Opinie

Het individu kraakt in het algemeen belang

Marjoleine de Vos

Hoe anders je een boek leest, als de wereld verandert. Bijvoorbeeld een roman over een wereld waarin gezondheid zo belangrijk gevonden wordt dat die door de staat wordt afgedwongen. Ongezonde dingen doen is verboden – cafeïne, alcohol, roken om een paar van de meest voordehandliggende te noemen. Er is alleen gezond (vervelend! oninteressant!) voedsel te krijgen. In toiletpotten zitten sensoren om afwijkende waarden te rapporteren. Lichaamsbeweging is verplicht. Iedereen moet dagelijks tests uitvoeren en de uitslagen doorgeven. Enzovoort.

Een raar boek vond ik, toen ik het een jaar of tien geleden voor het eerst las. Corpus delicti heet het, van de Duitse schrijfster Juli Zeh. De laatste tijd denk ik er veel aan. Ik begon er opnieuw in en niet alleen genoot ik van de intelligente stijl en de geestige formuleringen, maar ook las ik allerlei details anders. De invloedrijke journalist die zijn handschoen uitdoet om iemand een hand te geven, hoe die iemand dan even terugdeinst voor die vreemde blote hand. Bepaalde gebouwen waar men zónder mondkapje mag komen.

Een rechter die een vrouw die haar gezondheidssituatie een ‘privé-aangelegenheid’ noemt, ontzet aankijkt. Een privé-aangelegenheid? En wie gaat voor die privé-aangelegenheid betalen als u ziek wordt? Weet ze nog hoe de mensen vroeger leefden? „Elke stap in de wereld kon een stap naar de ondergang zijn, elke steek in je borstkas of kriebel in je arm het begin van het einde. De mens werd voortdurend begeleid door de angst aan zichzelf te gronde te gaan.”

Dat willen we toch niet meer mevrouwtje? Het privébelang stemt volmaakt overeen met het algemeen belang, dat is u toch bekend?

Intussen lezen we buiten de romancontext hoever de Chinese overheid gaat om haar burgers voor de ondergang te behoeden. Geen stap meer zonder de smartphone die zegt met wie je in aanraking bent geweest, of je – rood, geel of groen – de straat op mag. Mondkapjes. Handschoenen.

En niet alleen in China. Het Verenigd Koninkrijk heeft de burgers van het eiland Wight uitgerust met een app – nu ja, vrijwillig. Dezelfde Tommies voor wie we op 5 mei met vlaggetjes stonden te zwaaien, voor de vrijheid, schreef iemand me.

In het boek van Zeh gaat het ook over de mogelijkheid van fouten. Over dat gegevens nooit ondubbelzinnig zijn, dat procedures en maatregelen bedacht zijn door mensen die „zowat elke generatie van mening, wetenschappelijk inzicht en van heel hun waarheid veranderen”.

Uiteindelijk gaat het om vragen die raken aan wat het leven is, wat het de moeite waard maakt, wat een mens is. Zehs boek lijkt een kruising tussen 1984 en Brave New World, de twee invloedrijkste romans over systemen die het individu kraken ten gunste van een zogenaamd algemeen belang. Een pooslang konden we denken dat dat gevaar geweken was, het IJzeren Gordijn gevallen, de geschiedenis ten einde. We wisten nog niet dat we de wereld zo zouden gaan inrichten dat we vrijwillig onze eigen spionageapparatuur zouden installeren (o, hoe klungelig en omslachtig ging dat in de DDR!), dat al onze aankopen, onze wensen en gedragingen bekend zouden zijn, dat computersystemen bepalen wat juist en waar is, dat banken ons laten betalen voor ons eigen spaargeld en dat anoniem papiergeld uit den boze is.

In Brave New World zijn er mensen die liever in een reservaat wonen waar ze ziek kunnen worden dan in de volmaakte samenleving. Bij Juli Zeh willen ze bijvoorbeeld rouwen. Een periode voor zichzelf hebben, even niet sporten. Ergens komen waar de hygiëne niet gegarandeerd kan worden. Kritische vragen stellen over het systeem. Zich vrij voelen, kortom. Vrij zíjn.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.