Brieven

Brieven 11/5/2020

Thuiswerken

Wat vertrouwen graag!

Veel mensen werken nu verplicht thuis en zien daar de voordelen van. In het artikel In de pauze vlinders kijken, dát mag zo blijven (7/5) staat dat volgens een peiling de meeste werknemers hun inzet thuis even goed vinden als op kantoor, maar werkgevers juist aangeven daar onvoldoende zicht op te hebben. Waarom? Is aanwezigheid van een afgesproken aantal werkuren op kantoor dan bepalend? Zou het niet beter zijn voor de werkgevers om de verantwoordelijkheid bij de werknemers neer te leggen, conform de wijze waarop onze premier Rutte de verantwoordelijkheid bij de burgers van Nederland legt in deze coronatijd? Werkgevers, heb wat meer vertrouwen in medewerkers!

KLM

Bedenk een strategie

Het artikel KLM onmisbaar? Zo duidelijk is dat niet (2/5) toetst de overtuiging dat de luchtvaartmaatschappij essentieel is voor de Nederlandse economie, maar eigenlijk zou de vraag moeten zijn: wat is strategie van KLM en hoe past die binnen die van de Nederlandse overheid? Het lijkt erop dat de steunmaatregelen voor KLM even impulsief zijn genomen als het besluit vorig jaar om een belang van 14 procent in de onderneming op te kopen (dat nu nog een derde van de aanschafwaarde kent). Het ontbreekt aan strategie bij de overheid.

Het startpunt zou moeten zijn: welke vliegverbindingen met de wereld zijn essentieel voor Nederland? Alle passagiers en vracht die Schiphol aandoen als hub en vervolgens doorvliegen, kunnen de omwonenden van Schiphol missen als kiespijn. Een afgeslankter KLM, dat zich richt op vluchten die relevant zijn voor Nederlanders en de Nederlandse economie lijkt me een goed uitgangspunt, ook omwille van mileu. Hoe dit te bewerkstelligen? Welke rol kunnen andere vliegmaatschappijen spelen? Is een coalitie met Air France dan nog zinvol? Dient KLM gesaneerd te worden voor het post-coronatijdperk? Kan vliegveld Lelystad definitief in de ijskast? Is een kapitaalinjectie middels leningen en garanties of een aandelenbelang het meest geëigende instrument om de doelstellingen te bereiken? Allemaal interessante vragen, maar bij de overheid is er nog geen zicht op een strategie.

Zelfvoorzienendheid

Scheelt een hoop pijn

Ko Colijn en Louise van Schaik zien voordelen in mondiale wederzijdse afhankelijkheid (Zelfvoorzienend? Verkeerde reflex, 6/5). De voordelen die ze noemen zijn vooral economisch van aard: het comparatieve voordeel van gespecialiseerde productie in een vrije markt. Verregaande specialisatie en de daarmee gepaard gaande onderlinge afhankelijkheid betekenen dat iedereen elkaar bij de ballen heeft. Dit begint zo langzamerhand complex te worden. Je kunt steeds minder principes volhouden zonder dat er iemand op een gevoelige plek drukt. Dat begint pijn te doen. Het wordt tijd voor een discussie waarin we zelfvoorzienendheid voorop zetten en kijken hoe we dat willen vormgeven – als land of met Europa. Deel van die discussie moet de vraag zijn wat we aan de particuliere sector over willen laten en wat niet.

Euthanasiewet

Laat angst niet regeren

Waar Miriam de Bontridder en Hein Mijnssen in hun opiniestuk aan voorbijgaan (Euthanasie is juist niet het doden van een weerloze patiënt, 7/5) is dat de wilsverklaring van de patiënt met dementie vaak wordt opgesteld vanuit een – zeer begrijpelijke – angst voor wat komen gaat en angst om controle te verliezen. Liever een maakbare dood dan een onzekere toekomst. Autonomie wordt in onze westerse samenleving als hoogste goed gezien en het verlies ervan als een ondraaglijk lijden, waar door middel van euthanasie een eind aan gemaakt moet worden.

De vraag is of de wilsbekwame, angstige patiënt werkelijk kan voorspellen en inschatten hoezeer hij als wilsonbekwame patiënt zal lijden. De angst zelf wil ik absoluut niet bagatelliseren, die zal soms terecht blijken, maar soms ook onterecht. Het doet me denken aan een oud versje: een mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest?