Opinie

Afvalrazernij in de stad

Frits Abrahams

Opruimwoede leidt tot afvalrazernij. Ik zal me nader verklaren. De opruimwoede is begonnen in de coronacrisis. Ik constateer dit op grond van mijn ervaringen in Amsterdam, maar ik neem aan dat de situatie in andere grote steden niet veel anders is. De burger verveelt zich thuis, ziet de onnutte spullen die hij om zich heen heeft verzameld en besluit zijn huis uit te mesten.

Het begint (in mijn geval) met de onleesbare boeken van mijn moeder en het eindigt (in bijna alle andere gevallen) met de gore, van vrijwel alle denkbare menselijke sappen verzadigde matrassen uit de slaapkamer. Aan de straat met die rotzooi, en wel onmiddellijk.

De gevolgen worden op een overweldigende wijze zichtbaar. In veel straten ontstaan spontaan forse vuilnisbelten die zich van stoep naar straat uitbreiden. Aanvankelijk waren die bergen geconcentreerd rond uitpuilende vuilniscontainers, maar sinds kort maakt de opruimende burger het zich nog wat gemakkelijker: hij flikkert zijn troep gewoon ergens op een straathoek of tegen een plantenbak neer. Dit inspireert andere burgers tot navolging zodat op allerlei onverwachte plekken indrukwekkende vuilnishopen verrijzen.

De hopen bestaan uit alles wat God heeft verzonnen: tuinmeubels, fauteuils, vogelkooien, beddenhoezen, bureaustoelen, badmintonrackets, televisietoestellen, spiegels, tapijten enzovoorts. En natuurlijk die ranzige matrassen.

Een aparte vermelding verdient de kartonnen doos. Het karton rukt momenteel op als giftig onkruid in een tropisch regenwoud. Iedereen (ja, u en ik ook) bestelt online en moet zich vervolgens ontdoen van de kartonnen verpakkingen. Vroeger waren er nog keurige uitslovers die zo’n verpakking aan stukken scheurden, tegenwoordig worden de kartonnen dozen integraal bij de andere rommel gedumpt.

Ik noemde het afvalrazernij, maar ik moet er voor de duidelijkheid aan toevoegen dat die razernij twee gezichten heeft: die van de dader en die van de onschuldige omwonende. De dader zal en moet zijn rotzooi kwijt, de omwonende ergert zich wild. Ik merk het op mijn wandelingen door de stad. Tegen de instantvuilnisbelten worden bordjes geplaatst met woedende teksten als: „Aso’s, hou je rotzooi bij je!” De bewoners in de Tweede Weteringdwarsstraat bleven iets beleefder: „Beste buren, graag het afval voor uw eigen voordeur plaatsen. Dit is geen afvalverzamelplaats.”

Eén dader, een straat verderop, had zich ingedekt tegen klachten door op zijn afval een briefje te plakken met de tekst: „De gemeente zou dit afval op 6 mei afhalen, maar het wordt 8 mei.” Ik las dit op 10 mei en de dader had nog steeds niets gedaan om zijn rotzooi terug te nemen in afwachting van de komst van de gemeente.

Die gemeente zit intussen met de handen in het haar. „In Amsterdam zetten we alles op alles om uw afval gewoon op te halen”, schrijft ze al op 14 april op haar website. „Helaas zien we de afgelopen periode een enorme toename in de hoeveelheid (verkeerd aangeboden) afval op straat.” Door de coronacrisis heeft de gemeente minder personeel en daarom verzucht ze: „We hebben uw hulp echt nodig om te zorgen dat de stad schoon blijft.” Waarna er een aantal tips volgen over het aanbieden van grofvuil op de juiste dag en het juiste tijdstip.

Het heeft nog niet mogen baten.