Recensie

Recensie Media

Kunstgame van het Centre Pompidou is te belerend

Game De game ‘Prisme 7’ van het Parijse museum Centre Pompidou moet spelers vertrouwd maken met hedendaagse kunst. Maar er wordt wel erg veel uitgelegd.

Tijdens het spelen van ‘Prisme 7’ vind je grote kristallen, en met deze kristallen speel je schilderijen vrij.
Tijdens het spelen van ‘Prisme 7’ vind je grote kristallen, en met deze kristallen speel je schilderijen vrij. Beeld Game in Society / Centre Pompidou / Bright

Het Franse museum Centre Pompidou presenteert de game Prisme 7 als middel om veelgebruikte technieken in de hedendaagse kunst te ontdekken. In een van de levels geeft Prisme 7 bijvoorbeeld les over hoe kleur de emotie kan beïnvloeden. Als een groep stipjes vlieg je door een wit gebied, omringd door onzichtbare obstakels. Met een druk op de knop kleur je stukjes in. Alleen: wat moeten de groene weiden die we op deze manier vrijspelen ons vertellen over kleur en emotie? Hoogstens voel je wat rust, grote emoties lokt dit niet uit.

Prisme 7 is niet echt de ‘eerste game over moderne en contemporaine kunst’, zoals de makers stellen (onder andere Kentucky Route Zero (2013) ging het spel voor), maar een game gebouwd met de kennis van een groot kunstmuseum is een lovenswaardig initiatief.

De hoeveelheid tekst is helaas een valkuil. Aan het begin van elk van de zes levels wordt veel uitgelegd: hoe kleuren spiritueel en symbolisch kunnen zijn, hoe licht fysiek kan worden, hoe een systeem kunst kan worden. Wil je een speler in een game iets leren, doe dat dan via interactie, niet door iets te vertellen. Games zijn ook systeemkunst. ‘Procedurele retoriek’, de grammatica van interactiviteit, heeft eigen regels, gelijk aan de beeldtaal in film en principes achter ritme en toonhoogte in muziek.

Een andere gemiste kans is de manier waarop het spel de schilderijen uit de collectie van Centre Pompidou gebruikt. Tijdens het spelen vind je grote kristallen, en met deze kristallen speel je aan het eind van elk level een aantal schilderijen vrij, die iets met het onderwerp te maken hebben. Maar die kristallen zeggen weinig over de kunst die erachter schuilt. Individuele kunstwerken worden zo tijdens het spelen zelf teruggebracht tot vormloze eenheidsworst.

Zelf ontdekken

Toch roept het spel soms daadwerkelijk verrukking en verrassing op. In het level over de systeemkunst moet je in spiegelbeeld patronen volgen. De makers, Game in Society, laten hier uitleg grotendeels achterwege, zodat je zelf verrast kan worden wanneer je aan het einde plotseling merkt dat je door één simpele regel te volgen zelf een kunstwerk hebt gemaakt.

Ook het idee in de game om van schaduw iets fysieks te maken, zodat je met een lamp zelf kunt bepalen hoe abstracte vormen zich over de leegte uitstrekken, is fascinerend. Alleen jammer dat de bijbehorende puzzels niet genoeg inspelen op gezichtsbedrog.

Net als veel andere game-initiatieven die iets van buiten willen overbrengen in het medium games, valt Prisme 7 te veel terug op de taal die de makers al kennen, en wordt er te weinig gebruik gemaakt van de taal waarmee games nu communiceren. Jammer, want wanneer Prisme 7 de zware didactische belofte en de geschreven taal loslaat en je laat vliegen tussen kleuren met eigen functies, of je een stroom voetgangers laat manipuleren voor eigen gewin, dan voel je opeens waar games en beeldende kunst wél met elkaar kruisen: de ervaring van het zélf kijken, zélf doen, zélf voelen. Geen kunstenaar kan je een betekenis opleggen – dat geldt ook voor de gamemaker.