Opinie

Voor lul

Ellen Deckwitz

Mijn neefjes (13 en 11) wilden mondkapjes en dan geen wegwerp want slecht voor het milieu, maar zelfgemaakte. Over het ontwerp hadden ze al nagedacht: er moesten slagtanden op worden getekend, zodat de drager leek op het monster Venom uit Spider-Man, wiens gezicht voor de helft uit gebit bestaat. Mijn zus, die in het kader van basisvaardigheden haar kinderen al jaren aan het naaien probeert te krijgen, sprong een gat in de lucht, en zondagmiddag stond ik in haar achtertuin, want de eerste naailes van mijn neven wilde ik echt niet missen.

Mijn zus legde uit hoe je stof afspeldt en de jongens bootsten het soort van na. Ze waren vooral aan het geinen, de jongste had net de andere betekenis van naaien geleerd en kreeg regelmatig de slappe lach. Terwijl we dingen uitlegden als omzoomen en afhechten, waren zij vooral aan het keten, waardoor hun eerste kapje eruitzag als een maandverband dat te grazen was genomen door een rottweiler.

„Kan je het nog één keer voordoen?”, vroeg de oudste aan mijn zus, en hop, ze maakte er weer een, vergezeld met dezelfde uitgebreide instructies. Toen hij af was, zei de jongste dat hij toch niet goed had opgelet. En mijn zus, als het op haar kinderen aankomt geduldiger dan een slakkendompteur, begon overnieuw. Na een uurtje had ze zes exemplaren af.

„Nu jullie”, zei ze, en daar begonnen de heren te klagen. Of zij deze niet mochten hebben, die waren toch al klaar, en ze hoefden het toch niet te leren als hun moeder het al kon. De jongste zei zelfs dat naaien niets voor jongens was (het verbaast me nog steeds dat mijn zus hem na die uitspraak niet meteen op Marktplaats te koop aanbood).

‘Oké”, zei ze, inmiddels een blos van ingehouden woede op de kaken, „dan nemen jullie deze. Jullie wilden er slagtanden op?” De jongens blij knikken. Ze liep even naar binnen om haar textielstift te pakken, bleef een tijdje weg en kwam weer terug.

,,Hier mannen, jullie kapjes”, zei ze en legde de zes fabricaatjes voor hen neer. Op ieder mondkapje, aan beide kanten, had ze een enorme piemel met behaarde ballen getekend.

„Maar deze willen we niet”, sputterde de oudste, „dan lopen we voor...”

„Lul?”, zei ze. „Gelukkig heb ik je net geleerd hoe je ze zelf kan maken.”

Jammerend sloegen ze alsnog aan het naaien. Van een afstandje keek mijn zus verzaligd toe.

„Je bent een genie”, zei ik.

,,Nee joh”, zei ze, „ik heb gewoon gebruikgemaakt van het feit dat ze op die leeftijd nog lekker ijdel zijn. Is de perfecte remedie tegen luiheid. Laat het nog maar heel lang duren voor ze de volwassenheid bereiken, daar steken ze tenminste nog wat van op.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.