Het centrum van Paramaribo, begin vorige maand. Vanwege het coronavirus blijven in Suriname scholen en de meeste bedrijven nog dicht.

Foto Adriana Loureiro Fernandez/The New York Times

Interview

‘We hebben een ramp tot nog toe kunnen voorkomen’

Corona in Suriname Dankzij een strenge lockdown heeft Suriname geen besmettingen meer. Maar het land is nog niet uit de gevarenzone, vertelt arts en publieke gezondheidsadviseur Ruben del Prado. „Het virus loert naar ons vanuit de buurlanden”.

Arts en medisch deskundige Ruben del Prado is een prominent gezicht bij de Surinaamse coronabestrijding. Hij adviseert Suriname over Covid-19 en helpt de exitstrategie voor zijn land vorm te geven. Het land telde de afgelopen tijd slechts 10 besmettingen, waarvan één persoon is overleden. Suriname ging razendsnel in een strenge lockdown en sloot ook het luchtruim. Inmiddels worden er op dit moment geen besmettingen meer gemeld,, maar het gevaar is volgens Del Prado nog niet geweken. „Het virus loert naar ons vanuit onze buurlanden waar besmettingen hoog zijn. We zijn nog lang niet uit de gevarenzone”, vertelt hij telefonisch vanuit zijn woning in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo.

Dat Suriname er tot nog toe in slaagde het coronavirus succesvol te bestrijden, komt volgens Del Prado mede doordat er al heel vroeg maatregelen zijn getroffen. „We zijn al sinds januari met voorbereidingen begonnen omdat we wisten: als het virus hier komt kan ons zorgstelsel het niet aan.” Suriname heeft zeshonderdduizend inwoners en er zijn nog geen dertig beademingsapparaten. „We hebben een ramp kunnen voorkomen, omdat de eerste besmette vrouw zichzelf heeft gemeld en al haar contacten in quarantaine gingen. Ze bleek vijf personen te hebben besmet. Helaas heeft haar man het niet gered. De laatste van de overige negen besmette Surinamers is vorige week genezen verklaard.”

Zaterdagavond lokale tijd maakte president Bouterse nieuwe aanpassingen bekend in het Surinaamse coronabeleid, waarbij naast raadpleging van experts als Del Prado ook de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Caribische gezondheidsorganisatie (CARPHA) zijn gevolgd.

Twee meter afstand

Scholen en ook de meeste bedrijven blijven voorlopig nog dicht. Wel komt er een verruiming van de avondklok en mogen Surinamers nu langer op straat blijven. Ook wordt de mogelijkheid tot samenscholing uitgebreid van tien naar vijftig personen, maar moeten mensen wel de in Suriname geldende twee meter afstand bewaren. Ondertussen dringt het bedrijfsleven aan om weer te mogen opstarten.

Suriname zat voor de coronacrisis al in een economische crisis, die door de lockdown met de dag zwaarder wordt. Maar volgens del Prado moeten bedrijven eerst aan scherpe veiligheidsregels voldoen voor ze open kunnen. Een speciaal Covid-19 managementteam gaat de komende week hierover in gesprek met verschillende bedrijfssectoren zoals de horeca, sportcentra en de transportsector en vervolgens een tijdsplanning maken. „Mijn voorstel is om een stuk verantwoordelijkheid bij deze sectoren zelf neer te leggen”, zegt Del Prado. „Laat ze met goede en veilige voorstellen komen”. Het openbaar vervoer in Suriname bestaat uit kleine busjes waar normaliter zo'n dertig man opeen gepropt naast elkaar zitten. „Om twee meter tussen de passagiers te houden moeten er minder mensen in de bus, en zouden bijvoorbeeld alleen de raamplaatsen beschikbaar moeten zijn”.

Zorgen over buurlanden

Del Prado, die twintig jaar in verschillende landen werkte voor de Verenigde Naties als directeur en beleidsadviseur voor het HIV/AIDS-programma van UNAIDS, maakt zich grote zorgen over de situatie in de buurlanden van Suriname, waar het virus nog hevig woedt.

Zo hebben buurlanden Frans-Guyana en Guyana samen bijna 200 besmettingen. In het grote buurland Brazilië loopt het aantal besmettingen al tegen de 200.000 en zijn al meer dan 10.000 mensen overleden. Luchtruim en landsgrenzen blijven daarom voorlopig gesloten.

Grenzen bestaan vooral uit Amazonewoud, rivieren en bergen en zijn moeilijk controleerbaar. Del Prado wijst erop dat de inwoners van het binnenland – Marrons en Inheemsen – makkelijk over natuurlijke grenzen bewegen, wat transmissie van het virus en nieuwe uitbraken in de hand kan werken. „Soms wonen mensen in een dorpje dat in Suriname ligt en bezoeken ze familie verderop met de boot, in een dorp in Frans-Guyana waar besmettingen zijn.”

Noot: dit stuk is op 10 mei om 21:00 geactualiseerd. De tekst is op sommige plaatsen aangepast.