De dokter dacht dat elke patiënt kan lezen

Wie: Hinke (51) tegen penitentiair arts Fen

Kwestie: diabeteszorg achter de tralies

Waar: Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, Zwolle

De Zitting

Op de publieke tribune van de rechtbank in Zwolle zit een vrouw in het zwart. Ze is in haar eentje gekomen, de lippen rood gestift, de nagels blauw gelakt. Als de deur naar het cellenblok opengaat, begint ze te stralen. Tussen twee parketwachters staat een beul van een vent. Hij beent op haar af en tuit zijn lippen. Ze kussen elkaar en hij fluistert: „Dag schoonheid.”

Hinke, veroordeeld voor een schietpartij, is diabetespatiënt. Hij heeft een tuchtzaak aangespannen tegen huisarts Fen uit de Penitentiaire Inrichting Arnhem. In de anderhalf jaar die hij nu vastzit – het hoger beroep laat nog op zich wachten – is hij naar eigen zeggen nergens zo beroerd behandeld als in dit huis van bewaring. Hij kreeg te weinig medicijnen, zijn bloedsuiker werd slechts twee keer geprikt en in plaats van een koolhydraatarm dieet kreeg hij ranja en boterhammen met stroop. „Terwijl ik steeds zieker werd en blééf afvallen.”

Al langer klinkt kritiek op de medische zorg achter de tralies. Gevangenissen komen personeel tekort constateerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdafgelopen januari, aandacht voor gevangenen met een verstandelijke beperking ontbreekt en medische diensten hebben de zorg houtje-touwtje georganiseerd. Ook de Nationale Ombudsman verweet justitie „ niet behoorlijk handelen”. Een gevangene met suikerziekte zat zonder medicijnen en dieet.

Hoe verliep de diabeteszorg toen hij de dag voor Kerst 2018 het huis van bewaring binnenkwam, wil de voorzitter van het medisch tuchtcollege van Hinke weten. Door wie zijn de bloedsuikers geprikt, hoe vaak heeft hij de huisarts gezien, en vanaf wanneer kreeg hij zijn insuline? Uit het mondeling vooronderzoek op 31 oktober met Hinkes advocaat en zijn vriendin kon hij dat niet opmaken.

Hinke heeft geen idee. „Ik kan slecht onthouden en ben niet geletterd”, excuseert hij zich. Fel: „ Maar zij heeft in Arnhem geen poot naar me uitgestoken. Ze was te beroerd om me aan te kijken toen de bewaarder me bracht. Ik heb tien maanden moeten smeken om een dieet, terwijl m’n vriendin daar elke week 50 euro voor moest overmaken.”

De voorzitter geeft geen sjoege. „U hebt diabetes type 2. Dat wist u zelf niet, lees ik.”

De ijzerhandelaar kijkt hulpeloos om zich heen. Hoe vaak moet hij het nog zeggen? Vanwege zijn verstandelijke beperking is medische terminologie aan hem niet besteed. Een advocaat heeft hij niet bij zich, te duur. „Het vooronderzoek kostte al vijfhonderd euro.” Hij zoekt de blik van zijn vriendin. Wijst naar de tribune: „Vraag Heidi.”

De vrouw in het zwart gaat staan: „Ik heb de directeur geschreven.” Resoluut kapt de voorzitter haar af. Anders dan de secretaris in het vooronderzoek gunt hij haar geen spreekrecht.

Wist u dat meneer bij binnenkomst insuline had, vraagt een collegelid aan de gevangenisarts.

Een verpleegkundige heeft de intake gedaan, antwoordt Fen. Voor zijn suikerziekte had Hinke toen geen medicijnen nodig, dat was pas een half jaar later, in de snikhete zomer nadat hij „flink was afgevallen.” Met een eigen glucosemeter moest hij zijn waardes bepalen en doorgeven. Ze kan zich niet herinneren dat ze Hinke niet heeft aangekeken tijdens haar spreekuur, ze herinnert zich wel dat ze hem „een mail heeft gestuurd” over zijn diabetesdieet.

Een mail sturen aan een niet-geletterde? Hoorde ze niet over zijn beperking? Geen van de collegeleden vraagt door. Ze willen weten of de verpleegkundige was bijgeschoold in diabeteszorg.

Toen ze twintig jaar geleden begon, antwoordt de gevangenisarts, had justitie niks. Nu heeft elke bajes een medische dienst met een huisarts, een team verpleegkundigen, een psycholoog, een psychiater. „Waterdicht is het nog niet, maar het goeie is dat wij nu wel weten waar de zwakke plekken zitten.”

Drie weken later verklaart het tuchtcollege de klacht ongegrond. De huisarts bood voldoende zorg. Toen Hinke medicijnen nodig had, heeft ze die voorgeschreven. Het verwijt over het dieet is haar evenmin aan te rekenen. Ze stuurde een mail en liet het over aan de verpleegkundige, die de suikerpatiënten onder zich heeft. Over de gebrekkige communicatie en Hinkes beperkte zelfredzaamheid geen woord.