Een defensief bedrijf in de woelige oliemarkt

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: SBM Offshore.

De glimlach was eind vorig jaar terug bij de bestuurders van het jarenlang kwakkelende SBM Offshore. Ook bij de Franse voorzitter Bruno Chabas, die in de lange nasleep van het Petrobras-corruptieschandaal nog voor de rechter-commissaris in Haarlem onder ede gehoord was – een curiositeit in de grootzakelijke wereld.

Het kon ook niet op bij de beursgenoteerde Nederlandse scheeps- en olieplatformbouwer. Er was commercieel succes met de verkoop van zelfontworpen drijvende olieplatformen (FPSO’s), de markt zat mee en bovenal mocht het bedrijf eindelijk weer aan de slag op zijn belangrijkste afzetmarkt Brazilië. En hoe: het eerste contract met nota bene Petrobras betrof een leaseovereenkomst voor 22,5 jaar. Zo werd 2019 een jaar van wederopstanding.

Dat bleek ook toen de balans werd opgemaakt. SBM, dat de eigengereide directional boekhoudmethode hanteert waarbij het inkomsten gespreid weergeeft, gelijk aan de leasecontracten van zijn schepen, schroefde de omzet met 27 procent op naar 2,17 miljard dollar (1,98 miljard euro). Het onderliggende bedrijfsresultaat nam ruim 6 procent toe, tot 832 miljoen dollar.

Maar waar beleggers pas echt van smulden: SBM’s orderboek was ondanks de aanhoudende strijd met de Japanse concurrent Modec rijkelijk gevuld. Het bevatte voor 20,7 miljard dollar aan opdrachten, een stijging van bijna 40 procent.

Vooral de opdracht van oliegigant ExxonMobil, die voor de kust van Guyana een van de grootste olievondsten in jaren exploiteert, „pakte lucratief uit”, zegt analist Jos Versteeg van zakenbank InsingerGilissen. „Toen de werven stillagen omdat SBM door de smeergeldaffaire tijdelijk niet mocht meedingen naar nieuwe opdrachten, zijn de ingenieurs niet allemaal ontslagen, maar hebben zij een model met gestandaardiseerde FPSO’s ontwikkeld. Die aanpak, waarbij een standaard scheepsromp wordt opgebouwd met modules, is sneller en goedkoper en bleek direct in Guyana een succes.”

Toen de Guyanese olievelden almaar groter bleken, durfde SBM het daarom aan alvast twee extra scheepsrompen in China te bestellen waarvoor nog geen contract met een gebruiker was. „Guyana is vanwege de zeer lage kostprijs, circa 25 dollar per vat, een van de weinige velden die ExxonMobil gewoon blijft ontwikkelen”, zegt analist André Mulder van Kepler Cheuvreux. „Dat betekent een gestage orderstroom voor voorkeursleverancier SBM, van circa één platform per jaar. Op een jaarcapaciteit van circa drie platforms is bij SBM zo dus al een derde weggezet.”

Net toen de boel weer op de rit leek, kwam de oliemarkt echter in extreem zwaar weer: lage olieprijzen door overproductie en gekelderde vraag door het coronavirus. En dat is nog lang niet voorbij.

Moet ook SBM, dat dankzij lange leasecontracten minder afhankelijk is van de olieprijs, zich inmiddels zorgen maken? Versteeg: „SBM heeft enorm mazzel dat de werven voorlopig goed bezet zijn. Daarentegen zijn weinig oliebedrijven nog aan het investeren en zien we alleen maar olievelden sluiten. Maar als de lockdowns geleidelijk verdwijnen, komt de economie weer tot leven en schiet ook de olieprijs terug.”

Dat vertrouwen is er ook bij grootaandeelhouder HAL. In het oog van de storm vergrootte de investeerder zijn belang afgelopen februari van iets meer dan 15 naar 20,35 procent. Mulder: „Op dit soort lage niveaus zien zij een mooie belegging in SBM; gezien het leasemodel naar mijn mening een van de meest defensieve aandelen binnen oil services.”

Net voor de pandemie Europa bereikte, besloot SBM zijn dividend te verdubbelen naar 76 eurocent per aandeel. Die beslissing is gehandhaafd. Versteeg: „SBM wil iets terugdoen voor de belegger en laten zien: we hebben alles weer onder controle.” Donderdag 14 mei komen de cijfers over het eerste kwartaal.