Opinie

Veilig thuis douchen

Wilfried de Jong

Het moet een vlaag van ongehoorde melancholie geweest zijn. Nog eens proeven aan wat ooit was, in dit voetballoze tijdperk. Ik reed met mijn auto in de buurt van mijn oude amateurclub, aan de rand van Rotterdam en besloot vlak voor de entree te parkeren.

Het hoofdveld lag er nog even beroerd bij. In mijn jeugd liep het veld schuin en dat was nog altijd zo. Het gras lag er bleekjes bij. Of er in de plaggen onwil bestond om volgroeid te raken. Op de paden zag ik hoe met krijt een coronabestendige route was getekend.

Terwijl de ouders buiten het terrein moesten wachten, trainden hun kinderen van zes, zeven jaar onder leiding van een volwassen trainer.

Zelf poog ik de roep om voetbal te dempen. Het is even minder van belang. Het herlezen van de spannende column van collega Maxim Februari van driekwart jaar geleden hielp een handje. Februari vertelde over zijn sympathie voor anti-sporters. Zelf schreef hij niet beter te worden van het heffen van gewichten na lichamelijk malheur: „Overal pijn en nergens energie: de juiste stemming om te kijken naar de schaduwzijden van sport. Naar het fysieke narcisme. Maar vooral ook naar het competitieve element, het spelelement, dat niet altijd zo speels is als het lijkt.”

Op het beroerde grasveld lagen mijn slidings, sprintjes, doodschoppen en gemiste kansen. Ik hield zielsveel van de bal; als ding om mee te verblijven, desnoods in mijn eentje. Maar mijn hoofd werd ook vurig opgepookt in de teamstrijd om een blikken bekertje dat diezelfde dag nog in de prijzenkast verdween.

Het was lekker om na een krachtsinspanning mijn kuiten en dijen in mijn puberlijf te voelen gloeien. Genieten van een stomend sportlichaam, desnoods via de spiegel. Je mag het gerust jeugdig narcisme noemen, Maxim.

Als er iets knapte of zeurde was er altijd nog die alleenstaande man van de club. Thuis op zijn zolderkamertje probeerde hij een keer handmatig mijn ontblote lies de goede kant op te sturen. En tijdens een voetbalkamp heeft hij op de eerste verdieping van een stapelbed het pijnlijke bovenbeen van mijn jongere broer gemasseerd met behulp van zeepsop. We hebben onlangs nog hard gelachen om dat amateuristisch geklungel, toch een soort metoo avant la lettre.

De man werd na een paar incidenten geroyeerd door onze rooms-katholieke club. Een kruis erover. Een aantal jaren geleden zakte hij eenzaam en verlaten onder de grond, met gevouwen massagehanden op zijn alcoholbuik.

Geen happy ending, zal ik maar zeggen.

Op het veld sleurde een jongetje aan een net vol leren ballen. Zou ik het nog kunnen, op mijn oude hoofdveld, met mijn linkervoet zo’n bal een lel geven? Ik bleef in mijn auto. Afstand houden, dat was toch het beste.

De zondagse training zat erop. Vanachter het stuur zag ik het afscheid met de anderhalvemeterschop; de kinderen trapten hun trainer hard tegen de onderkant van zijn voetbalschoen.

Met rode koppen stapten ze op hun ouders af. Veilig thuis douchen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.