Reportage

In zorginstelling ’s Heeren Loo is corona extra lastig

Gehandicaptenzorg Als corona toeslaat in een instelling voor verstandelijk gehandicapten ontstaan er allerlei ingewikkelde kwesties, van bezoek achter glas tot het in quarantaine plaatsen van bewoners.   Een verslag vanuit ’s Heeren Loo in Ermelo. „Dat gaat in je botten zitten.”

Toen Thea Eland werd opgenomen in de corona-unit van zorginstelling ’s Heeren Loo in Ermelo, ging haar begeleider Mariëtte van Driel als ‘vertrouwd gezicht’ mee. Mariëtte: „Ze is door het oog van de naald gekropen.” Thea: „Ik moest veel overgeven.”
Toen Thea Eland werd opgenomen in de corona-unit van zorginstelling ’s Heeren Loo in Ermelo, ging haar begeleider Mariëtte van Driel als ‘vertrouwd gezicht’ mee. Mariëtte: „Ze is door het oog van de naald gekropen.” Thea: „Ik moest veel overgeven.” Foto Bram Petraeus

Thea houdt van kleuren. Wat zou ze graag doen? „Kleuren”, zegt ze. Liefst met dikke stiften. „Dikke stiften”, herhaalt ze. Een arts haalt een vel papier en een doos stiften. Ze kleurt graag ’s morgens. En ’s middags ook. „Wat zullen we vanavond gaan doen?” vraagt haar persoonlijke begeleider Mariëtte van Driel. Ze kijkt Thea aan. „Weet jij iets leuks voor vanavond?” Thea weet het. „Kleuren.”

Thea Eland (55) heeft het Downsyndroom en woonde bijna dertig jaar in een gezinshuis, tot zij eind vorig jaar naar ’s Heeren Loo verhuisde, een instelling in Ermelo voor mensen met een verstandelijke beperking. Van het wonen bij pleegouders, naar wonen in een groep met acht personen die kampen met „psychogeriatrische vraagstukken”. Hier werd ze ziek. Corona. „Ze was bijna dood”, vertelt pleegmoeder Tonja Schmidt. „Het is heel spannend geweest.” Thea: „Ik heb veel overgegeven.” Mariëtte: „Ze is door het oog van de naald gekropen.”

Thea was de eerste patiënt in de corona-unit, een leegstaand gebouw op het terrein dat tijdelijk is ingericht als verpleegafdeling. Patiënten worden verpleegd door personeel in beschermende kleding. Mariëtte verhuisde met Thea mee naar het hospitaal. Mariëtte: „Ik was een vertrouwd gezicht. Maar ik moest wel dat pak aan. Ik kleedde me om voor het raam zodat ze zag dat ik het was. Toen ze heel ziek werd, herkende ze me niet meer. Je zag in haar blik dat ze zoekende was.”

Ze is bijna vier weken ziek geweest. Haar pleegmoeder Tonja: „We zijn gelovig. Thea ook. Via de video hebben we samen gebeden. Dat vond ze fijn.” Bij de herinnering schieten de tranen in haar ogen. „Wat mij heel erg ontroerde was dat tijdens dat bellen haar begeleider de handen vouwde en zei: Thea, leg je handen maar op de mijne.”

Op het dieptepunt wilde Thea niet meer eten. „We werden gebeld en Mariëtte vertelde dat ze er klaar mee was. Dat was echt moeilijk. Mariëtte schoot vol en Thea zei: ‘Mariëtte, niet huilen, de Heer is bij me.’” Er is heel veel voor haar gebeden, onder anderen door de leden van haar kerkgenootschap. Tonja Schmidt: „Wij hebben daar veel troost door ervaren. En zij ook. We hebben eergisteren gebeld en ze vroeg: ‘bidden jullie nog wel voor mij?’” Ze glimlacht. „Ik zei ja meisje, we blijven voor jou bidden.”

Thea is na haar genezing overladen met cadeaus, onder anderen door haar broers en zussen. Tonja: „Ze is verschrikkelijk verwend.” Mariëtte: „Ze kreeg elke dag kleurboeken over de post. En stiften. Ze hoefde maar te kikken en ze kreeg dikke stiften.”

Inmiddels is Thea na een feestje met slingers, ballonnen en taart weer terug in de woongroep. Mariëtte: „Daar hebben mijn collega’s het van me overgenomen. Ik mocht niet mee omdat ik in een besmette omgeving heb gewerkt. Ik ben thuis in quarantaine gegaan.” Sinds ruim een week werkt ze weer in de woongroep. Haar pleegmoeder mag Thea voorlopig niet zien. Tonja: „Ze vraagt dan: ik ben toch beter? Dan zeg ik ja, maar de hele wereld is verder nog ziek en daarom mag ik jou niet zien.”

