Ziekenhuizen moeten zuiniger doen

Dure medicijnen Er gaat meer geld naar dure geneesmiddelen. Niet alleen de farmaceuten, ook ziekenhuizen zelf kunnen daar wat tegen doen.

De apotheek van het Amsterdam Medisch Centrum
De apotheek van het Amsterdam Medisch Centrum Foto Niels Blekemolen

De uitgaven aan dure geneesmiddelen stijgen steeds sneller, bleek maandag uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Deze uitgaven stegen met bijna 10 procent in 2018 – de meest recente cijfers. Een jaar eerder was dat nog 9 procent. Het gaat hard: in 2018 gaven verzekeraars in totaal 2,27 miljard uit aan dure geneesmiddelen, in 2012 was dat nog 1,4 miljard. Vooral de uitgaven aan medicijnen tegen kanker vallen op, die stegen in 2018 met 14 procent.

Al met al vormen dure geneesmiddelen een steeds groter aandeel van de totale uitgaven binnen de medisch-specialistische zorg. Het percentage van het budget dat naar dure geneesmiddelen ging, steeg van 6,8 in 2012 naar 9,5 in 2018. De NZa noemt een geneesmiddel ‘duur’ als de uitgaven boven de duizend euro per patiënt per jaar uitkomen.

Aandeel uitgaven dure geneesmiddelen groeit

De stijgende trend is problematisch, schrijft de NZa, zeker met het oog op de komende jaren. Er komen steeds meer behandelingen met „ongekend hoge prijzen” beschikbaar, zoals cel-, weefsel- en gentherapie. En er verlopen komende tijd nauwelijks patenten. Daardoor is er steeds meer risico dat andere zorguitgaven in het gedrang komen.

Ziekenhuizen moeten niet alleen naar farmaceuten kijken als die onmogelijke prijzen vragen, maar ook naar zichzelf. Het lukt hen nog niet goed dure geneesmiddelen ‘gepast’ (oftewel zuinig) te gebruiken, schrijft de NZa.

Bij gepast gebruik krijgt de patiënt de juiste hoeveelheid van het juiste middel, zonder dat er iets wordt weggegooid. Vaak is het bijvoorbeeld zo dat patiënten met een lager lichaamsgewicht met een lagere dosering geholpen zijn. Dat kan zelfs gezonder zijn aangezien de kans op bijwerkingen lager is. Gepast gebruik kan ook betekenen dat een arts eerst het goedkoopste middel probeert en dan pas overstapt op een duurdere variant. Ook kan het helpen als de patiënt z’n dieet afstemt op het middel.

„Hoewel de meeste ziekenhuizen hebben afgesproken gepast gebruik van geneesmiddelen te verbeteren”, schrijft de NZa, „geeft het merendeel aan dit niet te hebben gedaan. Zij geven aan over onvoldoende tijd, geld en informatie te beschikken om dit voor elkaar te krijgen.”

In de praktijk blijkt dat ziekenhuizen vaak niet systematisch vastleggen in welke mate een geneesmiddel leidt tot gezondheidswinst van de individuele patiënt. Dat zou het makkelijker maken om patiënten te vergelijken en zo de juiste behandeling te kiezen. Verder weten ze weinig van de werking van geneesmiddelen in andere ziekenhuizen.

Er is nog een andere factor die niet helpt bij de groeiende uitgaven: alle door de NZa bevraagde zorgverzekeraars, op één na, ervaren dat de farmaceutische industrie invloed uitoefent met het doel te bevorderen dat bepaalde geneesmiddelen worden voorgeschreven. Vier op de vijf zorgaanbieders, waaronder alle academische ziekenhuizen, vinden het zelf ook noodzakelijk dat ziekenhuizen maatregelen nemen tegen de invloed van de farma-industrie.

Invloed wordt bijvoorbeeld uitgeoefend door het tijdelijk gratis verstrekken van geneesmiddelen, middels financiering van onderzoek waardoor ziekenhuizen gebonden raken aan een middel, of door te lobbyen bij ziekenhuizen en beroepsgroepen van artsen.

Lees ook: Rekenkamer: minister moet duur medicijn desnoods weigeren