Bij toeval ontdekt: Nederland heeft er een onderwatervulkaan bij

Geologie In de Noordzee hebben geologen op ruim drie kilometer diepte een 150 miljoen jaar oude vulkaan ontdekt, Mulciber.

Voor de tweede keer in vijftig jaar tijd is er een onderzeese vulkaan ontdekt op Nederlands grondgebied. Mulciber, zoals de nieuwe ontdekking is gedoopt, bevindt zich in de Noordzee, op zo’n honderd kilometer ten noordwesten van Texel. Wat betreft leeftijd en ontstaansgeschiedenis is de 150 miljoen jaar oude vulkaan – ontdekt door onderzoekers van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO – te vergelijken met de in 1970 ontdekte Zuidwalvulkaan, ten zuiden van Vlieland.

Met de ontdekking komt het totaal aantal vulkanen op Nederlands grondgebied op vier. Op de Caribische eilanden Saba en St. Eustatius, beide bijzondere Nederlandse gemeenten, liggen respectievelijk de actieve vulkanen Mount Scenery en The Quill. Mulciber is net als de Zuidwal een dode vulkaan: tot een uitbarsting zal het niet meer komen.

Mooi voorbeeld

De nieuw ontdekte vulkaan bevindt zich op een diepte van drie kilometer onder de zeebodem. Ten tijde van het ontstaan, in het Jura-tijdperk, was supercontinent Pangea langzaam aan het opbreken tot de huidige continenten. Dat ging gepaard met tektonische processen, waaronder rifting: het uiteenrekken van de aardkorst. Daarbij ontstaan langgerekte laagtes met breuken, en treedt er vulkanische activiteit op. Een van die laagtes (waar de opbreking uiteindelijk niet doorzette) ontstond in het Jura-tijdperk in de Noordzee. Michiel van der Meulen, hoofd kartering van TNO: „Dat er rond die tijd sprake was van vulkanisme in het huidige Noordzeegebied wisten we al. Maar om dan zo’n mooi voorbeeld te vinden, voelt toch wel heel bijzonder.”

De nieuwe vulkaan werd eind 2019 bij toeval ontdekt door de TNO-geologen Renaud Bouroullec en Geert de Bruin. Zij bestudeerden voor een internationaal project seismische gegevens van de bodem van de Noordzee en zagen afwijkend beeld dat op een harde koepelvormige gesteentelaag duidde. De geologen haalden er 35 jaar oude gegevens bij van een naburige boorkern, F16-02. Daarin was basalt en vulkanische as aangetroffen. Dat wees erop dat er een vulkaan actief moest zijn geweest in de regio. Destijds werd gedacht dat die vulkanische as afkomstig was van de Zuidwalvulkaan, schrijft TNO-geoloog Geert-Jan Vis in een blog over Mulciber: „Een onwaarschijnlijke verklaring, omdat basalt nooit zó ver van een vulkaan terechtkomt.” Ook bleek het aardmagnetische veld rond de anomalie anders dan normaal: een aanwijzing voor gesteente met hoge concentraties magnetische mineralen, zoals ijzeroxide en magnetiet.

As en basalt

Interessant is dat de gesteentelaag op zo’n 3.300 meter onder de zeebodem ligt, terwijl de as en basalt in boring F16-02 afkomstig waren van ‘slechts’ 1.660 meter diepte. Dat heeft te maken met een zogeheten zoutdiapier, die het vulkanische gesteente deels omhoog duwde. Van der Meulen: „In Nederland hebben we veel steenzout in de diepe ondergrond zitten en een van de eigenschappen ervan is dat het veel minder samendrukbaar is. Daardoor ‘wil’ zout vanuit de diepte eigenlijk weer naar boven, en vormt het diapieren, die je je kunt voorstellen als opstijgende luchtballonnen onder de grond. Zo’n diapier heeft ervoor gezorgd dat een deel van het vulkanische gesteente op een relatief ondiepe plek is beland.”

Op de kaart van het aardmagnetisch veld zijn ook ten noorden van Mulciber nog gesteenten te zien die relatief rijk zijn aan magnetische mineralen. Toch betekent dat niet per se dat daar ook vulkanen te vinden zijn, benadrukt Van der Meulen. „Uiteindelijk gaat het om een combinatie van factoren die kan bevestigen dat je hier daadwerkelijk met vulkanisme te maken hebt: de magnetische anomalieën, de afwijkende seismiek en de boring met vulkanisch materiaal. Van de andere plekken weten we nog te weinig om iets te kunnen zeggen over eventueel vulkanisme.”

F16-gevechtsvliegtuigen

De ontdekking van de Zuidwalvulkaan in 1970 was destijds een toevalstreffer: oliemaatschappij Elf-Petroland ontdekte in de Waddenzee op basis van seismische gegevens een onderaardse koepelstructuur, waar bovenin aardgas werd vermoed. Vis in zijn blog: „Ze boorden een gat tot 3000 meter diepte en, uitzonderlijk want erg duur, ze namen gesteentekernen van opgeteld 104 meter lengte. Achteraf bleek ruim de helft uit vulkanisch gesteente te bestaan waarin geen spoortje aardgas te vinden was.”

Het had overigens niet veel gescheeld of Mulciber had ‘Valk’ geheten, als knipoog naar de F16-boring. Van der Meulen: „F16-gevechtsvliegtuigen hebben als bijnaam ook Flying Falcon.” Uiteindelijk werd toch gekozen voor het klassiekere Mulciber: een alternatieve Romeinse naam voor Vulcanus, god van het vuur. „Die was volgens de overlevering zo lelijk dat zijn moeder hem de zee in wierp.”