Foto Sam Panthaky / AFP

Interview

‘We leven een beetje boven onze stand, voelen ons ongenaakbaar en denken dat alles voor ons is gemaakt’

Dirk Draulans | Wetenschapper en schrijver Volgens de Belgische schrijver, journalist en wetenschapper Dirk Draulans komen virusuitbraken door ‘ondoordacht samenleven’ van mens en dier. Nu weten we: het moet anders.

‘Never waste a good crisis’, zo luidt het adagium. Daarom maakt NRC een serie interviews ‘De wereld na corona’ over de vraag: hoe kan de coronacrisis worden aangewend om de samenleving te veranderen? De interviews zijn niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om denkrichtingen te bieden over hervormingen van (onder andere) de landbouw, globalisering, democratie, voedsel, kunst, technologie en toerisme.

Het was opmerkelijk nieuws deze winter, net voor het virus om zich heen begon te grijpen. De grootste bedreigingen voor het internationale bedrijfsleven, volgens de top van die bedrijven zelf, waren extreem weer, falend klimaatbeleid, verlies van biodiversiteit en milieurampen. Voor het eerst in de vijftien jaar dat het World Economic Forum het Global Risk Report uitgeeft, altijd aan de vooravond van zijn jaarlijkse bijeenkomst in Davos, hadden alle wereldwijde risico’s te maken met klimaatverandering.

Nu, nog maar een paar maanden later verbaast misschien nog meer dat de uitbraak van een pandemie nergens genoemd werd als serieus gevaar. Dat gebeurde alleen in het Global Risk Report van 2015, net na de ebola-uitbraak in West-Afrika. Zelfs toen achtte men de kans op een pandemie heel klein, al realiseerde men zich wel dat de impact ervan groot zou zijn.

Het verrast de Belgische schrijver Dirk Draulans niet. „We leven een beetje boven onze stand, hè. We voelen ons ongenaakbaar en denken dat alles voor ons is gemaakt”, zegt hij telefonisch vanuit zijn woonplaats Kieldrecht, net terug van een lange fietstocht in de buurt van het Verdronken Land van Saeftinghe, bij de grens met Nederland, waar hij graag vogels spot.

Begin maart, nog voor de pandemie Europa in volle omvang bereikte, schreef Draulans een column in het Belgische tijdschrift Knack, waarin hij de mensheid beschuldigde van ‘hoogmoed’ en de hoop uitsprak dat het virus ons zou aansporen na te denken over hoe wij het leven op aarde voortdurend naar onze hand willen zetten.

Draulans (1956) studeerde biologie in Leuven. Hij promoveerde in 1983 en werd een paar jaar later gastonderzoeker aan de universiteit van het Britse Oxford, waar hij zich verdiepte in de evolutiebiologie. In 1987 koos hij uiteindelijk voor de journalistiek en werd hij wetenschapsredacteur van Knack. Het opinieweekblad bood hem de kans zijn liefde voor de natuur en zijn kennis van de sociale biologie te delen met een groot lezerspubliek.

Het virus is een gevolg van wat Draulans „ondoordacht samenleven” met de natuur noemt. Dat gold zelfs al voor de pest, een van de eerste pandemieën waarvan we weet hebben. „We haalden graan in grote hoeveelheden binnen – en dat trok ratten en muizen aan. In zekere zin is er sindsdien niet zo veel veranderd.”

De pest is lang geleden, zegt Draulans. „Zo hebben we het gevoel gekregen dat we dit aankunnen; de hoogmoed die ik in de column beschreef. Nu pas beseffen we dat een virus iets kan zijn waar we echt tegen moeten vechten. Een ongrijpbare vijand.”

Het gekke is dat we wel degelijk keer op keer zijn gewaarschuwd. In 2015 bijvoorbeeld schreven de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de biodiversiteitsorganisatie van de Verenigde Naties het rapport Connecting Global Priorities, over biodiversiteit en menselijke gezondheid. In het rapport werd een direct verband gelegd tussen klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en volksgezondheid.

Het rapport gaat over veel meer dan alleen het stropen van wilde dieren of Aziatische markten waar schubdieren en civetkatten als lekkernijen worden verkocht. De aanleg van wegen dwars door natuurgebieden, de groei van steden, ontbossing, intensieve landbouw, mijnbouw – dat alles vergroot de kans op gevaarlijke infectieziektes.

Draulans: „We dringen steeds dieper het leefgebied van andere dieren binnen en vernietigen het. Die dieren komen daardoor dichter bij ons in de buurt. En zo komen we in nauw contact met zaken waar we beter niet mee in contact kunnen komen. En als zoiets dan een keer de sprong weet te maken naar de mens, zitten we met de gebakken peren.”

Kunt u daarvan een voorbeeld geven?

„Van een virus als nipah is duidelijk aangetoond dat het ons bereikte doordat een vleermuis – in dit geval de fruitvleermuis – steeds dichter bij de mens kwam, toen zijn eigen habitat verder kromp, doordat we regenwoud vervingen door palmplantages. Zo werden de vleermuizen gedwongen de mensenwereld binnen te dringen. In Afrika is hetzelfde gebeurd met ebola en waarschijnlijk ook het marburgvirus. Die zijn een rechtstreeks effect van ons handelen.”

Deze herfst zal het moment van de waarheid komen

Dirk Draulanse evolutiebioloog

Neemt het risico toe, met de groeiende wereldbevolking en de zucht naar grondstoffen?

