximumbedrag dat bij DNB mag worden gestald. Alkaya: „Er is een bedrag dat we als samenleving gegarandeerd willen hebben en waar we altijd toegang toe moeten hebben.” Hoe hoog dat bedrag is, weten de twee nog niet.

Toch is het risico op een bankrun voor de Kamerleden geen reden om digitaal centrale bankgeld af te wijzen. Alkaya: „Als we geen digitaal overheidsgeld moeten invoeren omdat anders de commerciële banken zouden omvallen, onderstreept dat nog eens het disfunctioneren van deze markt.” Sneller: „Het systeemrisico neemt hierdoor juist af.”