Zo brak mediabedrijf Caixin door de Chinese censuur heen

Coronaverslaggeving Mediabedrijf Caixin baarde opzien met onthullende artikelen over de uitbraak van het coronavirus. Daarmee werd het medium een zeldzame en betrouwbare bron voor internationale media. „Ze weten precies waar de rode lijnen lopen.”

De kleine verslaggeefster van het Chinese mediaconcern Caixin zucht terwijl ze nog een hap van haar pasta neemt. „Ik was heel graag naar Wuhan gegaan toen daar de coronacrisis uitbrak, maar ik kon niet”, vertelt ze in een modern café om de hoek van haar redactie. „Ik had net mijn arm gebroken.”

Vier andere journalisten van Caixin gingen wel: „Die zaten er tijdens de hele periode van 76 dagen dat Wuhan op slot was: twee verslaggevers, een fotograaf en een redacteur”, vertelt de journaliste. „Ook hebben we veel verhalen vanaf de redactie bij elkaar gebeld.” Dat leidde tot onthullende artikelen over het begin van de crisis in de centraal-Chinese stad. Verhalen die afweken van al het positieve en geruststellende nieuws dat de staatstelevisie bracht. De verhalen van Caixin waren zo onthullend en ontluisterend dat ook internationale media ze overnamen. Die zagen Caixin steeds meer als waardevolle bron in een stad waar nog nauwelijks buitenlandse journalisten zaten.

Het meest spraakmakende verhaal was het interview met de arts Li Wenliang. Li meldde als een van de eersten dat er in Wuhan sprake was van een nieuwe, besmettelijke longziekte die leek op SARS. Dat nam de overheid hem niet in dank af. Hij kreeg een spreekverbod opgelegd. Toch wist Caixin hem tot een gesprek te verleiden. Kort voordat de arts zelf aan Covid-19 zou overlijden. Zijn uitspraak: „Een gezonde maatschappij heeft meer dan één stem nodig”, opgetekend door Caixin, werd de leuze van iedereen in China die zich ergerde aan de aanvankelijke zwijgzaamheid en inertie van de overheid. Het virus zou niet van mens op mens overdraagbaar zijn, er was niets aan de hand en maatregelen waren niet nodig. Die opstelling is desastreus gebleken voor de verspreiding van het virus.

Toen de inwoners van Wuhan eind maart eindelijk de as van hun overledenen mochten komen ophalen bij de crematoria, was het de fotograaf van Caixin die vrachtwagens vol urnen fotografeerde. Het waren er veel meer dan nodig voor het officiële aantal coronadoden. Dus: klopte dat aantal wel? Die vraag is in China nog steeds taboe. Hoe komt het dat Caixin zulke gevoelige vragen wel kan stellen, terwijl andere Chinese media er het zwijgen toe doen? De journaliste wil er graag over praten, maar niet op de redactie. Eigenlijk mag ze niets zeggen: voor een interview met een buitenlands medium moet toestemming van bovenaf zijn, en die komt er niet makkelijk.

Kampioen corruptieschandalen

De redactie zit aan de overkant van de straat in een modern kantoorgebouw. Er werken zo’n vierhonderd mensen. Een deel daarvan zit links van de ingang: dat is de Chinese redactie. Rechts zitten de buitenlandse, Engelstalige redacteuren en de mensen die rapporten schrijven voor de zakelijke markt: een belangrijke inkomstenbron voor Caixin.

Op die redactie werkt ook een 29-jarige Brit, en ook hij blijft liever anoniem. „De leiding van Caixin onderhoudt zeer goede connecties met China’s politieke elite”, denkt hij. „Ze weten precies waar de rode lijnen lopen die je niet over mag”, aldus de Brit. „Zo zal Caixin zich nooit wagen aan onderwerpen als de werkkampen voor Oeigoeren in Xinjiang, aan Tibet of aan eigen verslaggeving over de protesten in Hongkong: dat kan Caixin zich als Chinees medium niet veroorloven.”

De as van een coronadode wordt vanuit een uitvaartcentrum in Wuhan meegenomen Foto EPA

Caixin is niet groot, maar wel zeer invloedrijk. Vlaggenschip van de mediagroep is nog steeds het Chineestalige Caixin-weekblad, dat in een oplage van zo’n 200.000 stuks verschijnt. Dat is weinig in een land met 1,4 miljard inwoners, maar het komt wel terecht op de bureaus van de mensen die ertoe doen: hoge ambtenaren, leden van de politieke elite en belangrijke zakenmensen.

De mediaorganisatie richtte zich oorspronkelijk vooral op financieel-economisch nieuws, een beetje als het Amerikaanse Bloomberg. Dat was voordelig en handig: er was steeds meer behoefte aan betrouwbare financiële informatie.

Die behoefte hadden beleidsmakers binnen de overheid ook, en daarom verliep juist financieel-economische verslaggeving in China lange tijd vrij probleemloos. De overheid stond toe dat financiële schandalen boven tafel werden gehaald. Het maakte de economie als geheel gezonder zonder dat er politieke risico’s aan kleefden. Caixin was lange tijd kampioen corruptieschandalen melden. Inmiddels worden de Engelstalige site en de nieuwsbrieven van CaixinGlobal steeds belangrijker. Caixin wil naar verluidt het bedrijf in Hongkong naar de beurs brengen, misschien ook om minder vatbaar te zijn voor de grillen van de Chinese overheid.

