Brieven

Herdenkingstoespraak (1)

Wilhelmina’s woorden boden houvast

foto Benelux Press

De toespraak van de koning op 4 mei krijgt terecht veel lof. Hier stond een mens. Voor onze ouders (geboren in 1917 en 1921) gaven de toespraken van Wilhelmina in de oorlogsjaren houvast: het waren schepjes zuurstof. Onze moeder, Jozina Mabelis, zat in 1943 als patiënt gevangen in het Haagse Ockenburg. Ze zag tientallen Joodse medegevangenen vertrekken. Onze nog zo jonge moeder wist toen nog niet dat zij naar Westerbork werden afgevoerd en vrijwel allemaal werden vermoord in Auschwitz. Ze wist al wel dat er gas werd gebruikt, alleen nog niet hoe. Ondertussen hing bij onze grootmoeder in Zeeland een foto van prinses Juliana aan de muur, in de woonkamer. De in haar huis ingekwartierde Duitse soldaten maakte ze wijs dat dit een foto van haar dochter was. Later, in 1944, werd het terrein naast Ockenburg gebruikt als lanceerplaats voor raketten. Bij iedere ‘afzwaaier’ moest onze ma naar de schuilkelders. De raketten waren bestemd voor Londen, waar haar broer zat, Piet Mabelis, die als 23-jarige soldaat in mei 1940 op de fiets naar Brest was gegaan, de oversteek maakte en lijfwacht werd van Koningin Wilhelmina. Daar zag hij de betrokkenheid van de koningin bij Nederland en haar eenzaamheid, verstoken van haar familie. Natuurlijk had Wilhelmina veel meer waarschuwingen kunnen geven over de Jodenvernietiging. Achteraf is het altijd gemakkelijker oordelen. Dat Willem-Alexander nu zegt dat dit hem niet loslaat, is een blijk van zelfreinigend vermogen. Hij veroordeelt zijn overgrootmoeder niet, benoemt het wel. Nu koningin Máxima nog, over pa Zorreguieta in de Argentijnse Videla-dictatuur. Dan hoeft prinses Amalia het later niet meer te doen.