Opinie

Alsof jij zelf zo jong bent

Dagboek Coronavirus

Ik wachtte in de rij voor mijn tabaksboer. Voor mij stond een restauranthouder, die ik kende van gezicht, ook al was het maar voor de helft zichtbaar boven zijn mondkapje. Hij was in gesprek met een forse man die een hoed droeg.

„Ik zal je zeggen wat het is”, zei de restauranthouder. „Het is collectieve zelfmoord.”

„Het is oorlog”, zei de forse man.

„In tijden van oorlog sturen we sterke, gezonde mannen, die blaken van jeugd en toekomst, naar het front om hun leven te geven voor het gemeenschappelijk belang. Dit is een situatie waarin de ouderen iets terug hadden kunnen doen. Het virus had het op hen voorzien. Dit was hun oorlog. We zijn aangevallen door een virus dat voor jonge, gezonde mensen tamelijk onschadelijk is, maar de ouderen hebben geweigerd zich op te offeren voor het gemeenschappelijk belang en hebben opnieuw van de jeugd geëist dat zij haar toekomst op het spel zet om kwetsbare ouderen te ontzien.”

„Alsof jij zelf zo jong bent”, zei de forse man.

„Precies”, zei de restaurateur. „Als ik beademd had moeten worden, zou ik hebben geweigerd. Geef mijn plek maar aan een jongere.”

„Dat zeg je nu.”

„Ik meen het. En ik wil niets zeggen, maar jij met je overgewicht –”

„Je hebt gelijk”, zei de forse man. „Waarschijnlijk zouden ze mij niet eens hebben willen behandelen. En ik heb niets. Nog geen kuchje ontsnapt aan mijn lippen. Maar iedereen kijkt mij vuil aan, omdat ik eruitzie als een wandelende risicogroep en een gevaar vorm voor de gemeenschap. We erkennen nog maar één morele waarde en dat is de volksgezondheid. We leven in een sanitaire dictatuur. Wanneer open jij weer?”

„Heb jij de voorschriften van de INAIL gezien? Met alle nieuwe regels heeft het geen zin om te openen.”

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.