Pianist Frank Peters en mezzosopraan Ekaterina Levental.

Marije van den Berg

Interview

‘Als ik Medtner zing, is het of hij mij beter begrijpt dan ikzelf’

Klassiek Mezzosopraan Ekaterina Levental en pianist Frank Peters nemen het volledige liedoeuvre van Nikolaj Medtner op. Afgelopen weekend verscheen ‘Incantation’, de eerste cd in een reeks van vijf.

Neem Rachmaninov en Skrjabin, en plaats er Chopin en Schumann tegenover. Ongeveer in het midden ligt het stilistisch speelveld van Nikolaj Medtner (1880-1951), de Moskouse pianovirtuoos en componist, die na de revolutie van 1917 zijn vaderland ontvluchtte. Uiteindelijk schoot hij wortel in Londen, om na zijn dood zoek te raken in de plooien van de muziekgeschiedenis.

Dat wil zeggen: Sinds een jaar of twintig is er sprake van een voorzichtige Medtner-revival. Pianisten als Jevgeni Kissin en Marc-André Hamelin braken een lans voor zijn omvangrijke klavierrepertoire. Ook zijn liederen duiken steeds vaker op. Afgelopen januari nog zette de Britse sopraan Louise Alder er twee op cd voor haar Chandos-debuut.

Dat het ook grondiger kan, blijkt uit het Medtner-project van de Oezbeeks-Nederlandse mezzosopraan Ekaterina Levental en de Nederlandse pianist Frank Peters. Drie jaar geleden vatte het tweetal het plan op om Medtners volledige liedoeuvre op te nemen – 107 titels sterk. „Zo’n schat aan materiaal, dat slechts mondjesmaat wordt uitgevoerd”, klinkt de stem van Levental over de Zoom-verbinding. „Dat smeekte simpelweg om een groot project.”

Afgelopen weekend presenteerden Levental en Peters Incantation, de eerste cd uit een Medtner-reeks van vijf. Deel twee staat voor komend najaar op de planning.

Architect

„Het was liefde op het eerste gehoor”, vertelt Levental over haar kennismaking met Medtner. „Er schuilt iets heel waarachtigs in die liederen. Alsof iemand me iets influistert, wat ik diep van binnen al heel lang wist.”

Gemakkelijke kost is het niet, vervolgt ze: „Medtner vraagt het uiterste van zijn zangers. Hij gaat van de diepste laagte tot de hoogste hoogten. Toch geven zijn noten mijn stem een kracht, waarvan ik niet wist dat ik die in me had.”

Levental werd op het Medtner-pad gezet door haar duopartner Frank Peters, die al in zijn studietijd gefascineerd raakte door de componist. „Ik was en ben een groot liefhebber van Rachmaninov. Als je over hem gaat lezen, kom je automatisch bij Medtner terecht. Het waren boezemvrienden, met de hoogst mogelijke achting voor elkaars werk.”

Ik denk dat Medtner de luisteraar harder laat werken voordat hij zijn geheimen prijsgeeft

Frank Peters pianist

Ironisch genoeg was die vriendschap tegelijkertijd het kruis dat Medtner droeg. De vergelijking met Dmitri Sjostakovitsj en Mieczyslaw Weinberg dringt zich op. Ook twee tijdgenoten. Ook twee zielsverwanten. En ook hier groeide de een uit tot icoon, terwijl de ander zich veroordeeld zag tot meesterschap in de marge.

Peters, gevraagd naar een verklaring voor die scheve verhouding: „Ik denk dat Medtner de luisteraar harder laat werken voordat hij zijn geheimen prijsgeeft. Waar Rachmaninov het romantische hart op de tong draagt, daar componeerde Medtner als een architect. Elk detail van zijn muziek stoelt op een minutieus uitgedacht fundament. Daaraan deed hij geen concessies. Als luisteraar moet je die constructie willen veroveren.”

Een zekere onbuigzaamheid tekende ook Medtners persoonlijkheid, vertelt Peters. Neem die keer dat hij onder leiding van Willem Mengelberg zou soleren in Beethovens Vierde pianoconcert. Een verschil van inzicht over het juiste tempo maakte dat de jonge pianist nog tijdens de repetities de vleugel dichtsloeg en zijn biezen pakte. Daags erna verscheen er een gepeperde ingezonden brief in de Russische kranten waarin Medtner Mengelberg betichtte van megalomanie en schoolmeesterschap.

Fijnslijper

Medtner mocht dan compromisloos zijn, zijn eigenzinnigheid stond wel altijd in dienst van de muziek, nuanceert Levental: „Uit alles spreekt een urgentie om tot de kern door te dringen. De manier waarop hij met zijn liedteksten omspringt, is veelzeggend. Hij graaft tot op de bodem van de woorden, en weet ze zo te verklanken dat de muziek eigenlijk al voor zich spreekt.”

Als voorbeeld noemt Peters het lied ‘Twilight’ uit opus 24: „De tekst beschrijft hoe de wereld in de schemering vervaagt. Licht, kleuren en contrasten verdwijnen. Medtner weet dat prachtig in muziek te vangen. Met ambivalente harmonieën die in elkaar overvloeien, en voortdurende maatwisselingen waardoor een eenduidig metrum ontbreekt.”

„Medtner was een fijnslijper”, beaamt Levental. „Elke noot staat op de juiste plek. Als ik zijn liederen zing, is het alsof iemand mij beter begrijpt dan ikzelf.”