Autobranche wacht gelaten af, consument kiest voor occasion

Klanten blijven weg De verkoop van auto’s, nieuw en oud, is fors gedaald. Zowel koop als verkoop moet worden gestimuleerd, vindt de branchevereniging.

Klanten van autobedrijf Jan Hop waren de afgelopen weken alleen welkom op afspraak.
Klanten van autobedrijf Jan Hop waren de afgelopen weken alleen welkom op afspraak. Foto Merlin Daleman

Een plastic hoes om het stuur, de stoel en de versnellingspook, en daarna de deurklink en sleutel ontsmetten. Het duurt hooguit drie minuten extra voor een proefrit kan worden gemaakt. Ook de showroom behoefde weinig aanpassingen, op desinfecterende handgel bij de ingang en vloerstickers na.

Het verkopen van auto’s gaat „niet ineens heel anders”, zegt Thijs Weeda, verkoopdirecteur van autobedrijf Van Zessen. Ook voor de uitbraak van het coronavirus bood de „middelgrote dorpsdealer” uit Lexmond proefritten aan huis aan en konden auto’s via beeldbellen worden bekeken. In de showroom was daarnaast begin dit jaar al voldoende ruimte om afstand te bewaren.

In Roosendaal koos autobedrijf Jan Hop naast videobellen voor een andere aanpak, legt verkoopdirecteur Erik Reijns uit. Wie zijn showroom met onder meer fourwheeldrives wilde bezoeken, was alleen welkom op afspraak. Sinds twee weken zijn de deuren weer de hele dag geopend, al staan de auto’s nog wel op slot.

Bij beide dealers bleven klanten weg. In de eerste weken van de coronacrisis verkocht Weeda niet meer dan vier auto’s per week, in plaats van de gebruikelijke vijftien tot twintig. Reijns maakte dagen mee waarop slechts één afspraak stond gepland. Inmiddels is het in zowel Lexmond als Roosendaal iets drukker, al blijft de verkoop nog ver achter bij wat gebruikelijk was.

De autobranche wordt zwaar getroffen door het coronavirus. In april werden 15.373 nieuwe auto’s op kenteken gezet in Nederland, 53 procent minder dan een jaar eerder. In maart daalden de verkopen al met bijna een kwart. Brancheclubs RAI Vereniging en Bovag, die de cijfers bijhouden, wagen zich nog niet aan een nieuwe prognose voor 2020.

Economische thermometer

De terugval kwam niet als een verrassing, zegt Steven van Eijck, voorzitter van de RAI Vereniging. „Maar we moeten niet vergeten dat we geen complete lockdown hebben gehad.” Klanten bleven weg, ook al waren de autodealers open. Daalt het economisch vertrouwen, dan is uitstel van grote aankopen een logische eerste reactie. Het aantal autoverkopen is daarmee „een soort thermometer” die laat zien hoe de economie ervoor staat, aldus Van Eijck.

Daarbij komt nu dat al bijna twee maanden nauwelijks auto’s worden gemaakt. Omdat veel auto’s op bestelling worden geproduceerd, lopen levertijden op voor wie er nog wel een wil. Twee derde van de mensen die ‘voor corona’ van plan waren een auto te kopen – nieuw of tweedehands – wil dat nog steeds, concludeerde Bovag eind april op basis van een enquête onder consumenten.

De autoproductie in Europa loopt tot nu toe zeker 2,3 miljoen auto’s achter op de normale situatie

Meer dan 90 procent van de autofabrieken in Europa legde de productie halverwege maart stil. Een groot deel daarvan is inmiddels weer in bedrijf, hoewel zij volgens de Europese brancheorganisatie ACEA nog lang niet op hun gebruikelijke capaciteit fabriceren. Tot nu toe loopt de productie in Europa zeker 2,3 miljoen auto’s achter op de normale situatie.

De coronacrisis legt het „enorme probleem” van de ketenafhankelijkheid in de auto-industrie bloot, zegt Van Eijck. De grote fabrieken zetten auto’s in elkaar met onderdelen die afkomstig zijn van wereldwijde toeleveranciers. Om kosten te besparen wordt een minimale voorraad aangehouden. De industrie komt echter niet volledig op gang zolang ieder land zijn lockdownmaatregelen op een ander moment versoepelt. Als bijvoorbeeld de Italiaanse fabriek voor brandstofpompen al open is maar de Franse stoelenfabriek niet, kan geen complete auto worden gemaakt.

