Reportage

Bewoner verpleeghuis: ‘Ik zag hem iedere dag en toen ineens helemaal niet meer’

Verpleeghuis De bewoners van verpleeghuis Tiendwaert in Hardinxveld-Giessendam mogen weer bezoek ontvangen.

Bij aankomst in verpleeghuis Tiendwaert wordt de temperatuur van bezoekers gemeten en krijgen ze een mondkapje voor.
Bij aankomst in verpleeghuis Tiendwaert wordt de temperatuur van bezoekers gemeten en krijgen ze een mondkapje voor. Foto John van Hamond

Je geliefde in levenden lijve zien mag wel. Maar aanraken niet. En je moet een mondkapje dragen. Vanaf deze week mogen de vijftig bewoners van verpleeghuis Tiendwaert in Hardinxveld-Giessendam weer bezoek ontvangen. Maximaal drie kwartier. Op de eigen kamer, zonder anderen.

Cor de de Vreede (67) gaat op bezoek bij zijn vrouw Adrie. Hij is gepensioneerd als hoofd technische dienst bij een woningcorporatie. „Mijn laatste klus was vijf jaar geleden de ontwikkeling van dit gebouw.” Sinds bijna drie jaar woont zijn vrouw er. „Ze kan niet praten. Ze heeft een vorm van dementie waarbij het spreken niet mogelijk is.”

Vooraf zegt hij „blij” te zijn dat hij aan deze proef mag meedoen. „Anderzijds ben ik een beetje bang dat bezoekers van andere bewoners het virus binnen brengen. Dit verpleeghuis is nog virusvrij en dat wil je graag zo houden.”

Een uurtje later blijkt de ontmoeting goed te zijn verlopen. „Het was even emotioneel. Maar toch heel fijn.” De Vreede heeft zijn vrouw zeven weken alleen dagelijks via Skype gezien. „Niet altijd herkent ze me dan.” Dat ging nu beter. „Ze herkende me goed. Ze had een brede lach. Ze vond het alleen wel vreemd dat ik een mondkapje droeg.”

Hij had haar willen aanraken. „Zeker omdat ze niet kan praten. Maar dat doe je niet, voor haar eigen veiligheid. Je wilt zorgvuldig zijn.”

Enthousiast

Het personeel van het Zuid-Hollandse verpleeghuis is ronduit enthousiast dat het mee mag doen met de landelijke proef in 25 verpleeghuizen. Maar het is ook „best spannend”, zeggen ‘zorgregisseurs’ Heleen Klein en Linda den Besten, om na twee maanden weer bezoek toe te laten. Klein: „Er komt heel wat bij kijken om te zorgen dat het veilig is.”

Nederland, Hardinxveld-Giessendam, 11 mei 2020. Per vandaag mag er één bezoeker op bezoek komen in Verpleeghuis Tiendwaert. Meneer de Vreede gaat op bezoek bij zijn echtgenote. Hij krijgt eerst de controlechecks op gezondheid. Foto: John van Hamondef
Nederland, Hardinxveld-Giessendam, 11 mei 2020. Per vandaag mag er één bezoeker op bezoek komen in Verpleeghuis Tiendwaert. Foto: John van Hamond

Bezoekers moeten vragen over hun conditie beantwoorden; bij aankomst wordt hun temperatuur gemeten, handen worden gedesinfecteerd, ze krijgen een mondkapje voor en vervolgens lopen ze naar de woongroep, met inachtneming van anderhalve meter afstand.

En dan het bezoek zelf. Den Besten: „Het liefst zonder fysiek contact. Wat er achter een gesloten deur gebeurt, kunnen wij niet controleren, maar iedereen die wij hier toelaten moet snappen dat de situatie uniek is.” Locatieleider Piety Nijhoff: „We vertrouwen erop dat de bezoekers hun verantwoordelijkheid nemen.”

Een versoepeling van het bezoekverbod is meer dan welkom. Den Besten: „Sommige bezoekers kwamen hier drie keer per dag, anderen zaten hier zes uur achter elkaar en hielpen met eten en drinken en medicijnen. Dat viel in een keer weg, dat was schrijnend. Toen wij de man van een bewoonster belden dat er een versoepeling aan zat te komen, zei hij: ‘Daar heb ik 57 dagen op moeten wachten’. Hij heeft de dagen zitten turven.”

Marcel van der Priem is directeur langdurige zorg bij Rivas, dat zeventien verpleeghuizen heeft, en was nauw betrokken bij het opstellen van een ‘handreiking’ voor het organiseren van het toelaten van bezoekers in coronatijd. Van der Priem: „Wij hebben mensen in verpleeghuizen ten behoeve van de veiligheid bezoek ontzegd. Daarmee hebben wij abrupt een einde gemaakt aan wat voor deze mensen het allerbelangrijkste is: hun netwerk. En het zijn mensen die gemiddeld na anderhalf tot twee jaar overlijden. Wie zijn wij om hen dat recht op bezoek te ontzeggen als wij de risico’s daarvan kunnen beperken?”

De risico’s op besmetting zijn, door de screening van de bezoekers en de hygiëne, klein. „Probeer maar een andere plek in Nederland te vinden waar de risico’s zo sterk worden gereduceerd.” Risico’s helemaal uitsluiten kun je nooit, zegt Van der Priem, en dat moet je ook niet willen. „Je kunt in onze verpleeghuizen bijna zeggen: op de plekken waar we corona hebben gehad, ervaren we minder spanning dan op plekken waar we het nog niet hebben.”

Foto John van Hamond

‘Mijn broer wil graag komen’

Wim Versluis (61) heeft zojuist zijn moeder (89) bezocht. Ze zit in een rolstoel. Ze woonde er pas twee weken toen het verpleeghuis dicht ging. Versluis: „Ik ging elke ochtend bij haar op bezoek.”

Vooraf zegt hij zin te hebben om haar weer in het echt te zien. „Ze is hulpbehoevend, maar niet zielig. Ze is goed bij haar hoofd.” Dat hij haar niet mag aanraken, is geen ramp. „Wij zijn nooit zo omhelzerig.” Na afloop zegt hij de ontmoeting „wat vreemd” te hebben gevonden. „Je hebt haar gemist en je wilt elkaar toch graag beetpakken. Dat kan niet. Maar het heeft wel iets feestelijks.” Nu maar afwachten of ook de rest van de familie haar mag bezoeken. „Mijn broer wil graag komen.” Wat vond moeder Versluis er zelf van? „Heel fijn”, zegt ze. „Ik zag hem iedere dag en toen ineens helemaal niet meer.” Gaat ze haar andere zoon nog zien? „Ik hoop het. Als het mag.”