Duitse coronapatiënten liggen aan de hart-longmachine. Waarom gebeurt dat hier niet?

Intensive care Anders dan in België en Duitsland worden in Nederland zelden coronapatiënten aan een hart-longmachine gelegd. Hoe kan dat?

Een Zweedse verpleegkundige verzorgt een coronapatiënt aan een hart-longmachine. De machine haalt bloed uit het lichaam, voegt er zuurstof aan toe en pompt het terug.
Een Zweedse verpleegkundige verzorgt een coronapatiënt aan een hart-longmachine. De machine haalt bloed uit het lichaam, voegt er zuurstof aan toe en pompt het terug. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Wie op de televisiebeelden gaat letten, valt het elke keer weer op. Het apparaat met een wirwar aan rode en blauwe slangetjes dat bloed uit het lichaam van de patiënt pompt. Op buitenlandse kanalen verschijnt deze ‘hart-longmachine’ geregeld in beeld wanneer er coronapatiënten worden gefilmd, in Nederlandse ziekenhuizen nooit. Hoe kan dat? Behandelt Nederland coronapatiënten anders?

Door de coronapandemie staat de hart-longmachine opeens in de belangstelling. Europese cijfers laten een scherpe stijging zien van het gebruik van de therapie: lagen er in maart 68 patiënten in Europa aan de hart-longmachine, in april waren dat er al 820.

Deze hart-longmachine, ook wel extracorporele membraanoxygenatie (ECMO) genoemd, is een alternatief voor kunstmatige beademing. De overgrote meerderheid van de ernstig zieke coronapatiënten ligt nog altijd aan een ‘gewoon’ beademingsapparaat. Die blaast zuurstof in de longen, maar door de druk die daarmee gepaard gaat kunnen de longen ernstig beschadigd raken. De hart-longmachine heeft daar een oplossing voor: die haalt het bloed uit het lichaam, voegt er zuurstof aan toe en pompt het weer terug. Zo zou je longschade kunnen voorkomen. Maar er zitten wel weer andere gevaren aan, zoals het risico op bloedingen.

Of de therapie voor bepaalde coronapatiënten tot betere resultaten leidt dan reguliere beademing is onderwerp van debat in de medische wereld, vertelt longarts-intensivist Leo Heunks van het Amsterdam UMC. Rond de Mexicaanse griep in 2009 verschenen er studies waaruit bleek dat hart-longtherapie de overlevingskansen van mensen met falende longen zou vergroten. „Dat maakte de behandeling in één klap populair”, zegt Heunks. Daarop volgde een studie, waarbij het voor de overlevingskansen geen verschil uitmaakte of patiënten aan de hart-longmachine werden gelegd of reguliere beademing kregen. Daarna is het enthousiasme voor de therapie volgens Heunks iets afgenomen.

Capaciteitstekort speelt een rol in het spaarzame Nederlandse gebruik

Tijdens de Covid-19-pandemie verschijnen er opnieuw studies waarbij de hart-longmachine zowel hoopgevende als pessimistisch stemmende resultaten boekt. Zo lijkt de therapie succesvol te zijn geweest in Japan, bij de behandeling van 32 ernstig zieke coronapatiënten van het cruiseschip Diamond Princess, dat in februari na een massale uitbraak was gestrand. Ook een Amerikaanse oriënterende studie suggereert een veelbelovende rol voor hart-longtherapie tegen corona. Maar uit een Chinees onderzoek naar coronapatiënten uit twee ziekenhuizen in Wuhan bleek dat de helft overleed na hart-longtherapie. „Het komt erop neer dat er nog geen harde bewijzen zijn die aantonen dat de hart-longmachine tot betere resultaten leidt”, zegt longarts Heunks. „Maar evenmin dat het tegendeel waar is. Daarom heb je twee stromingen: artsen die in de therapie geloven en artsen die sceptischer zijn”.

Verschillende stromingen

Die verschillende stromingen komen terug in de cijfers over het gebruik van de therapie per land. In Nederland liggen er slechts negentien coronapatiënten aan een hart-longmachine, in omringende landen is dat een stuk meer. In België zijn het 90 patiënten, in Duitsland 128 en in Frankrijk 285. In de VS gaat het om minstens 400 patiënten. De Amerikaanse toezichthouder op de gezondheidszorg heeft onlangs een richtlijn uitgebracht waarin staat dat de hart-longmachine kan helpen voor sommige coronapatiënten met acuut longfalen. De Wereldgezondheidsorganisatie bracht een vergelijkbare richtlijn uit.

Desondanks gaat Nederland zeer terughoudend om met het toekennen van de therapie, zegt hoogleraar experimentele intensive care Marcus Schultz van de Universiteit van Amsterdam. „Wij stellen heel strenge voorwaarden. Je komt er pas voor in aanmerking als je heel erg longziek bent, geen andere falende organen hebt en je overlevingskansen goed zijn.” Dat gebeurt omdat de therapie riskant is, zegt Schultz. „Aan de hart-longmachine gaan is geen kattenpis. Je raakt veel spiermassa kwijt, de revalidatie is zeer moeizaam, je hebt kans op allerlei complicaties waar je echt dood aan kan gaan.”

Landen als Duitsland stellen hun indicaties minder scherp. „In Duitsland behandelt men ook patiënten die in andere landen deze therapie niet zouden krijgen. Ouderen bijvoorbeeld”, zegt internist Alexander Kersten van het Universitair Ziekenhuis Aken. Hij erkent dat er een aanzienlijke kans is dat oude mensen met diverse falende organen de behandeling of revalidatie niet overleven. Maar soms wordt het tóch geprobeerd. Kersten: „Er zijn minstens vijftig Duitse ziekenhuizen die de therapie aanbieden.” In Nederland bieden alleen acht gespecialiseerde centra de therapie aan. Kersten: „Daarmee beperk je natuurlijk ook de toegang.”

Capaciteitstekort speelt een rol in het spaarzame Nederlandse gebruik van de hart-longmachine, blijkt onder meer uit een richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Hierin staat dat de therapie mogelijk „van toegevoegde waarde” kan zijn voor coronapatiënten, maar dat er „vanuit logistiek oogpunt” nauwelijks gebruik van wordt gemaakt.

„Het is een heel kostbare interventie”, zegt hoogleraar Schultz. „Je bent voor één patiënt aan de hart-longmachine drie keer zo veel verpleegkundigen kwijt als wanneer je een patiënt op een normale manier behandelt. Je kunt minder mensen behandelen, terwijl je in een pandemie zo veel mogelijk mensen wilt helpen.”

Zou de hart-longmachine vaker worden gebruikt als er genoeg intensivecarecapaciteit zou zijn? Schultz: „Als ik de ruimte zou hebben die ze in Duitse IC’s hebben, zou ik dat doen. Maar in de krappe Nederlandse situatie ga je niet iets uitproberen waarvan je niet weet of dat voordelen heeft.”

Toch belandt ook in Duitsland lang niet iedere patiënt aan de hart-longmachine. Zo kreeg het Akense ziekenhuis het verzoek of het een patiënt uit Maastricht de therapie wilde geven. Het ziekenhuis weigerde. „Het was geen goede kandidaat”, zegt Kersten. „De patiënt was van hoge leeftijd, lag al lange tijd aan de beademing en had andere aandoeningen. Dan is de kans niet groot dat de patiënt deze therapie doorstaat.” Dat begrepen de collega’s in Nederland ook, zegt Kersten. „Op verzoek van de familie hadden ze het toch aan ons willen voorleggen.”