Analyse

Wil de echte hoogste rechter in Europa opstaan?

Hof versus Hof Met zijn spectaculaire arrest heeft het Duitse constitutionele hof het Europese rechtsstelsel in gevaar gebracht. Er kan maar een hoogste instantie zijn.

De president van het Duitse constitutionele hof Andreas Vosskuhle, na het spectaculaire arrest van ‘Karlsruhe’ vorige week.
De president van het Duitse constitutionele hof Andreas Vosskuhle, na het spectaculaire arrest van ‘Karlsruhe’ vorige week. Foto by Sebastian Gollnow/AFP

Het is moeilijk kiezen wat spectaculairder was in de kwestie van het arrest van het Duitse Constitutionele Hof over de Europese Centrale Bank (ECB). Was het de taal waarmee de hoogste Europese rechter in Luxemburg werd afgeserveerd? Namelijk dat die een „onbegrijpelijke” uitspraak had gedaan. Die was daardoor ook „willekeurig”. Harder is er niet, in het juridisch arsenaal.

Of was het dit: EU-lidstaten zijn juridisch verplicht de uitspraken van ‘Luxemburg’ over Europese kwesties over te nemen. Daarom krijgt het EU-Hof honderden zogeheten ‘prejudiciële vragen’ per jaar. Zo wordt voorkomen dat iedere lidstaat z’n eigen uitleg van Europees recht de voorkeur geeft. Het kwam nooit eerder voor, in geen enkele lidstaat, dat een nationale rechter het antwoord van het hof in Luxemburg vervolgens opzij schoof.

Daarna gebeurde er nog iets bijzonders. Het Hof in Luxemburg gaf een reactie, in een persbericht. Dat is ongehoord. Rechters spreken via hun vonnis, in een toga vanaf een podium. Ze dalen niet af naar tv-panels, opiniestukken of persconferenties. Nu stuurde een Europese hoogste rechter een persbericht met de boodschap dat het hof écht, heus, de hoogste rechter is. Wat behalve uniek ook vernederend is.

Het was een teken van haast existentiële bezorgdheid. Hier stapte immers een lidstaat uit het gelid, op een manier die het hele systeem in gevaar brengt. Als het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe dit mag, dan mogen alle andere hoogste nationale rechters dat ook. Daarmee is de autoriteit van Luxemburg in gevaar, de gelijke toepassing van het Europese recht en dus de eenheid van de Europese Unie. Dan houdt er veel op: rechtszekerheid, rechtseenheid, en daarmee stabiliteit en continuïteit.

Alarmknop

Het EU-Hof drukte met het persbericht dus op de alarmknop. Waarna dit weekend de Europese Commissie prompt beloofde de optie van een „inbreukprocedure” tegen Berlijn te „onderzoeken”. Zowel het Hof als de Commissie ligt nu met Karlsruhe op ramkoers, constateert Ton van den Brink, expert EU-wetgevingsvraagstukken in Utrecht. De Duitse regering zou nu door Brussel verplicht worden haar eigen onafhankelijke hoogste rechter te corrigeren. Wat in een rechtsstaat overigens niet kan.

Van den Brink ziet nu een groot loyaliteitsconflict voor de Duitse regering. „Zijn ze loyaal aan hun eigen hof, wat een constitutionele plicht is? Of zijn ze loyaal aan het Hof in Luxemburg, wat volgens het Europese recht moet?”

De grootste schade zit in het „cadeau aan de populistische regeringen” dat hiermee is gegeven, zegt Van den Brink. „Dat zag je al aan de reacties uit Polen en Hongarije. Kennelijk hoeven we de autoriteit van het hof in Luxemburg niet zomaar te accepteren”.

Institutioneel is het nu erop of eronder. Geen enkel rechtsstelsel kan immers zonder hoogste instantie. Als lagere rechters hogere rechters diskwalificeren als onbegrijpelijk en willekeurig, en daarmee wegkomen, dan houdt zo’n stelsel feitelijk op te bestaan.

Lees ook: Hoe komen Merkel en Von der Leyen uit dit rechtsstatelijk labyrint?

Intussen heeft het Bundesverfassungsgericht een ijzeren reputatie. Het geldt als de meest uitgesproken, volhardende en kritische beschermer van grondrechten – het is in Europa en daarbuiten een juridische opinieleider. Een hoogste rechter die Luxemburg steeds waarschuwde om, bij de interpretatie van de EU-verdragen, grondrechten zo scherp mogelijk te bewaken, democratische waarborgen zo zwaar mogelijk te wegen en nooit méér soevereiniteit van lidstaten over te dragen dan strikt noodzakelijk was.

Volgens kenners als Van den Brink was Luxemburg daarvoor in het verleden ook gevoelig – de Europese rechters lazen nauwkeurig mee met wat Karlsruhe zoal vond en lieten dat ook blijken.

Controverse is dagelijkse kost

Tegelijk hield het Duitse Hof zelf afstand. Het stelde in zijn hele bestaan pas twee keer prejudiciële vragen aan Luxemburg. Andere Duitse rechters stellen er tientallen per jaar. Onder experts in Europees recht was de consensus dat Karlsruhe het daarom wel bij blaffen zou laten en nooit zou bijten. Tot nu dan.

Het is een rol die het Bundesverfassungsgericht past als een handschoen. Het hof uit 1951 is een naoorlogs symbool dat de Duitse burger tegen (herhaald) machtsmisbruik door de overheid moet beschermen. Het balanceert tussen politiek en recht, meer dan enig ander hoogste rechtscollege.

Zo verbood het in 2006 de bevoegdheid van de staat om gekaapte passagiersvliegtuigen neer te schieten als er aanslagen mee zouden kunnen worden gepleegd, wegens strijd met het recht op leven. Het afluisteren van woningen zag Karlsruhe als een inbreuk op de onschendbaarheid van de eigen woning.

De massaopslag van telecommunicatiedata zag het Hof als inbreuk op het briefgeheim. Tot tweemaal verbood het Hof dubieus geachte politieke partijen. Controverse is voor deze rechters in hun rode toga’s dagelijkse kost.