Opinie

Bij de coronasteun begint de moeilijke fase nu pas

noodpakket

Commentaar

Er gloort licht aan het einde van de tunnel: maandag werden de lockdownmaatregelen in Nederland verder versoepeld. In de meeste landen om ons heen gebeurt met nationale varianten en de nodige voorzichtigheid hetzelfde. Maar terwijl de burger zijn optimisme aarzelend hervindt, geldt dat nog niet voor ondernemers. Volgens een onderzoek van het CBS verwacht bijna de helft dat het voortbestaan van hun bedrijf in gevaar komt als de coronacrisis langer dan een half jaar duurt.

Dat tekent de fase waarin Nederland nu met de crisisbestrijding is. De overheid heeft ruimhartig financiële steun gegeven om bedrijven te helpen de tijd te overbruggen dat zij niet hebben kunnen functioneren.

Vanaf nu wordt dat lastiger. Want hoe levensvatbaar is, om maar een voorbeeld te noemen, een Amsterdamse ‘Nutellawinkel’ als het toerisme in de hoofdstad lange tijd niet herstelt? Moeten bedrijven die in de economie van straks misschien niet meer levensvatbaar zijn, nog steeds worden ondersteund? En wie beslist dat? En dan zijn er ook prachtige bedrijven die toch wat langer nodig zullen hebben om te overleven.

Zo gaat het plan van de overheid langzaam over van ‘liquiditeitssteun’ in ‘solvabiliteitssteun’. De overwegingen daarbij worden moeilijker. Nu al stevent het kabinet af op een begrotingstekort van zo’n 12 procent van het bbp. Verdere uitgaven aan de coronacrisis zullen gerichter en beredeneerder moeten zijn dan de pot met geld die, terecht, in de eerste fase over Nederland is uitgestort. Die steun was technocratisch. Nu wordt hij, onontkoombaar, een verdelingsvraagstuk. En dus politiek.

Voorkomen moet worden dat de economie ‘littekens’ krijgt, zoals het Internationaal Monetair Fonds dat noemt. Industrie en dienstverlening mogen geen onnodige schade oplopen. Anders wordt het pad naar herstel van economie en welvaart te smal.

Anderzijds komen er, vroeg of laat, budgettaire beperkingen in zicht. Nederland mag zich, door een verstandig begrotingsbeleid, gelukkig prijzen over relatief veel financiële munitie te beschikken. Maar ook aan de hoogte van begrotingstekorten zijn grenzen. De reputatie op de kapitaalmarkt moet behouden blijven om goedkoop te kunnen blijven lenen. En het vooruitzicht van te harde bezuinigingen in de toekomst kan een economisch herstel bemoeilijken.

Hoe lastig de keuzes gaan worden bleek afgelopen weekeinde al. Minister Koolmees (D66, Sociale Zaken) werkt aan een tweede noodpakket voor de coronacrisis. Hij zei de huidige financiële ‘straf’ op ontslagen te willen laten vervallen voor bedrijven die de NOW-looncompensatie ontvangen.

Dat leidde tot felle kritiek van PvdA en SP. Maar bedrijven zullen toch de mogelijkheid moeten krijgen zichzelf te hervormen voor de tijd ná de crisis. Dit probleem speelde al bij Air France-KLM, dat met een vermindering van het aantal medewerkers vooruit wilde lopen op het tijdperk waarin er straks duurzaam minder vraag kan zijn naar vluchten.

Zo zijn er vanaf nu tal van dilemma’s en lastige keuzes, die verder worden gecompliceerd door het verloop van de pandemie zelf. Ze gelden voor zichtbare branches als toerisme, cultuur of horeca. Maar ze gaan ook op voor de minder tot de verbeelding sprekende industrie en dienstverlening. Van vliegtuigonderdelen tot poederverven, van leervet tot fijnchemie. Het makkelijke deel van de reddingsoperatie is achter de rug. De moeilijkheden komen nu pas. Het tactisch denken is voorbij, de strategie begint.