Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Foto David van Dam

Interview

‘Ook hogeropgeleiden zijn nu onzeker’

SCP-directeur Kim Putters De directeur van het SCP adviseert het kabinet op verschillende manieren over de coronacrisis. „Never waste a good crisis.”

Hoe gaat het met Nederland? Voor het antwoord op die vraag zijn de ogen in Den Haag altijd al gericht op Kim Putters. Dat is in de coronacrisis niet anders.

De directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) adviseert het kabinet deze weken op verschillende manieren over de crisis. In de afgelopen periode was hij een van de genodigden op het Catshuis, waar een deel van het kabinet op zondag samenkomt om na te denken over de gevolgen van het coronavirus op de lange termijn. Op initiatief van de Sociaal-Economische Raad (SER) denkt hij na over de manier waarop de maatschappelijke schade van corona beperkt kan blijven. En met het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het RIVM adviseert hij het kabinet over mogelijke (beleids)gevolgen van corona. En dan heeft hij ook nog zitting genomen in een commissie die zich richt op kwetsbare groepen, onder leiding van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema.

Voor een groot deel, zegt Putters telefonisch, doet hij dat op afstand. In het gebouw van het SCP in Den Haag heeft hij al maanden niet gewerkt. Het meten van de nationale gemoedstoestand doet het SCP vanuit huis.

Sinds deze week zoekt het kabinet langzaam een weg terug naar wat ooit normaal was. Daarbij legt het de verantwoordelijkheid voor een groot deel bij de samenleving zelf: als die zich aan de regels houdt, kunnen steeds meer maatregelen worden versoepeld.

En? Hoe gaat het met Nederland?

Kim Putters: „We zijn een land in crisis en iedereen ervaart dat. Wat nu centraal staat, is onzekerheid, over werk, over onze gezondheid en die van familie, en over wanneer we de straat weer op kunnen. Mensen willen heel graag meer ruimte en voelen zich beperkt. Maar dat betekent niet dat we nu heel ongelukkig zijn of dat we het leven in Nederland ineens vreselijk zijn gaan vinden.

Lees ook het profiel van Kim Putters: De man naar wie politici luisteren

„Naarmate een crisis langer duurt, wordt de kans op wat wij het ‘gekke-Henkie-syndroom’ noemen groter: mensen die zich netjes aan de regels houden en zien dat anderen dat niet doen. Dat moet je als beleidsmaker heel goed in de gaten houden. En dan is het belangrijk om onderscheid te maken. Zijn het mensen die niet meer kunnen omdat ze in een lastige situatie zitten, zoals huiselijk geweld of eenzame ouderen? Of zijn het mensen die denken: ammehoela, ik geloof het wel? Die vragen allemaal om een andere aanpak. Soms met een focus op handhaving, een andere keer met het accent op communicatie of het beschermen van kwetsbare groepen.”

Naarmate een crisis langer duurt, wordt de kans op het ‘gekke-Henkie-syndroom’ groter

Kim Putters

Voor de coronacrisis herhaalde u vaak de woorden van uw voorganger, Paul Schnabel, om de gemoedstoestand van Nederlanders te omschrijven: met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Geldt dat nog steeds?

„In de periode na de financiële crisis van 2008 is dat voor sommige groepen al veranderd in ‘met mij gaat het ook wat minder goed’. Ons recentste onderzoek naar de sociale staat van Nederland toont aan dat er voor de kwetsbaarste groepen in de samenleving, mensen met een laag inkomen en een zwakkere positie op de arbeidsmarkt, tien jaar nodig is geweest om weer op het koopkrachtniveau en de kwaliteit van leven te komen van 2008.

„Dezelfde groepen, zzp’ers, uitzendkrachten, mensen met een flexibel contract, zijn ook in de coronacrisis weer als eerste geraakt. Dat was te voorspellen: het SCP en het Centraal Planbureau waarschuwen al jaren voor de kwetsbaarheid van die groepen.”

Lees ook: De coronacrisis is een ‘onvoorstelbare gamechanger’ voor de arbeidsmarkt

Zijn die waarschuwingen genegeerd?

„Er liggen nu plannen van de SER, de commissie-Borstlap en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Maar ik denk inderdaad dat het vrij lang geduurd heeft. Baanzekerheid is in Nederland gekoppeld aan sociale zekerheid: pensioen, gezondheidszorg, uitkeringen. We zien al langere tijd dat die in gevaar komen doordat de arbeidsmarkt uit steeds meer zelfstandigen bestaat. Het kabinet is daar nu langzamerhand wel mee bezig, maar voor deze crisis komt het te laat. Mijn advies is om de plannen die er liggen versneld te bekijken en door te voeren, hoe ingewikkeld dat ook is. We weten niet hoe lang we in deze situatie blijven, en ook niet hoe we er over een half jaar voor staan. Maar we weten wel dat er nu al veel mensen in benarde posities terechtgekomen zijn.”

Zou u pleiten voor een harde reset van de arbeidsmarkt?

Never waste a good crisis. Het is goed om te kijken naar de fundamenten van de arbeidsmarkt en ons af te vragen of die nog goed zijn. Grote groepen Nederlanders ontlenen geen zekerheden meer aan werk als het even tegenzit, terwijl dat de basis van ons sociaal stelsel is. Wat de huidige crisis bijzonder maakt, is dat ook mensen die we acht weken geleden nog als krachtige huishoudens beschouwd zouden hebben aan het wankelen zijn gebracht. Denk aan partners die beiden werken en die nu gedeeltelijk werkloos raken, mensen met kinderen die het eerst goed deden op school maar die nu achterstanden oplopen of last krijgen van psychische druk. Die onzekerheid loopt dwars door oude scheidslijnen als hbo- of universitair opgeleid en mbo- of niet-opgeleid heen. Die individuele positie van ‘met mij gaat het goed’ staat nu voor veel meer mensen onder druk.”

Lees ook: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

De persconferenties waarin maatregelen worden aangekondigd worden door miljoenen mensen bekeken en de waardering voor premier Rutte stijgt zo’n beetje met de week. Wat doet deze crisis met het vertrouwen in de politiek?

„Dat ligt traditioneel in Nederland al vrij hoog. In vergelijking met andere landen leven wij in een high trust society. Na verkiezingen en in crisistijd groeit dat vertrouwen. Maar dat betekent niet dat de politiek ervan uit moet gaan dat zo’n piek een goedkeuring is voor het eigen handelen. Ik denk vooral dat het verwachtingsvolle hoop is in dat het handelen resultaat heeft. In zekere zin is het dus broos.

„Wat we de afgelopen acht weken in Nederland hebben gezien is verklaarbaar voor de Nederlandse situatie. We vinden dat de overheid ons moet beschermen, maar we willen overal vragen bij kunnen stellen. We willen ons niet alleen laten leiden door politici, maar ook door experts. Bij ons staat er niet alleen een minister-president, hij wordt bijgestaan door een vakminister. In die eerste weken ging het om mensenlevens, om IC-bedden regelen, niet om brede vergezichten. Die periode begint nu. Er moeten politieke afwegingen gemaakt worden die sociaal-economische gevolgen gaan hebben voor mensen, bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid. De betrokkenheid van het parlement wordt met de dag crucialer.”