Opinie

36,6 graden, dus ik mag de supermarkt binnen

De corona-apps krijgen een vaste plaats in het leven van correspondent in Beijing. Het is onduidelijk wat met haar data gebeurt.
Garrie van Pinxteren
Garrie van Pinxteren Merlijn Doomernik

Al ruim drie weken is er in Beijing geen enkele nieuwe besmetting met Covid-19 meer gemeld. Je zou verwachten dat de controles dan ook langzamerhand versoepelen, maar daar merk ik niets van. Integendeel.

Bij mijn buurtsuper stond vroeger een man die mijn temperatuur opnam met een apparaatje aan mijn pols. Naarmate de epidemie langer duurde, wuifde hij me steeds vaker door zonder echt op het schermpje te kijken. Hij had verder geen gegevens van me, en hij vond het allemaal wel best.

Nu gaat het anders. De man dirigeert me naar een machine die nog het meeste weg heeft van een televisie op een pootje en die automatisch mijn temperatuur meet. „Geen afwijkingen”, roept de mechanische stem van de machine tot nu toe door de winkel als ik verder loop.

Worden mijn gegevens ook opgeslagen? Door wie? Alleen door de winkel? Voor hoe lang? Heeft de overheid er ook toegang toe? Ik heb geen idee, en ik weet ook niet aan wie ik dat zou moeten vragen. Wel zie ik op sommige machines fotootjes staan van mensen die me zijn voorgegaan. Ik kan zien om hoe laat ze precies langs het apparaat liepen, en wat hun temperatuur was. De man voor me had 36,3, ik 36,6.

Commerciële partijen domineren

Veel van de nieuwe technologie wordt ontwikkeld door grote bedrijven als Alibaba van de rijke zakenman Jack Ma. Ook Tencent, van de nog rijkere Ma Huateng (ook bekend als Pony Ma) speelt een grote rol. Waar de overheid eerst nog huiverig was om de ontwikkeling van bijvoorbeeld het sociale kredietsysteem in handen te leggen van commerciële partijen, lijkt die aarzeling bij de introductie van nieuwe gezondheidsapps nu helemaal verdwenen.

Naast de flat waar ik woon, staat een groot sportstadion. Dat is pas sinds kort weer open. Niet voor sportwedstrijden, wel om naar de winkels rondom het stadion te gaan. Als je naar binnen wilt, moet je eerst een code scannen met je mobiele telefoon. Dat kan via Wechat, een heel populaire Chinese versie van WhatsApp. Wechat is eigendom van Tencent. Of je gebruikt Alipay, van Alibaba. Meer keuzes zijn er niet. Beide bedrijven hebben nauwe banden met de overheid. Een openbare aanbesteding om de apps te ontwikkelen, is er niet geweest. Buitenlandse bedrijven maken al helemaal geen kans om zoiets in China te mogen ontwikkelen.

Gezondheidskit

Als je de code scant, opent er op je mobieltje een zogenoemde Gezondheidskit. Je maakt een foto van je identiteitsbewijs en je voert je naam en het nummer van je identiteitsbewijs in. Daarna verschijnt er als je geluk hebt de mededeling: „Geen afwijkingen” in het groen. Ik ben ‘groen’, ik mag het stadion in. Voor de zekerheid wordt wel ook mijn temperatuur met de hand gemeten en mijn telefoonnummer genoteerd.

Groen betekent dat ik niet in contact ben geweest met iemand die besmet is. Was dat wel zo, dan kreeg ik oranje en moest ik in quarantaine. Als ik rood krijg, ben ik zelf besmet. Klopt dat altijd? Hoe weten ze dat precies? En vooral: kan ik er iets tegen doen als ik denk dat het niet klopt?

Ik ben er niet gerust op, en ik heb de Gezondheidskit lange tijd vermeden. Eerst lukte het nog om alleen een app te gebruiken van de telefoondienst. Ik gaf mijn nummer op, de telefoonmaatschappij gaf dan op basis van de opgeslagen gps-data aan dat ik de laatste veertien dagen niet buiten Beijing was geweest. Als ook mijn temperatuur oké was en ik schreef mijn paspoort- en telefoonnummer op, dan mocht ik een restaurant of winkel binnen.

Die app is nu vrijwel helemaal vervangen door de Gezondheidskit. Ook die kijkt waar je allemaal bent geweest. De oude app dient ook geen doel meer, want mensen van buiten mogen Beijing weer gewoon binnen.

De Gezondheidskits lijken blijvertjes. En dat accepteert iedereen. Want ja, gezondheid is nu eenmaal het hoogste goed.