‘Zonnepanelen straks te duur voor huurhuis’

Woningcorporaties Het kabinet wil zonnepanelen soberder subsidiëren. De Kamer wil niet dat de sociale huurder daarvan slachtoffer wordt.

Huurhuizen van corporatie Mitros in Nieuwegein. De bewoners die dat wilden, konden in 2018 zonnepanelen op hun dak krijgen. Als de subsidieregeling wordt versoberd, loont dat wellicht niet meer.
Huurhuizen van corporatie Mitros in Nieuwegein. De bewoners die dat wilden, konden in 2018 zonnepanelen op hun dak krijgen. Als de subsidieregeling wordt versoberd, loont dat wellicht niet meer. Foto Michiel Wijnbergh/HH

De Tweede Kamer keert zich tegen het plan van minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) om de subsidiëring van zonnepanelen te versoberen. Dat komt vooral doordat die panelen in het nieuwe voorstel, dat de huidige ‘salderingsregeling’ moet vervangen, niet meer lucratief zijn voor huurders van corporatiewoningen.

In schriftelijk overleg met de minister noemt het CDA het „bijzonder ongewenst” als sociale woningbouw in de praktijk buiten de regeling valt. Het gaat om 2,4 miljoen woningen, bijna een derde van het totaal in Nederland.

Ook andere coalitiepartijen vinden de mogelijke achterstelling van huurders zorgelijk. „Of je een huis bezit of een huis huurt, zonnepanelen moeten lonen”, zegt Tweede Kamerlid Matthijs Sienot (D66). „Dat moet, op welke manier dan ook, het uitgangspunt zijn.”

Carla Dik-Faber (ChristenUnie) benadrukt dat „iedereen in de energietransitie mee moeten kunnen doen, ook mensen met een wat smallere beurs. De nieuwe salderingsregeling moet ook geschikt zijn voor sociale huurwoningen”.

Minister Wiebes probeert al drie jaar een subsidieregeling op te tuigen die de huidige moet versoberen, zoals in het regeerakkoord uit 2017 is bepaald. Volgens het kabinet is de lopende salderingsregeling, die de schatkist inmiddels jaarlijks 240 miljoen euro kost, te riant geworden, onder meer doordat zonnepanelen goedkoper zijn geworden.

Zonnestroom die niet direct wordt gebruikt, wordt aan het netwerk afgestaan. Het opgebouwde ‘tegoed’ kan later – belastingvrij – worden gebruikt. Dit salderen wordt in de plannen van Wiebes vanaf 2023 geleidelijk afgebouwd. Over tien jaar mag nog maar 28 procent van de ‘eigen’ stroom worden gesaldeerd. Een jaar later, in 2031, is van salderen geen sprake meer. Wie dan stroom aan het net levert, krijgt alleen nog een bescheiden vergoeding van zijn energiebedrijf.

Wachten op rendement

Wiebes heeft TNO gevraagd de financiële gevolgen te berekenen. Voor huiseigenaren loopt het rendement terug en zijn de panelen in maximaal negen jaar terugverdiend. Nu is dat vijf tot zeven jaar. Wie in de huidige kabinetsperiode (dus uiterlijk in 2021) panelen aanschaft, verdient die normaal gesproken nog binnen zeven jaar terug. Wie later instapt, moet langer op zijn rendement wachten. „Daar zijn we als D66 ook heel kritisch op”, zegt Sienot. „De minister heeft altijd gesproken van een periode van zeven jaar.” Voor corporaties heeft TNO geen berekeningen gemaakt, omdat, aldus Wiebes, „de salderingsregeling niet specifiek [is] ontworpen voor de sociale huursector”.

Volgens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft de sociale verhuur andere mogelijkheden om zonnepanelen op het dak lucratief te maken. Zo kunnen corporaties gebruikmaken van andere subsidies, zoals SDE+ voor duurzame energie. Verder hebben corporaties door aanpassingen in de Woningwet volgens EZK meer mogelijkheden om op grote schaal zonnepanelen te plaatsen.

