De sieraden van de eerste Homo sapiens in Europa

Archeologie Midden in de laatste IJstijd verscheen in Europa de eerste moderne mens. Al 45.000 jaar geleden, blijkt uit vondsten in Bulgarije.

Hangers van doorboorde tanden, gevonden samen met botten van de eerste Homo sapiens in Europa, in een grot in Bulgarije, ruim 45.000 jaar oud.
Hangers van doorboorde tanden, gevonden samen met botten van de eerste Homo sapiens in Europa, in een grot in Bulgarije, ruim 45.000 jaar oud. Foto Jean-Jacques Hublin/Nature

Homo sapiens verbleef al ruim 45.000 jaar geleden in Europa, midden in de laatste IJstijd. Dat blijkt uit vondsten van zes botfragmenten en een tand in de Batsjo Kirogrot in centraal Bulgarije. De botfragmenten zijn geïdentificeerd met behulp van eiwitanalyse, uit een massa van duizenden botten van runderen, herten, bokken en paarden in de grot – de prooidieren van deze eerste ‘moderne mensen’ in Europa.

De vondst wordt deze week gepresenteerd door een internationaal opgravingsteam onder leiding van de Franse archeoloog Jean-Jacques Hublin (Max Planck Instituut, Leipzig) in Nature. In Nature Ecology & Evolution van deze week beschrijft een deel van hetzelfde team de precieze datering van de vondsten, met geavanceerde C14-technieken. Deze datering kwam overeen met de datering op basis van het gereconstrueerde dna uit de botten (op basis van mutatiesnelheid). Tot nu toe waren de oudste modern-menselijke fossielen met een onomstreden datering de botten uit de Roemeense Pestera cu Oase-grot, 42.000 à 37.000 jaar oud. Oude Italiaanse en Britse sapiensvondsten (Cavalla en Kent’s Cave, ca. 44.000 jaar oud) zijn altijd omstreden gebleven, net als een recente extreme vondst van 210.000 jaar oud in Griekenland. Bij die Griekse vondst is overigens niet de datering (op basis van uraniumisotopen) het probleem, maar de toewijzing aan Homo sapiens, op basis van alleen een achterhoofd.

De nieuwkomers in Europa beïnvloedden de al aanwezige neanderthalers

In de Bulgaarse grot werden bij de botten ook ‘IUP’-werktuigen (Initial Upper Paleolithic) gevonden zoals benen priemen, ‘lissoirs’ (gladmakers van huiden) en stenen schrapers, messen en punten. En opvallend genoeg zijn ook een ivoren kraaltje en twaalf hangers gevonden, een van een doorboorde rundertand, elf van doorboorde berentanden. Die ‘sieraden’ lijken sprekend op de hangers die neanderthalers vier- à vijfduizend jaar later maakten in Frankrijk, in de Grotte du Renne en de Grotte de Saint Césaire. Een duidelijke aanwijzing dat die neanderthalhangers beïnvloed zijn door wat de nieuwkomers in Europa meenamen, zo schrijven Hublin en zijn team. „Er waren altijd theorieën dat dit soort hangers, van het Châtelperronien-type, een uitvinding zouden zijn van neanderthalers, die vervolgens door moderne mensen zijn overgenomen”, zegt Hublin in een telefonische toelichting. „Maar daar heeft deze datering dus een einde aan gemaakt. Nu moeten aanhangers van die theorie eerst maar eens neanderthalerhangers vinden die weer veel ouder zijn dan deze uit Bulgarije.”

Beluister ook deze podcast over neanderthalers: Is het dragen van een ketting al een teken van abstract denken?

Uit het genetisch onderzoek, van alleen het mitochondriaal dna dat via de moeder overerft, blijkt dat de oudste Batsjo Kiromensen behoorden tot de haplotype-groep M, die nu niet meer in Europa voorkomt. Hublin zegt daarover: „Deze eerste golf van sapiens in Europa hoeft dus helemaal niet zo succesvol te zijn geweest. Kennelijk zijn ze weer verdwenen, terwijl de neanderthalers gewoon wel bleven bestaan.” De neanderthalers verdwijnen zo rond 40.000 à 38.000 jaar geleden uit Europa. Er woedt al decennia een wetenschappelijk debat over de oorzaak van dat uitsterven: toevallig gelijktijdig met de komst van H. sapiens, of juist door competitie met deze nieuwkomers.

Onderling nauw verwant

De mdna-signaturen van de sapiensbotfragmenten in Batsjo Kirogrot waren overigens onderling nauw verwant. Die van de tand was zelfs identiek aan die van een van de botfragmenten, misschien dus van dezelfde persoon, en in ieder geval van naaste verwanten in de vrouwelijke lijn.

De werktuigen uit de Batsjo Kirogrot behoren tot een mengtype met al wel kenmerken van latere culturen, maar nog gebaseerd op het oudere Levallois-type, dat al sinds 300.000 jaar geleden bestond, sinds het begin van het Midden-Paleolithicum.

De tweede sapiens-golf gebruikte de meer geavanceerdere (proto-)Auragnicien-werktuigen, tot welke cultuur ook de oudste Europese rotstekeningen en beeldjes behoorden. Dat is ook de cultuur die is teruggevonden in de paar duizend jaar jongere Roemeense Oase-grot. In de sapiensbotten uit die Roemeense grot is ook het wel in Europa voortlevende mdna-haplotype N teruggevonden. In dezelfde grot is trouwens een paar jaar geleden ook een 40.000 jaar oude sapiens-kaak gevonden waarvan uit het dna bleek dat die persoon een neanderthaler als recente voorouder had – een duidelijke aanwijzing voor interactie tussen moderne mensen en neanderthalers.

Lees ook over het uitsterven van de neanderthalers: En opeens waren zij weg