„We hebben sars gehad in 2003, mers in 2012. We hebben nu weer een coronavirus, en tussendoor nog de Mexicaanse griep. Het lijkt erop dat de frequentie toeneemt. We weten ook dat de globalisering fors is toegenomen. Toen sars uitbrak, waren de Chinezen nog geen volk dat echt over de aarde uitzwermde zoals nu. En China was nog geen land dat veel mensen aantrok. Bijna twintig jaar later is dat een wereld van verschil. Daarmee groeien dus ook de kansen voor een virus om zich te verspreiden.”

Dus het is de schuld – als je het zo wilt noemen – van onze reislust?

„We kunnen het deze keer in ieder geval niet afschuiven op de dierenwereld. Bij de verspreiding van de vogelgriep zou je nog kunnen zeggen dat die veroorzaakt wordt door trekvogels. Maar dit coronavirus komt van reizigers die de hele wereld over trekken en van toeristen die terugkeerden uit skigebieden. Nog voor we goed en wel beseften wat er aan de hand was, zat het overal. Dat zou vroeger natuurlijk anders zijn geweest.”

Waarom hebben we niets geleerd van eerdere uitbraken?

„Sars had een eyeopener kunnen worden. De gevolgen vielen relatief mee, zodat veel virusonderzoeken zijn gestaakt. We dachten: ach, als dit alles is. We hebben ook aids gehad, dat veel dodelijker was. En terwijl het nieuwe coronavirus veel ouderen en zwakkeren raakt, trof hiv juist jongeren in de bloei van hun seksuele leven. Maar aids werd een beetje in de hoek gedrongen van drugs en homoseksualiteit.”

En dit virus?

„Ik hoop dat we ons over een paar jaar nog herinneren wat dit coronavirus heeft aangericht. En dat we beseffen dat het ook heel anders had kunnen aflopen. We hebben geluk dat het virus relatief mild is. Stel je voor dat een virus de besmettelijkheid van Covid-19 combineert met de dodelijkheid van het marburgvirus, dat 90 procent van de besmette mensen doodt. De kans op zo’n virus is niet groot, maar je kunt het ook niet uitsluiten.”

Er zijn duizenden virussen, alleen al in zoogdieren, en dan vooral in vleermuizen, legt Draulans uit. In een interview op de Vlaamse televisie sprak hij eerder liefdevol over vleermuizen. Hij vertelde hoe ze hun weerstand stiller leggen als reactie op iets wat hun lichaam binnendringt – heel efficiënt. Ze gaan niet in de overdrive, zoals het menselijk lichaam vaak doet. En juist daardoor zitten ze zo vol met virussen. Sommige daarvan gaan een soort wapenwedloop aan, volgens Draulans. Ze worden krachtiger, en de vleermuis bouwt daar weerstand tegen op, het virus wordt nóg krachtiger, en de weerstand van de vleermuis wordt weer beter. Het wachten is op een uitbraak.

Lees ook andere denkers over een wereld na corona, zoals historicus en auteur Jared Diamond: ‘Samenwerking door corona is de grootste reden voor hoop’

Moeten we vleermuizen dan niet bestrijden?

„Ik hoor het mensen al zeggen, ja. Maar dat is compleet van de pot gerukt. Het zijn echt heel nuttige beestjes. We moeten alleen rechtstreeks contact vermijden.”

Maar hoe doe je dat?

„Misschien is dit wel het moment om te deglobaliseren. Misschien wordt het tijd voor degrowth – maar dat mag je eigenlijk niet zeggen, want dan ben je een extreem-linkse rakker. Ik ben daarin geen expert, maar dit lijkt een goed moment om te zoeken naar een economisch model waarin de kosten van milieuschade worden meegenomen.

„Ik krijg vaak te horen dat je niet vooruitkomt door de weg terug in te zetten. Toch moeten we daar nog eens goed over nadenken. Zeker, sommige dingen zullen duurder worden. Maar kijk eens wat corona kost. Vele miljarden en die vind je nergens terug in de lage prijzen van een geglobaliseerde wereld.”

Denkt u echt dat dit virus ons kan overhalen om onze levensstijl te gaan veranderen?

„Het is een vraag die we ons zullen moeten stellen. We zullen moeten bijsturen naar meer duurzaamheid – om dat woord dan toch maar te gebruiken. Ik ben een groot voorstander van het verbinden van de Europese Green Deal aan het weer opstarten van onze economie. Maar ik vrees dat we binnen een half jaar weer terug bij af zijn – zeker met die lage olieprijs, die heel lastig is voor een duurzame economie.”

„We ontdekken nu de voordelen van kleinschalige landbouw. Maar dat is vooral omdat we even niet mogen exporteren. Waarschijnlijk gaan onze kippen straks weer gewoon naar Spanje en onze varkens naar Oost-Europa. En soja importeren we weer als diervoer uit ontwikkelingslanden in Afrika.”

De opluchting zal ongetwijfeld groot zijn…

„Ja, de weerstand tegen lockdowns groeit. Maar wat gebeurt er als we die helemaal opheffen? Gaat het virus dan weer opflakkeren? En wat doen we dan? Laten we het lopen en kijken we wat er gebeurt? Of gaan we weer in een lockdown en besluiten het roer om te gooien en te zoeken naar een andere manier van samenleven? Deze herfst zal het moment van de waarheid komen.”