Reportage

Shoppen mag weer in het symbool van de Turkse middenklasse

Winkelcentra In Turkije mogen de winkelcentra als eerste weer open. Maar veel winkeliers vrezen voor hun bedrijf.

Foto ADEM ALTAN/AFP

Voor winkelcentrum Demirören in het centrum van Istanbul staat een cameraploeg verveeld te roken. Ze willen filmen hoe de beveiligers met een klein wit pistool de temperatuur meten van bezoekers. Maar er is vrijwel niemand. De eerste verdieping is zelfs nog donker. Op de andere etages zijn aan het begin van de middag slechts enkele winkels open. Personeel van kledingketen Koton hangt de zomercollectie in de etalage. „We bereiden ons voor op de grote heropening op 1 juni”, zeggen ze.

Een enkel winkelcentrum, zoals Cevahir in de centraal gelegen wijk Sisli, is maandag nog gesloten. Nietsvermoedende bezoekers worden door beveiligers weggestuurd. Maar voor andere winkelcentra, zoals in de buitenwijk Beylikdüzü, staan ’s middags al lange rijen mensen met mondkapjes te wachten voor de temperatuurcontrole. Sommigen houden zich aan de regels voor social distancing, die officieel nog altijd gelden, maar anderen staan vlak naast elkaar te kletsen.

Turkije maakte maandag een voorzichtig begin met het versoepelen van de maatregelen tegen corona. Winkelcentra, schoonheidssalons en kappers mogen als eerste hun deuren weer openen. Daarnaast worden de reisbeperkingen in zeven provincies met weinig besmettingen opgeheven. Na het Suikerfeest op 24 mei, dat het eind van de ramadan en het begin van de vakantie inluidt, zullen meer maatregelen en reisrestricties worden versoepeld.

‘Bondgenoten van Erdogan’

Het besluit om winkelcentra als eerste te openen, stuit op kritiek van de Turkse oppositie. Turkije heeft met 137.000 bevestigde coronabesmettingen en 3.739 doden de op acht na grootste uitbraak ter wereld. Sinds begin april geldt in weekeinden en op nationale feestdagen een lockdown in 31 grote steden.

Minister van Gezondheid Farhettin Koca wees er zondag op dat het aantal nieuwe diagnoses daalt en het aantal herstelde patiënten stijgt. Maar volgens de oppositie neemt president Erdogan grote risico’s met de volksgezondheid, puur uit economische overwegingen. Want de epidemie lijkt de Turkse economie in een tweede recessie in twee jaar te storten. En door de eerste, die werd veroorzaakt door de valutacrisis van 2018 – toen de lira ruim 50 procent in waarde daalde – kreeg de retailsector zware klappen. Door de winkelcentra als eerste weer te openen, hoopt Erdogan herhaling te voorkomen.

Artsen waarschuwen dat de airconditioning van winkelcentra het virus kan verspreiden

„Het besluit om winkelcentra als eerste weer te openen heeft te maken met het feit dat de meeste eigenaren bondgenoten van Erdogan zijn”, zegt Eren Erdem, parlementariër van de seculiere oppositiepartij CHP en auteur van acht boeken over het islamitisch kapitalisme van Erdogan. „Denk aan grote bouwbedrijven die onder zijn bewind veel overheidscontracten hebben binnengesleept. Het gaat niet zozeer om het redden van winkeliers, maar om het steunen van de eigenaren.”

Artsen waarschuwen dat de airconditioning en klimaatsystemen van winkelcentra het virus kunnen verspreiden. Dat geldt net zo goed voor andere grote gebouwen, zoals hotels en kantoren. Maar die blijven voorlopig nog wel gesloten, net als moskeeën. De regering verdedigde het besluit met verwijzing naar het Suikerfeest – het is traditie om dan cadeaus voor elkaar te kopen.

Naast winkelcentra mogen ook kappers weer klanten ontvangen. Foto Sedat Suna/EPA

Winkelcentra als statussymbool

Winkelcentra zijn een relatief nieuw fenomeen in Turkije. Eind jaren tachtig doken ze op in Istanbul en andere grote steden. Ze werden onmiddellijk omarmd door de Turken, die relatief laat toegang kregen tot internationale producten en merken. Tegen de jaren negentig waren de winkelcentra uitgegroeid tot statussymbolen, waar de seculiere bovenklasse producten kon kopen die ze had gezien in westerse films en televisieseries en tijdens vakanties in het buitenland.