Lees ook het eerdere stuk van correspondent Garrie van Pinxteren over Caixin: De urnen in Wuhan wijzen op meer doden dan China claimt

De Britse journalist werkte eerder voor Sixth Tone, dat ook met verhalen kwam die de randen opzochten van wat in China is toegestaan. Maar toen Sixth Tone te groot werd en de verhalen te zeer begonnen op te vallen, nam de speelruimte snel weer af. „We kregen een nieuwe leiding die geen risico’s meer durfde te nemen, die zijn oren liet hangen naar de overheid. Tijd voor mij om op te stappen.”

Staatspersbureau Xinhua zou ook graag invloedrijk zijn in het buitenland, maar wordt in het Westen veel minder vertrouwd

Bij Caixin bevalt het hem beter, al mag hij niet zelf verslag doen. „Ik heb geen perskaart, en zonder zo’n perskaart mag je hier niet werken”, zegt de Brit teleurgesteld. Hij studeerde Chinees aan de universiteit van Oxford. Bij Sixth Tone lieten ze hem wel af en toe eigen verslagen maken. Caixin is daar veel strenger in, want de leiding van de organisatie wil niet gepakt kunnen worden op dergelijke overtredingen van de wet. Ook werkt de redactie ontzettend nauwkeurig: feitelijke onjuistheden zijn absoluut taboe, want daarmee maakt Caixin zich kwetsbaar voor critici die de organisatie het liefst vandaag nog de nek zouden omdraaien.

Invloedrijke, internationale lezers

Volgens de Chinese verslaggeefster wordt Caixin getolereerd omdat alleen een kleine, invloedrijke elite de verhalen leest. Het papieren tijdschrift heeft een verspreiding van enkele honderdduizenden: weinig voor een land met 1,4 miljard inwoners. „We zijn veel invloedrijker buiten China dan erbinnen”, schat de journaliste in. Andere media zoals staatspersbureau Xinhua zouden ook maar al te graag invloedrijk zijn in het buitenland, maar ze worden vooral in het Westen veel minder vertrouwd. De overheid en de Partij sturen deze media veel directer aan.

De nadruk op de Engelstalige website en nieuwsbrieven is ook niet zo gek als je kijkt naar de toenemende censuur binnen China zelf. „Het censuurapparaat is vooral toegespitst op Chinese, niet op Engelstalige media”, aldus de Britse journalist. In het Engels slipt er meer tussendoor dan in het Chinees. Zou Caixin daarmee kunnen uitgroeien tot een Chinese New York Times? Onlangs wees China liefst 15 voornamelijk Amerikaanse journalisten uit, het wordt steeds moeilijker voor de overgebleven correspondenten om hun werk in China nog te doen. Bronnen zijn steeds banger om met buitenlandse media te praten. De Chinese overheid laat ook steeds explicieter haar ongenoegen over buitenlandse verslaggeving blijken. Dus daar ligt een gat, zou je denken.

Toch ziet de verslaggeefster van Caixin het niet gebeuren. „We worden te vaak afgekapt. We hebben misschien 70 procent kunnen achterhalen van wat er echt rondom Corona is gebeurd en daarvan konden we maar 30 procent publiceren.”

De eerste besmetting

Zo was er het verhaal dat er in de Oost-Chinese kuststad Qingdao veel meer besmettingen waren dan gemeld. „Ik had daar maar één bron voor, een arts in het ziekenhuis, maar niemand anders durfde te praten. Ik kon het niet publiceren, want met maar één bron was het verhaal niet sterk genoeg”. De meest wezenlijke vragen over de epidemie kan ook Caixin niet beantwoorden. „Zo kennen we de ware omvang van de epidemie niet. We weten niet hoeveel doden er echt zijn gevallen, hoeveel mensen er besmet zijn geraakt”, zegt de verslaggeefster. „De vroegst bekende patiënt was niet op de Huanan-markt in Wuhan. Waar komt die eerste besmetting dan wel vandaan? Dat hebben we niet kunnen achterhalen.”

Gedenkplaats voor dokter Li Wenliang. UCLA campus, Californië Foto AFP

Caixin weet ook niet wie binnen de overheid welke verantwoordelijkheid draagt voor de verspreiding van het virus. „Ze hebben de centrale overheid voorgelogen, maar wie precies? En waarover heeft de centrale overheid zelf gelogen?”

Ook al wist Caixin daar wel het antwoord op, dan nog zouden ze dat niet publiceren. Dan zou het concern in conflict komen met het Propagandabureau, een overheidsafdeling die hoofdredacteuren kan benoemen en ontslaan en dat desnoods een heel medium sluit. Het bureau laat dagelijks weten welke onderwerpen taboe zijn, en welke onderwerpen alleen in een bepaalde vorm aan bod mogen komen. Die instructies zijn geheim.

Caixin heeft te maken met een steeds strenger politiek klimaat. Daarbij heeft het concern wel voordeel van de eigendomsstructuur. Die is behoorlijk ingewikkeld, maar het mediabedrijf is in elk geval geen direct of indirect eigendom van de Chinese staat of van de CPC. Dat maakt Caixin minder kwetsbaar voor directe overheidsbemoeienis. Maar dat de journalisten zulke opzienbarende verhalen over corona konden maken, heeft het medium toch vooral te danken aan de goede contacten en het strategisch inzicht van de oprichter, Hu Shuli. De in 1953 geboren journaliste is een beroemdheid.

Ze kent niet alleen de Chinese vice-president Wang Qishan persoonlijk, ze sprak ook op het World Economic Forum en zit in de adviesraad van het Britse persbureau Reuters. Zij heeft de relaties, zij weet gevoelige onderwerpen op het juiste moment in de publiciteit te brengen. Zij weet als geen ander optimaal gebruik te maken van de minimale speelruimte die media in China nog hebben. „En zo iemand heb je nodig”, zegt de Britse journalist, die blij is dat hij voor Caixin mag werken.