„We hadden een pandemie niet op de radar. Dat is nu wel veranderd”, aldus Paul Riemens.

Foto Olivier Middendorp

Interview

De RAI is leeg tot zeker 1 september, maar de directeur wil eerder open

Paul Riemens | Directeur congrescentrum RAI 2020 zou voor congrescentrum RAI het drukste jaar ooit worden. Maar de hallen zijn leeg, tot zeker 1 september. Directeur Paul Riemens probeert dat moment te vervroegen. „Een beurs is geen voetbalwedstrijd. Wij kunnen de hallen op corona inrichten.”

Voor een man die bij zijn aantreden in 2016 de ambitie had om het internationale beurs- en congrescentrum RAI verder te laten groeien en er tegelijkertijd „het clubhuis” van de hoofdstad van te maken, zijn het pittige tijden.

Het ruim 100.000 vierkante meter grote clubhuis is al wekenlang uitgestorven. Het personeel zit thuis, de horecavoorraden zijn terug naar de leveranciers en de energietoevoer is stopgezet. Zelfs een kopje koffie is niet voorhanden als directeur Paul Riemens een keer niet vanuit huis werkt, maar langs gaat op de Europaboulevard in Amsterdam.

Wanneer realiseerde u zich: dit virus gaat de RAI in het hart treffen?

„In februari bereidden wij ISE voor, een grote internationale beurs op het gebied van audiovisuele media, waar 80.000 mensen op af komen. Toen hoorden we dat een aantal Chinese standhouders niet zou komen vanwege het virus. Daar hebben we een werkgroep op gezet: wat betekent dat? Hoe moeten we dit interpreteren? Dat was het moment dat ik me grote zorgen begon te maken. Wat is het effect op andere bezoekers als ze weten dat de Chinezen om die reden niet komen? Al snel wisten we dat de kans gering was dat het virus binnen China zou blijven. De grote vraag was toen: wordt het een pandemie of niet?”

In zijn eerdere functies, onder meer als baas van Luchtverkeersleiding Nederland, maakte Riemens verschillende crisissituaties mee, maar nooit stond het voortbestaan van zijn gehele organisatie op het spel. „Ook nu keek ik direct naar de luchtvaart. Hoe schatten zij het in? In mijn tijd bij de luchtverkeersleiding hebben we meegemaakt dat sars er aankwam. Dat werd uiteindelijk geen pandemie. Nu explodeerde het wel.”

Desondanks staat een pandemie niet in de risicomatrix die jullie bij de RAI hanteren: de kans dat een gebeurtenis zich voordoet, afgezet tegen de gevolgen.

Zachtjes: „Nee, dat hebben we niet voorzien.”

Is dat niet vreemd, dat die gedachte niet eens bij jullie is opgekomen, ondanks sars?

„We hadden een pandemie niet op de radar. Dat is nu wel veranderd.”

Riemens laat een korte stilte vallen, zoals hij dat vaker doet tijdens het gesprek, in een lege horecaruimte van zijn bedrijf. Hij formuleert behoedzaam, alsof hij bang is iemand voor het hoofd te stoten. Hij vertelt dat hij de afgelopen weken veel heeft nagedacht over de vraag wat hij anders zou doen met de potentiële dreiging van een volgende pandemie.

„Zouden we ons dan meer gaan richten op nationale beurzen en congressen?” Hij schudt het hoofd. „Als ik naar het rendement kijk, zou ik ook nu inzetten op internationale evenementen. Wat wel is veranderd, is dat we hier nu misschien vergaande maatregelen moeten nemen, bijvoorbeeld door de gezondheidstoestand van onze bezoekers te monitoren of op te vragen. Daar ben ik nog niet uit.”

Hoe groot is het verlies als u tot 1 september op slot blijft?

„Dat loopt in de tientallen miljoenen, op een omzet van ruim 150 miljoen euro. En of het daarbij blijft, hangt ervan af in hoeverre we vanaf september weer in staat zullen zijn de zaken op te bouwen.”

Zo ga je binnen twee jaar van het beste bedrijfsresultaat ooit, met 10 miljoen euro winst, naar het slechtste jaar van de afgelopen decennia.

„Ja, dat is echt ongelofelijk. We hebben vorig jaar echt maanden zitten puzzelen hoe we het drukste jaar ooit – want dat zou 2020 worden – zouden vormgeven. Ik weet nog dat ik daar op proostte met een collega bij de kerstborrel en zei: ‘Maar wat zal het gaan piepen en kraken.’ Nou, dat doet het nu inderdaad.”

Welke maatregelen hebben jullie na corona genomen?