Maar veruit de meeste winkelcentra zijn gebouwd nadat de AK-partij in 2002 aan de macht kwam. Daarna maakte de Turkse economie een onstuimige economische groei door, die voor een groot deel was gebaseerd op de bouwsector. In 2002 telde Turkije nog 62 winkelcentra, inmiddels zijn dat er 435. De bouwwoede werd gefinancierd met goedkope leningen in dollars en euro’s. Turkse bedrijven profiteerden van de lage rente in het buitenland en de gunstige wisselkoers.

„Onder Erdogan veranderde Turkije in een moderne consumptiemaatschappij”, zegt Erdem. „Er ontstond een nieuwe conservatief-religieuze middenklasse, die de winkelcentra zag als een symbool van hun pas verworven welvaart.” Winkelcentra werden plaatsen om te ontsnappen aan de hectiek van de stad. Er zijn niet alleen winkels, maar ook speelplaatsen voor kinderen, bioscopen, cafés en restaurants. Gezinnen kunnen er de hele dag vertoeven.

Baris Gürgüc heeft die ontwikkeling van nabij meegemaakt. Hij is al 25 jaar eigenaar van twee kledingwinkels in Karum, een van de oudste winkelcentra van Ankara. „De conservatieve middenklasse houdt ervan om geld uit te geven”, zegt hij aan de telefoon. „Dat is een van de redenen dat het aantal winkelcentra zo is geëxplodeerd. Ik heb klanten uit [de zuidoostelijke stad] Diyarbakir die mijn collectie zien op Instagram en speciaal hierheen vliegen om te winkelen.”

Karum ligt in een centrale en prestigieuze wijk met veel voetgangers en verkeer. Dat is een van de redenen dat het nog altijd veel bezoekers trekt. Maar zo slecht als nu is de situatie nog nooit geweest. „De meeste winkels zijn twee maanden dicht geweest. Sommigen zijn al failliet. Anderen kunnen hun sociale premie en belasting niet betalen. De meesten hebben nog de wintercollectie liggen. Maar om een nieuwe collectie te kunnen kopen, moeten ze eerst de oude verkopen.”

Zelf staat hij er financieel nog redelijk goed voor, mede doordat hij al zo lang in het vak zit. „Ik heb goede contacten met mijn leveranciers in Istanbul. Ik ben ze geld verschuldigd, maar ze hebben me meer tijd gegeven om het terug te betalen.” Bovendien is Gürgüc, net als veel collega’s, gestopt met het betalen van zijn huur. De Verenigde Merken Associatie (BMD), die retailers in winkelcentra vertegenwoordigt, eist dat haar 20.000 leden drie maanden worden vrijgesteld van huur.

„In deze situatie kunnen onze leden de huur niet opbrengen”, zegt BMD-directeur Sinan Öncel. „De eigenaren van winkelcentra weten dit heel goed. Als ze de huidige winkeliers verliezen, zullen ze niet makkelijk nieuwe huurders vinden. We willen dat kleine winkeliers het komende jaar geen vaste huur meer hoeven te betalen, en dat ze net als grote ketens betalen op basis van hun omzet.”

Huur in dollars

Voor de valutacrisis van 2018 werd de huur van de meeste winkels nog geïndexeerd in dollars en euro’s. Maar toen veel ondernemers daaraan onderdoor dreigden te gaan, besloot president Erdogan in te grijpen. „Besteed geen aandacht aan de speculanten in winkelcentra. Vanaf nu zal er geen huur meer zijn in dollars”, beloofde hij. Veel winkelcentra gaven daaraan gehoor, ook om lege winkels te voorkomen.

De huur werd omgezet in lira, en dat gaf winkeliers wat lucht. „Anders zou ik nu 7,10 lira per dollar huur moeten betalen, in plaats van 4,5 per dollar”, zegt Gürgüc. Maar na de ingreep van Erdogan was de lira al zozeer gedaald, dat velen alsnog moeite hadden hun huur te betalen. Veel winkels gingen failliet of kregen problemen met het betalen van hun huur, ook al was die soms 20 procent lager dan de marktprijs.

De wisselkoers van de lira heeft ook op andere manieren invloed op winkeliers. Veel producten die ze verkopen komen uit het buitenland en worden betaald met dollars en euro’s. Ook producten die in Turkije worden vervaardigd, zoals kleding en textiel, zijn afhankelijk van geïmporteerde goederen, zoals katoen, verf en andere synthetische stoffen. „Het grootste probleem is dat er geen plan is om het economisch potentieel van Turkije in landbouw en industrie te ontwikkelen”, zegt parlementariër Erdem. „De focus ligt op geld verdienen op de korte termijn met winkelcentra en andere grote bouwprojecten. Ze begraven het geld in cement. Om Turkije te integreren in de wereldeconomie, zouden ze het vertrouwen in de rechtsstaat moeten herstellen en moeten investeren in de industrie.”