Reportage

‘Al honderd keer in overtreding’ op de eerste schooldag

Onderwijs op 1,5 meter Basisscholen zijn deze maandag weer geopend. Op De Witte Vlinder in Arnhem bleven 5 van de 165 kinderen en één docent uit voorzorg thuis.

De eerste schooldag na een sluiting van weken wegens corona op De Witte Vinder in Arnhem.
De eerste schooldag na een sluiting van weken wegens corona op De Witte Vinder in Arnhem. Foto John van Hamond

„Ho, stop, ho stop!”, roept directeur Roswitha Goldsmid van basisschool De Witte Vlinder naar die ene moeder die tóch het schoolplein oploopt. De regel is: geen vaders en moeders op het plein – laat staan ín het gebouw. Alleen voor de kleuters wordt deze maandag een uitzondering gemaakt.

De meeste ouders blijven keurig achter de hekken. „Ze hebben de instructiemail goed gelezen”, stelt intern begeleider Martine de Graaf tevreden vast. Achter haar rug rennen de kinderen juichend het schoolplein over richting hun juffen die ze breed lachend opvangen naast twee wapperende skytubes. De metershoge ballonnen overstemmen al het andere geluid.

De ouders zwaaien hun kroost opgelucht uit na acht weken thuisonderwijs. „Blij dat het erop zit”, zegt Naomi Thijssen terwijl ze dochters Ashley (7) en Linsey (6) snel een laatste kusje geeft. „Het waren pittige weken.” Nu moet ze rap naar huis „om op te ruimen”, want over tweeëneenhalf uur moeten de meiden alweer worden opgehaald.

Lees ook Vijf lessen die we hebben geleerd van twee maanden thuisonderwijs

Hoe basisscholen deze maandag weer opstartten, mochten ze zelf bepalen van onderwijsminister Arie Slob. Zolang ze zich maar houden aan de anderhalvemeterafstandregel en maximaal de helft van het aantal kinderen tegelijk aanwezig is. Die regels gelden in ieder geval de komende drie weken. Of scholen daarna weer op volle kracht open mogen, is afhankelijk van hoe het coronavirus zich de komende tijd verspreidt.

Verreweg de meeste basisscholen kiezen voor hele dagen les: de ene dag de ene helft van de kinderen, de andere dag de andere. Zo’n 10 procent koos voor halve dagen: de ene helft van de kinderen krijgt les in de ochtend, de andere helft in de middag.

Thuis lastig lesgeven

Zo ook De Witte Vlinder, aan de rand van de Arnhemse volkswijk De Geitenkamp. „We willen onze kinderen graag elke dag zien, daarom hebben we voor dit model gekozen”, zegt directeur Goldsmid. „Elke dag naar school geeft meer structuur. Dat is voor onze doelgroep belangrijk. We hebben veel kinderen uit sociaal zwakkere milieus en we merken dat het voor ouders lastig is om veel thuis les te geven.”

Het schema van De Witte Vlinder ziet er de komende drie weken zo uit: de eerste groep krijgt les van half negen tot elf, de tweede van twaalf tot half drie. Wie niet op school is, maakt thuis huiswerk, maar er is geen sprake meer van thuisonderwijs, zoals de afgelopen weken. Docenten kunnen niet én live lesgeven én online lessen verzorgen.

Foto John van Hamond

„Ik ben niet zo happy met deze schooltijden, Roswitha.” Ouder Simone Hofman klampt Goldsmid aan nadat zoontje Jesse is uitgezwaaid. „Ik blijf heen en weer racen.”

„Snap ik”, knikt Goldsmid, „Het is even niet anders. we hebben er bewust voor gekozen.”

„Een dagdeel is kort”, zegt intern begeleider De Graaf. Maar we gebruiken de tijd optimaal. We gaan niet zitten knutselen. De kinderen krijgen intensieve instructielessen.”

„Ik probeer met jullie mee te denken”, reageert Hofman, „maar het is gewoon lastig. Ik heb ook nog een kind op het speciaal onderwijs. Hij kan alleen op donderdag en maandag terecht, want ze hebben te veel zieke docenten.” En dan zit de man van Hofman ook nog eens in de risicogroep door de longziekte COPD. Ze zucht. „Het is niet te doen. Gelukkig hebben we een topschool. Jullie doen het hartstikke goed, Roswitha.”

Eén docent afwezig

De afgelopen weken werd gewaarschuwd voor ouders die uit angst voor het virus hun kinderen thuis zouden houden. Ook leraren zouden zich om die reden ziek melden.

Landelijke cijfers zijn nog niet bekend, maar op De Witte Vlinder is slechts één docent afwezig. Zijn vrouw werd een paar dagen geleden positief getest op corona. Van de 165 leerlingen blijven er vijf uit voorzorg thuis. De school doet er alles aan om besmetting te voorkomen: gymmen gebeurt voorlopig buiten in het park, het schoolplein wordt tijdens de pauzes in tweeën gedeeld en er wordt „eindeloos” veel schoongemaakt en handen gewassen.

Foto John van Hamond

Even voor half negen lopen de oudere kinderen het schoolplein op. Achtstegroepers Yaily (13) en Richelle (12) hebben niet veel zin in school. Het was „chill” om acht weken thuis te zijn. Lekker uitslapen, geen stress. Yaily: „Thuis vergat ik soms dat ik huiswerk moest maken.”

Jaylyn (11) vindt het „niet heel fijn” om weer naar school te gaan, zegt ze terwijl ze haar fiets in het rek zet. „Ik heb een klein beetje de zenuwen om ziek te worden.” Wat vindt ze er wél leuk aan? Even denken. „Ik krijg weer meer uitleg van meester Cees.”

‘Vreselijk. De hel!’

Om elf uur precies holt de eerste groep kinderen weer naar buiten. Meester Berrie van den Bovenkamp zwaait zijn groep vijf uit in de deuropening. Hoe het was? Brede grijns: „Vreselijk. De hel!” Dan serieus: „Ik ben blij om ze allemaal weer te zien. Maar eerlijk gezegd is het heel lastig lesgeven als je niet dichtbij mag komen. Ik denk dat ik vanochtend al honderd keer in overtreding ben geweest.”

De regels rond het anderhalvemeter-onderwijs botsen met zijn lesmethode. Normaal gesproken zit Van den Bovenkamp zijn klas dicht op de huid. Hij kijkt mee over de schouders van zijn leerlingen: wat schrijven ze op? Letten ze op? Hebben ze íets begrepen van zijn uitleg? „Kijk”, demonstreert hij, „als ik anderhalve meter van ze afsta, pikken ze minder van me op dan wanneer ik vlak voor ze sta. Dichtbij maak ik een-op-een contact. Dat is de essentie van onderwijs.”

Het wordt zoeken naar een nieuw normaal, denkt Van den Bovenkamp. De afgelopen weken heeft hij goed contact kunnen houden met zijn klas en hij gaat de komende dagen „goed kijken naar wat er nog in hun hoofden zit”. Echt grote leerachterstanden verwacht hij niet. „Behalve als het gaat om lezen, want dat doen ze thuis niet. Daar gaan we de komende tijd extra aan trekken.”