Niemand kan hem uitleggen dat pappa en mamma niet komen

Geen afscheid

Het verhaal van Thea Eland is goed afgelopen, maar niet alle 670 bewoners van ’s Heeren Loo in Ermelo hebben het virus kunnen bedwingen. In het tijdelijke coronahospitaal lagen op het hoogtepunt van de besmetting 23 bewoners. Elf zijn er overleden. Hun dood hakt er behoorlijk in, zo blijkt uit gesprekken met medewerkers.

Op de woongroep van verpleegkundige Manon Sanders, een soort verpleeghuis voor negentien kwetsbare ouderen, hadden medewerkers en bewoners elkaar begin maart al besmet. Ook Sanders werd ziek. „Ik had koorts, had het benauwd, moest hoesten.” Pas na twee weken kon ze worden getest en werd duidelijk dat ze corona had. Ze kwam er bovenop, en moet even slikken als ze vertelt hoe ze weer aan het werk ging. „Ik kom terug en in één keer ligt de hele groep uit elkaar. Vier gezonde mensen zijn naar een andere woning overgeplaatst. Er zijn er vier overleden. Er waren er dus nog maar elf. Allemaal positief getest op corona. Ik heb dat allemaal gemist.” Ze wrijft de tranen uit haar ogen. „Sorry hoor. Met die vier overleden mensen heb ik jaren gewerkt. Van hen heb ik geen afscheid kunnen nemen. Dat is wel een dingetje.”

Regiodirecteur Rianne van Eijk van ’s Heeren Loo Ermelo: „Dat je huilt, is menselijk. Dit laat zien hoe zwaar het voor jullie is. Hoe ingrijpend het allemaal is.” Sanders: „We hebben een gedenkkamertje gemaakt. We hebben de andere bewoners meegenomen naar dat kamertje om te laten zien: dit is er gebeurd. Snappen doen ze het niet echt. Er gebeurt ook zo veel.”

Sandra Goren, arts voor verstandelijk gehandicapten en lid van het coronateam in Ermelo, zegt: „De verplegers zijn gewend dat mensen sterven. Dat begeleiden zij. Daar zijn ze goed in. Dat is normaal gesproken een mooi proces, waarin je veel goeds kunt doen. Maar als je in een pak verwanten moet toelaten, is het mooie eraf.” Begeleider Mariëtte: „Het moet snel. Er moet afstand zijn. Terwijl afscheid nemen gaat over dichtbij zijn. Elkaar helpen en voelen en knuffelen en vasthouden. Dat valt nu weg. Een vrouw wilde haar broer nog zien maar ze was tachtig en ik kon niet garanderen dat zij veilig bij ons kon komen. Haar broer is aan corona overleden. Zonder afscheid.”

Van Eijk: „Aan het verwerken van deze gevoelens komen we nu helemaal niet toe. We zitten nog midden in de coronafase. Je wilt erover praten, maar je zit ook in een strategie van overleven die je nodig hebt om je werk te blijven doen. Op een dag moet dit alles een plek krijgen.”

Foto Bram Petraeus

Morele dilemma’s

Bewoners van ’s Heeren Loo die ziek worden zijn niet zomaar coronapatiënt. Opname in een regulier ziekenhuis is er meestal niet bij en voor intensive care komen ze vaak al helemaal niet in aanmerking. Arts Goren: „Sommige cliënten zouden sowieso niet naar een ziekenhuis gaan, zoals dat ook in verpleeghuizen vaak niet gebeurt. Anderen zijn niet coöperatief genoeg om een ziekenhuisopname en de revalidatie daarna aan te kunnen. Dat laatste doet ons het meeste zeer, als je ziet dat ze eigenlijk een intensievere behandeling nodig hebben.”

Er zijn in Ermelo veel „morele dilemma’s” waar directeur Rianne van Eijk van wakker ligt. Zoals over wie in quarantaine wordt geplaatst. „Dat is heel ingrijpend, omdat het een vrijheidsbeperking is. Je beslist daarmee over het leven van iemand anders. Dat gaat je in de botten zitten. Dat ga je voelen.”

