Analyse

CPB-onderzoek roept vragen op

Effect leenstelsel op studenten Volgens het CPB laten middelbare scholieren zich bij het kiezen van een studie niet afschrikken door het leenstelsel. Maar het CPB-onderzoek beperkt zich tot één groep en laat een aantal cruciale vragen onbeantwoord.

Studenten protesteren in september 2018 op de Dam tegen de verhoging van de rente op studieleningen. Sind de invoering van het leenstelsel lenen studenten meer en blijven ze langer thuis wonen.
Studenten protesteren in september 2018 op de Dam tegen de verhoging van de rente op studieleningen. Sind de invoering van het leenstelsel lenen studenten meer en blijven ze langer thuis wonen. Foto EVERT ELZINGA

Kiezen scholieren met een havo- of vwo-diploma op zak minder vaak voor een vervolgopleiding uit angst voor torenhoge studieschulden?

Nee, stelt het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag, op basis van eigen onderzoek naar de effecten van het leenstelsel: de toegankelijkheid van het hoger onderwijs is níet minder geworden sinds de invoering van het leenstelsel in 2015.

Net als in het tijdperk van de basisbeurs kiest nog ongeveer 85 procent van de havo- en vwo-scholieren voor een studie aan hbo of universiteit – ongeacht het inkomen van de ouders.

De vraag is wat deze conclusie van het CPB precies zegt. Scholieren hebben immers niet zoveel keus: met alleen een havo- of vwo-diploma op zak maak je tegenwoordig weinig kans op de arbeidsmarkt.

„Je komt inderdaad niet heel ver met alleen havo of vwo”, zegt CPB-onderzoeker Jonneke Bolhaar. „Maar vóór de invoering van het leenstelsel was wel de gedachte dat deze groep zich door het leenstelsel zou laten tegenhouden om verder te studeren. Dat hebben we hiermee weerlegd.”

Het Centraal Planbureau beperkt zich in het onderzoek tot havo- en vwo-scholieren, en toont dus niet het effect van de invoering van het leenstelsel op de doorstroom van mbo-studenten naar het hbo, en van hbo-studenten naar de universiteit.

En dat terwijl juist over het effect van het leenstelsel op die groepen zorgen bestaan. Recent onderzoek van de onderwijsinspectie laat zien dat mbo’ers sinds 2015 minder vaak kiezen voor een vervolgstudie aan het hbo. Het is de vraag of dat komt door de, tot voor kort, gunstige arbeidsmarkt voor studenten met een mbo-diploma, óf door leenangst.

CPB onderzocht niet hoe leenstelsel de doorstroom van mbo en hbo raakt

Zo blijven er meer zaken onduidelijk. Het aantal studenten dat thuis blijft wonen is de afgelopen jaren weliswaar gestegen, stelt het Centraal Planbureau vast, maar ook hier is het maar de vraag of dat komt door het leenstelsel.

De cijfers kunnen vertekend zijn, schrijven de onderzoekers, omdat studenten zich tegenwoordig niet meer hoeven te registreren als thuis- of uitwonend.

Lees ook: Minister: ruimere compensatieregeling voor studenten

Verband met thuis wonen

Eerder onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) legde wél een direct verband tussen de invoering van het leenstelsel en de keuze van studenten om langer bij hun ouders te blijven wonen, zonder dat daar een administratieve verklaring voor werd gezocht.

In 2013 ging gemiddeld nog ruim 40 procent van de studenten binnen zestien maanden op kamers, vier jaar later is dat percentage gedaald naar een krappe 25 procent.

Het Planbureau zeg in een bijbehorende beleidsaanbeveling dat dit onderzoek geen argumenten biedt voor een volgend kabinet om het leenstelsel weer af te schaffen of aan te passen. „We hebben daar geen rationale voor gevonden”, zegt Bolhaar. „Afschaffen of aanpassen is een politieke keuze.”

De politieke steun voor het leenstelsel brokkelde eind vorig jaar af, nadat GroenLinks en PvdA hun handen ervan af trokken. Er is op dit moment geen meerderheid meer voor in de Tweede Kamer. Studentenorganisaties pleiten voor afschaffing van het stelsel, omdat het jongeren opzadelt met torenhoge studieschulden.

Alle onderzoeken laten zien dat studenten fors meer zijn gaan lenen

Daarin kregen ze gelijk: de gemiddelde studieschuld van 20- tot 25-jarigen steeg van 7.600 euro in 2015 naar 10.600 in 2018.

Ook het CPB-onderzoek laat zien dat studenten vaker lenen. Ze lenen bovendien meer dan voor de invoering van het leenstelsel. Maar ook hier ontbreekt een duidelijke verklaring: lenen studenten meer omdat een hogere lening tegenwoordig met één druk op de knop geregeld is? Of omdat de boodschappen en de kamerhuur duurder zijn geworden?

De vraag is vooral wat voor een volgend kabinet zwaarder zal wegen: een onderzoek dat aantoont dat scholieren zich niet laten tegenhouden door een studieschuld? Of de gevolgen op de langere termijn van diezelfde studieschuld?

Dat die langetermijngevolgen groot zijn, bleek vorig jaar in het rapport Hoge verwachtingen van de Sociaal-Economische Raad (SER). Hierin uit de SER ernstige zorgen over het leenstelsel. De gevolgen daarvan gaan „verder dan het opbouwen van een studieschuld”: jongeren zouden vanwege hun hoge schulden belangrijke fases in het leven, zoals het kopen van een huis en het krijgen van kinderen, uitstellen.

Het onderzoek van het CPB besteedt hier nauwelijks aandacht aan. Dat is iets voor de komende jaren, zegt onderzoeker Bolhaar. „Wat we nu hebben onderzocht is een stukje van de puzzel. Pas over een aantal jaar kunnen we de andere stukjes goed in kaart brengen.”