Volgens Roland van der Klauw van de stichting Wocozon, die voor veel corporaties de financiële afhandeling en plaatsing van zonnepanelen verzorgt, verlaagt de huidige salderingsregeling de energierekening van de sociale huurder gemiddeld met 5 euro per maand per paneel, waarbij een paneel maandelijks ruim 2 euro kost.

„Als die saldering geleidelijk wegvalt, is het voor corporaties niet meer rond te rekenen. Een huurder wil niet zoals een huiseigenaar zeven jaar wachten voordat er een voordeel is”, zegt de voormalige TNO-specialist. „We zijn er nipt in geslaagd een constructie te vinden waarin de huurder nu een redelijk voordeel heeft en de corporatie in twintig jaar uit de kosten komt.”

Vorig jaar was 7,3 procent van de sociale huurwoningen voorzien van panelen. „Maar in de aanloop naar de nieuwe regeling ligt nu bijna alles stil bij corporaties”, zegt Van der Klauw. „Alleen het directe gebruik van je eigen stroom levert straks nog iets op, als bijvoorbeeld de wasmachine draait terwijl de zon schijnt. Gevolg is dat veel corporaties hooguit drie panelen op het dak willen gaan leggen, maar van zulke ‘excuuspanelen’ willen we juist af.”

Bommetje onder draagvlak

Toen de afbouw van de salderingsregeling eind vorig jaar bekend werd, pleitte Aedes – de koepel van woningcorporaties - ervoor eerst de gevolgen voor huurders te analyseren en zo nodig een uitzondering voor corporaties te maken.

Kamerleden benadrukken dat het buitenspel zetten van miljoenen huurders ingaat tegen de gedachte dat de energietransitie een zo breed mogelijk draagvlak moet hebben. Agnes Mulder, Kamerlid voor het CDA: „Sociale huurders vormen een van de belangrijkste groepen die mee moeten kunnen doen en dan lijken ze tussen wal en schip te vallen. Het mag niet zo zijn dat alleen mensen met een eigen huis van zonnepanelen profiteren.”

Volgens Sandra Beckerman (SP) zet de teruglopende saldering huurders op het tweede plan, terwijl de meeste klimaatsubsidies toch al naar de hogere inkomens gaan. „Als je alleen maar moet betalen voor klimaatbeleid en er zelf nooit de vruchten van kan plukken, is dat een bommetje onder het draagvlak. Er is al veel weerstand tegen windturbines en zonneparken, maar dat geldt niet voor zon op dak: dat moet dan toch de meest logische oplossing zijn.”

Voor D66 en CDA is het niet noodzakelijk dat juist de salderingsregeling sociale huurders in staat stelt profijtelijke panelen te krijgen. Dat mag van beide partijen ook via andere regelingen. „Er is al wat gebeurd”, zegt Sienot van D66. „Er is extra geld in het kader van Urgenda en met de SDE+-subsidies ligt er voor 4 miljard euro op de plank. Daarop kunnen de woningbouwcorporaties ook aanspraak maken, en dan wil ik wel weten of corporaties dan nog steeds niet uit kunnen komen.”

Volgens Mulder is de vorm – saldering of niet – ondergeschikt. „Als corporaties andere middelen krijgen om huurders mee te laten doen, is dat ook prima. Voorwaarde is dat ze ook kunnen profiteren.”

Geen alternatieven

Van der Klauw van Wocozon ziet in de praktijk geen alternatieven die voor een bewoner van een sociale huurwoning de salderingsregeling kunnen vervangen. Zo is de SDE+-regeling vooral bestemd voor grote, efficiënte projecten, waardoor voor kleinere projecten de vergoeding uit de subsidiepot onvoldoende is om het rendabel te maken. Van de extra gelden uit de nieuwe Urgenda-maatregelen verwacht Van der Klauw ook niet veel. „Daarmee kun je in een jaar hoogstens tienduizend woningen – op een totaal van 2,4 miljoen – renoveren en van panelen voorzien. Het helpt, maar het is van een andere orde van grootte dan de salderingsregeling.”