Arts Sandra Goren: „Wat doe je met iemand die een sterke coronaverdenking heeft? In quarantaine op de eigen kamer? Maar als dat een getraumatiseerde vluchtelinge is? Toch laten rondlopen in de woongroep, met medewerkers vol in pak, en de hele dag achter haar aan lopen om de anderhalve meter te bewaken tot de uitslag van de test bekend is? ’s Avonds bleek ze negatief te zijn getest. Maar we hebben haar wel weer een traumaatje aangedaan.”

Ook zonder quarantaine is het maken van keuzes al lastig genoeg. Van Eijk: „Onze jongeren met een lichte verstandelijke beperking vragen waarom ze op het park moeten blijven. Ze vragen: ‘hoezo geen boodschappen doen, doe jij ze soms ook niet?’ Moet je dat dan toch maar toestaan? Terwijl je weet dat zo’n jongen met anderen optrekt en bij terugkeer anderen zou kunnen besmetten? Telkens moeten we een afweging maken: sta je dat toe, of ga je een enorm conflict aan, en lopen ze misschien weg.”

Dat je huilt, is menselijk. Dit laat zien hoe zwaar het voor jullie is

Rianne van Eijk directeur ’s Heeren Loo

Het nut van de maatregelen niet duidelijk kunnen maken, dat is in Ermelo de kwestie. Arts Goren: „Er is hier een man die elke dag even langs gaat bij de medische dienst, de gedragswetenschappers, de fysiotherapeuten en de supermarkt. Mooi weer, hè, zegt hij dan. Die man kan nu nergens meer naar binnen. Snapt er niks van. Hij is dolblij als hij ergens twee dokters buiten ziet lunchen en hij naar hen toe kan lopen. Totdat zij zeggen: ho, anderhalve meter.”

Dan de bezoekregeling. Die wordt voorzichtig verruimd. Directeur Van Eijk: „In welke vorm verwanten weer op bezoek kunnen komen hangt af van de kwetsbaarheid en gezondheid van de cliënt en de andere bewoners. Het bezoek moet passen bij wat de cliënt begrijpt en aankan. Moet je bijvoorbeeld ouders door een raam naar hun kinderen laten kijken? Er zijn bewoners die uit boosheid en frustratie dwars door dat raam gaan.”

Sommige ouders hebben hun kind in Ermelo opgehaald, omdat ze het niet zo lang wilden missen. Wat doe je als deze ouders, uitgeput, na maanden hun kind terugbrengen? Van Eijk: „We hebben bij het ophalen gezegd dat het niet de bedoeling was om het kind heen en weer te brengen. Als ze het kind definitief terug willen brengen, doen we een uitgebreide medische check. Als alle seinen op groen staan, kan de bewoner natuurlijk weer hier komen. Er zijn nu drie bewoners teruggekomen.”

Lees ook: De opvang moet kiezen welk kind nog mag komen
Foto Bram Petraeus
Foto Bram Petraeus

Vogelhuisjes maken

En hoe bepaal je of een bewoner na een besmetting met corona voldoende is hersteld om terug te keren naar zijn woning? Van Eijk: „Het is lastig te bepalen of iemand klachtenvrij is. Ze kunnen niet goed aangeven hoe ze zich voelen.”

Arts Goren: „Als iemand hoest, weet je niet wat dat betekent. Daar heb je de hulp van artsen, verpleegkundigen en begeleiders bij nodig. Als een begeleider zegt dat dit een bekend astmahoestje is, kun je daarop vertrouwen. Voorzichtigheid is dubbel geboden want de begeleiding moet van dichtbij helpen bij de verzorging. Bijvoorbeeld tandenpoetsen waarbij veel druppels vrijkomen.”

Van Eijk: „Wij zijn voorzichtiger dan het RIVM. We houden drie dagen klachtenvrij aan, voordat we de beslissing nemen. We wegen ook mee wanneer de klachten precies zijn begonnen. Ook bekijken we of er kwetsbare mensen in de woongroep zitten.”

Het leven op ’s Heeren Loo gaat door, zo goed en zo kwaad als het kan. Veel bewoners waren voor de coronacrisis gewend om te worden opgehaald met een busje en te knutselen, hout te bewerken of vogelhuisjes te maken. Anderen doen productiewerk zoals dierenvoer inpakken. De materialen voor die werkzaamheden worden nu naar de woningen gebracht. „Zodat de cliënten toch kunnen doen wat ze gewend waren. Dat geeft ritme aan de dag”, zegt directeur Van Eijk. Vogelhuisjes bouwen, zou dat iets voor Thea zijn? Nee hoor, zegt haar begeleider Mariëtte, haar ding is: kleuren. „Als je iets ingekleurd wil hebben, moet je bij Thea zijn.”