„Uiteindelijk alles uitzetten. Letterlijk: de koeling, de verwarming, de horeca. Alles ligt stil. Alle investeringen zijn stopgezet, al ons flexibele personeel is afgezegd. Het is onwerkelijk. Ik heb zelf van dichtbij gezien hoe bij Fokker mecaniciens en andere medewerkers gewoon door bleven bouwen toen ze failliet gingen. Die mensen konden gewoon niet stoppen, uit pure toewijding. Pas toen de aanvoer van onderdelen stopte, hield het op. Ze konden het eigenlijk niet bevatten. Dat is wat ik hier nu ook zie. Mensen die hier al járen werken en genieten van de dynamiek, de ontmoetingen en de samenwerking met collega’s, zitten opeens thuis.”

Hebben jullie voor steun aangeklopt bij de overheid?

„Ja, wij hebben gebruikgemaakt van de NOW-regeling. Dat werkte goed maar we moeten nu door.”

Minister De Jonge zei: tot 1 september geen massale evenementen meer met een landelijke uitstraling. Dat kan pas als er een vaccin is.

„Dat ben ik niet met hem eens. Er is een enorm verschil tussen een publieksevenement als een voetbalwedstrijd, of een vakbeurs. Wij kunnen onze hallen zo inrichten als we willen. Ik was vorig weekend bij IKEA om een strijkplank te kopen. Daar is vanaf het moment dat je aankomt alles al voor je bepaald. De toegang van mensen wordt gedoseerd, zodat er niet te veel in het gebouw zijn en je hebt een duidelijke routering. Je weet exact hoeveel mensen er binnen zijn en waar ze ongeveer zijn.”

Klinkt simpel. Wat houdt u tegen?

„De centrale overheid gaat erover, maar de impact wordt lokaal gevoeld. Wij willen gaan oefenen met kleinschalige beurzen om te leren voor als we in september opengaan. Het gaat nu om de vraag of het kabinet vertrouwen heeft in burgemeesters om dit goed te regelen. Kunnen we het zo organiseren dat het niet leidt tot een tweede golf?”

Dan, na enig aandringen: „Maar ja, we leven in een polderlandschap.”

Is dat het probleem?

„Mede.”

Ik ben verbaasd over uw geruststellende toon. Het geld spuit eruit maar hier komt niets binnen.

„Spoot.”

Ik dacht dat de situatie hier nijpend was. Als ik minister van Economische Zaken was, zou ik nu niet als eerste voor de RAI gaan rennen, als ik u zo beluister.

„Misschien ben ik diplomatiek te correct. We zijn er echt druk mee bezig. Ik had vorige week burgemeester Halsema nog aan de lijn.”

Van wie kwam het initiatief om elkaar te bellen?

„Uhhm, van haar.”

Ik zeg niks.

„Eenzijdig bestuurlijke druk uitoefenen werkt niet, is mijn inschatting. Ik hoop dat ik vanaf 1 juni aan de slag kan.”

Gaat de burgemeester dat voor u regelen met het kabinet?

„Nou, nee. Ik hoop dat interviews als deze daaraan bijdragen.”

In uw laatste jaarverslag schrijft u: ‘Internationale evenementen zullen de komende jaren de motor zijn voor duurzame groei.’ Blijft dat zo?

„Ja. Wat we hier hoofdzakelijk organiseren – evenementen gericht op de internationale uitwisseling van kennis en kunde – zal blijven. Daar ben ik van overtuigd. Ik heb deze discussie eerder gezien bij de luchtvaart. Door de komst van internet zouden mensen minder gaan vliegen, want dat was niet langer noodzakelijk. Het omgekeerde is gebeurd. De menselijke natuur is dat we elkaar willen ontmoeten. De vlucht die thuiswerken door deze crisis heeft genomen, zal zeker effect hebben, maar voor ons gaat de parallel met de opkomst van internet op. Digitale ontmoetingen zullen leiden tot nieuwe, fysieke ontmoetingen. Wij hebben hier evenementen rondom gaming. Dat speelt zich volledig virtueel af. Mensen uit Korea en Peru kunnen probleemloos tegen elkaar spelen. En juist die mensen komen naar Amsterdam om hier op een groot scherm tegen elkaar te spelen en elkaar te ontmoeten. Ik denk wel dat we een paar jaar nodig zullen hebben voor wij weer op ons oude niveau zitten, in volle omvang.”

Directies van verschillende organisaties leveren uit eigen beweging een deel van hun salaris in. U zit ruim boven de balkenendenorm. Gaat u ook inleveren?

„We zijn hierover in overleg met de aandeelhouders.”

Kom, u bent de baas.

„Als we daarmee een jaar continuïteit zouden kunnen kopen, zou dat een oplossing zijn. Maar dat is niet zo en dan is het symboolpolitiek. Daar geloof ik niet in. Als we afscheid van mensen moeten gaan nemen en iedereen die wel kan blijven, moet inleveren, dan geldt dat ook voor mij.”