De stagnerende toelevering lijkt vooralsnog niet voor problemen te zorgen bij Nederlandse dealers, aangezien ook de vraag is afgenomen. Bij de circa vijftig vestigingen van de Broekhuis Groep „was en is” bijvoorbeeld nog voldoende voorraad „om de klant te bedienen”, laat een woordvoerder weten. Verkoopdirecteur Weeda uit Lexmond wacht nog op drie auto’s die vorige maand geleverd hadden moeten worden. Andersom zijn er ook weinig signalen dat zich voorraden bij dealers opstapelen.

Lees ook: De autofabriek komt langzaam weer op gang

Occasions

Veel autodealers zijn niet afhankelijk van de verkoop van nieuwe auto’s alleen. Zij kunnen deels terugvallen op de handel in tweedehandsauto’s, reparaties en onderhoud. Weeda spreekt van „een gezonde doorloop” in de werkplaats waardoor het verlies beperkt zal blijven. De periodieke autokeuring kan immers moeilijk worden uitgesteld. Op de werkplaatsen van Broekhuis komen ook voldoende auto’s binnen, al is de agenda wel voor één in plaats van twee weken gevuld. Op enkele uitzonderingen na zijn, tegen de verwachting van branchevereniging Bovag in, voldoende onderdelen beschikbaar voor reparaties.

De tweedehandsmarkt wordt tot nu toe minder zwaar getroffen door de coronacrisis, blijkt uit cijfers van Bovag. Landelijk verkochten dealers in april ruim 26 procent minder occasions dan vorig jaar.

In Roosendaal ziet Reijns de vraag van zijn klanten verschuiven naar occasions. „Mensen willen een buffer hebben”, zegt de verkoopdirecteur. Door hun oorspronkelijke budget te verlagen, vallen zij terug op een gebruikte wagen.

Van Eijck waarschuwt autodealers te waken voor optimisme. „We zijn er nog lang niet”, stelt de voorzitter van de RAI Vereniging. De lagere verkoop houdt naar verwachting in elk geval tot in het derde kwartaal aan, verder is nog veel onzeker. Doen dealers er bijvoorbeeld verstandig aan de prijs van occasions gelijk te houden, of moet die juist omlaag zodat in het wagenpark ruimte wordt gemaakt voor leaseauto’s die terugkomen?

Het in kaart brengen van de gevolgen op langere termijn is „echt koffiedik kijken”, zegt Van Eijck. Onderzoeken moeten uitwijzen wat de anderhalvemetersamenleving betekent voor de vraag naar mobiliteit. Hoeveel bedrijven nemen afscheid van leaseauto’s die ongebruikt voor de deur staan, nu thuiswerken voorlopig de norm blijft? Schaffen werknemers die hun zakelijke auto moeten inleveren een eigen auto aan? Hoeveel automobilisten nemen noodgedwongen afscheid van wat luxe? „Het is ontzettend moeilijk om te bepalen welke kant we opgaan.”

Twee kanten

De automarkt moet zowel aan de koop- als verkoopkant worden gestimuleerd, stelt Van Eijck. Als de fabrieken weer op maximale capaciteit draaien, moeten zij niet met voorraad blijven zitten. Andersom moeten nieuwe auto’s snel geleverd kunnen worden als de vraag ernaar weer toeneemt.

De RAI Vereniging lobbyt voor een zogeheten slooppremie om de vraag naar nieuwe auto’s te stimuleren. Die moet het aantrekkelijk maken bijvoorbeeld een oude dieselauto in te ruilen, wat weer bijdraagt aan het milieu. Hoe ‘schoner’ iemand gaat rijden ten opzichte van zijn oude auto, hoe hoger de premie. Een vergelijkbare aankoopsubsidie wordt naar verwachting binnenkort ingevoerd in Duitsland.

Weeda en Reijns beseffen dat het hoe dan ook een zwaar jaar gaat worden, maar zijn allang blij dat hun deuren open konden blijven. Beiden hebben hun verwachtingen voor 2020 inmiddels overboord gegooid. Reijns drukt zijn doelstelling voorlopig maar niet meer in cijfers uit. De opgave is simpel: op de meest veilige manier zoveel mogelijk auto’s proberen te verkopen.