Opinie

Marokkanen, het zijn net mensen

Lotfi El Hamidi

Als ik moest kiezen tussen een Nederlands paspoort en een Marokkaans paspoort, dan is de keus snel gemaakt: de Nederlandse pas. Niet om blijk te geven van mijn ‘loyaliteit’, zoals politici als Gert-Jan Segers wensen, maar vooral om praktische redenen. Zo geeft een Nederlands paspoort visumvrij toegang tot zo’n 170 landen, een Marokkaanse pas tot slechts 55 landen, vooral in Afrika.

De afgelopen weken hebben we bovendien kunnen zien wat het Marokkaanse paspoort waard is. Duizenden Marokkaanse Nederlanders zitten vast in Marokko, inzet van een diplomatieke strijd met Nederland, een strijd gevoerd over de ruggen van mensen die veelal ongevraagd onderdaan zijn van het Noord-Afrikaanse koninkrijk.

Marokko is geen wrede dictatuur, eerder een karikatuur van een dictatuur, maar ook karikaturen kunnen een schadelijke, ja dodelijke uitwerking hebben.

Welnu, de kleur van je paspoort draag je niet op je huid, dus de buitenwereld blijft op de eerste plaats een Marokkaan zien. Nou zijn de meeste Marokkanen even aardig of onaardig als alle andere mensen, maar de heersende beeldvorming in dit land is overwegend negatief, om niet te zeggen giftig.

Het is dan ook niet verrassend te noemen dat in een land waar openlijk gesproken wordt van een ‘Marokkanenprobleem’, het steeds laagdrempeliger wordt voor mensen om onbeschaamd hun haat te uiten. En het zijn allang niet meer alleen de rancuneuze witte bewoners van een volkswijk, ook het ‘weldenkende’ deel van de natie bezondigt zich eraan.

Geregeld ontvang ik reacties waarvan ik vermoed dat andere collega’s zonder migratieachtergrond die niet gauw krijgen. Dat ik niet zo negatief moet doen over dit land, en als het me hier niet bevalt dat ik nog altijd terug kan naar waar ik vandaan kom – alsof gastarbeider een erfelijke status is. Alleen gasten houden hun kritiek uit goed fatsoen voor zich.

Lees ook hoe Lamyae Aharouay door het schrijven van haar columns een dikke huid kreeg

(Sommigen geven aan dat ‘nare ervaringen’ met Marokkanen ten grondslag liggen aan alle haat. Men moest eens weten welke nare ervaringen ík met Marokkanen heb gehad. Desondanks zie je me ook niet zwelgen in zelfhaat.)

Soms zou ik daarom in kapitalen willen antwoorden dat dit ook mijn land is, dat kritiek juist een wezenlijk onderdeel is van actief burgerschap, en dat ik als individu aangesproken wens te worden en niet als onderdeel van een etnische groep waartoe ik toevallig behoor.

Dat was dan ook de boodschap van Arnon Grunberg in zijn 4 mei-lezing, toen hij Primo Levi aanhaalde. Nee, Marokkanen zijn niet de nieuwe Joden, godzijdank, maar de wijze waarop er over de bevolkingsgroep wordt gesproken, tot in het parlement aan toe, doet wel degelijk denken „aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw”, zoals Grunberg aangaf.

Wie zich aangesproken voelt, mag bij zichzelf te rade gaan.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.