Opinie

Historici kunnen niets bijdragen aan coronabeleid

Deskundigen De geschiedenis leert geen lessen, betoogt in reactie op een stuk van vier historici die bepleitten dat historici betrokken moeten worden bij het coronabeleid.
Deskundigen van GGD Hollands Midden en RIVM, op weg naar een hoorzitting overhet coronavirus.
Deskundigen van GGD Hollands Midden en RIVM, op weg naar een hoorzitting overhet coronavirus. Foto BART MAAT/ANP

Dat het opiniestuk ‘Historici moeten ook meedenken, juist nu’ (1/5) door de geschiedkundige hoogleraren Beatrice de Graaf, Lotte Jensen, Catrien Santing en Rina Knoeff niet heeft geleid tot protest of ten minste lachstuipen onder academische vakgenoten, is opmerkelijk. De geopperde stelling dat historici betrokken moeten worden bij het regeringsberaad over de covid19-crisis vanwege hun „diepe blik in tijd en ruimte”, waardoor zij in staat zijn „veerkracht in de samenleving” te bevorderen alsook „lessen” uit het verleden toe te passen, is immers in strijd met alles wat moderne geschiedwetenschap beoogt en nastreeft.

Adembenemende hybris

Deze hooggeleerde roep om mee te delibereren met het Outbreak Management Team (OMT) louter op basis van het gegeven dat men historicus heet, is behalve lachwekkend ook verontrustend. De overtuiging dat „juist” historici in staat zijn om „de juiste” vragen, neen sterker, om „systematische” (sic) vragen te stellen (zoals: „welke systeemveranderingen zijn nodig?”), omdat de geschiedkundige beroepsgroep „als geen andere die bron van onze beschaving, de geschiedenis, begrijpt”, is niet slechts symptomatisch voor een adembenemende hybris, maar ook voor een onhistorisch wereldbeeld, dat een karikatuur maakt van de geschiedkunde.

Lees ook: Historici moeten ook meedenken, juist nu

Een serieus historicus dient niet gericht te zijn op eigentijds crisismanagement, maar op de studie van het verleden, en heeft het daarmee al moeilijk genoeg. Een serieus historicus beseft bovenal dat het verleden geen „lessen” leert, laat staan voor hedendaags overheidsbestuur. Een serieus historicus is ervan doordrongen dat geen tijd zo moeilijk te begrijpen is als de eigen tijd, en dat hij daarin niet verschilt van de viroloog, de stratenmaker of de verpleger van de thuiszorg.

Duitse traditie

Dat de hoogleraren verwijzen naar Duitsland, waar de overheid wel te rade gaat bij historici, is nogal ongelukkig. Duitsland heeft inderdaad een traditie op dit gebied, die hoogtijdagen kende in de periode 1933-1945 toen historici de overheid adviseerden dat bepaalde volken „geschiedkundig gezien” minderwaardig waren, inclusief de Grieken, omdat het „historisch vaststond” dat de Duitsers de werkelijke erfgenamen van het „Helleense genie” waren. Het ging hierbij om eminente geschiedkundigen, maar omtrent het heden, laat staan de toekomst, kwamen zij niet verder dan de denkbeelden die hun minder historisch geschoolde tijdgenoten koesterden.

Misschien biedt het troost dat het de vier hoogleraren vooral te doen lijkt om een psychotherapeutische rol van de historicus. Zij willen de mensheid „houvast in bange tijden” bieden. Hun kernvraag is derhalve: „Hoe versterken we via historische verhalen, historiserende beschrijvingen van wat ons nu overkomt, de veerkracht in de samenleving?” Hun antwoord: „Cultureel zelfbesef geeft veerkracht, Het maakt dat je je geen ronddwarrelend stofje in de tijd voelt.”

Er is een uitweg: „Het is veel effectiever, en slimmer, om te leren van zaken uit het verleden die misgingen. En die we precies daarom zijn vergeten.” Even kijken, welke zaken die misgingen zouden we vergeten zijn? De poging van Willem Barentsz de noordelijke doorvaart naar Azië te vinden? Napoleons veldtocht tegen Rusland? Of toch het voornemen van Xerxes om Griekenland te veroveren? Laat maar, historici die niet begrijpen dat de geschiedenis grotendeels bestaat uit dingen die misliepen en die als modale journalisten schrijven in de ‘we’-vorm bieden al genoeg treurnis. Speak for yourselves, ladies! De rest van de wereld begrijpt allang dat historici op geen enkele wijze het heden in goede banen leiden.

Was dit betoog nu een open sollicitatie voor the corridors of power? Of was het toch vooral een smeekbede om aan te kunnen schuiven bij praatshows, de geestelijke vorm waarin de huidige ontintellectualiseerde cultuur zich rekenschap geeft van het heden. Met gebabbel namelijk.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.