Angel Di Maria van Paris Saint-Germain viert met fans buiten het stadion in Parijs de zege van zijn club tegen Borussia Dortmund. Het Champions League-duel werd op 11 maart in een leeg stadion gespeeld.

Foto Abacapress

Interview

Rob Jansen: ‘Het is tijd dat de ethische moraal in het voetbal het wint van de dollartekens’

Rob Jansen Rob Jansen, voorzitter van de Europese bond voor voetbalagenten, hoopt dat de coronacrisis ethisch besef in het voetbal brengt. Honderden miljoenen betalen voor een speler kan niet meer, vindt hij. „De gekte moet stoppen, al eet ik zelf ook uit die ruif.”

Bij Rob Jansen (64) thuis hielden ze vroeger niet van commerciële voetbalmakelaars. Vader Karel was oprichter van de eerste vakbond voor voetballers, in 1961. Hij voerde een voortdurende strijd met belangenbehartigers van voetballers die geld wilden verdienen over de rug van hun spelers. Als kind moest Rob Jansen weleens boze brieven van Karel op de bus doen, staat beschreven in het boek Deal over de carrière van de voetbalmakelaar.

Voetbalmakelaar, jazeker. Jansen begon zijn carrière bij de spelersvakbond van zijn vader, maar toen duidelijk werd dat topsporters liever individuele begeleiding wilden, besloot hij midden jaren negentig toch commercieel spelersbegeleider en voetbalagent te worden.

Hij is directeur van de Nederlandse tak van het Amerikaanse sportmanagementbureau Wasserman en begeleidt bekende spelers en coaches zoals Ronald Koeman (bondscoach), Phillip Cocu (coach van de Engelse club Derby County, ex-PSV), Joël Veltman (speler van Ajax) en Leroy Fer (speler van Feyenoord). In het boek wordt zijn levensstandaard geschetst: een grote villa in Scheveningen, een boot in een Franse jachthaven, een exclusieve auto.

„Ik ben onderdeel geworden van een megafinanciële jungle en kan me daarin heel succesvol bewegen. Maar het cement waarop het huis is gebouwd, is niet veranderd”, zegt Rob Jansen aan de telefoon. Thuis heeft hij vanwege de coronacrisis veel tijd om na te denken nu de handel in voetballers vrijwel stilligt en de spelersbegeleiding op een lager pitje staat.

Rob Jansen Foto Paul Bakker

Hij ergert zich aan voetbalbonden die per se zo snel mogelijk de voetbalcompetities weer willen hervatten. „Voetbalbestuurders, vooral die van de Europese bond UEFA en de wereldbond FIFA, staan volledig buiten deze wereld. Gezondheid staat niet op één, al zeggen ze van wel. Het gaat om sponsorgelden, om televisierechten, om geld.”

Jansen ziet dat kleinere voetbalclubs en amateurverenigingen financiële problemen hebben nu er geen publiek meer op de tribunes zit en sponsoren zich dreigen terug te trekken. Grote, financieel sterke clubs zullen hen moeten helpen, anders dreigen veel clubs te verdwijnen, zegt Jansen. Vorige week sloten de clubs in het Nederlandse betaald voetbal een akkoord met de spelers over het inleveren van salaris.

In Nederland hebben voetbalbond KNVB, ING en de spelers een noodfonds van 11 miljoen euro opgezet. Veel minder dan bijvoorbeeld in Spanje, waar de voetbalbond 500 miljoen uittrekt om clubs te redden. In Duitsland brengen vier grote clubs samen alleen al 20 miljoen euro op ter ondersteuning van hun financieel minder sterke concurrenten.

Lees ook: Hoe de coronacrisis de voetbaleconomie zal dwingen tot verandering

Wereldvoetbalbond FIFA denkt naar verluidt aan een wereldwijd noodfonds van honderden miljoenen euro’s om voetbalclubs overeind te houden.

Jansen hoopt dat de coronacrisis voor een omslag zorgt in het voetbal. Minder aan geld denken, meer aan solidariteit. Jansen: „Het is tijd dat de ethische moraal in het voetbal het wint van de dollartekens.”

Wat bedoelt u daarmee?

„De gekte moet stoppen. Transfersommen zouden in elkaar moeten storten. 222 miljoen euro om Neymar te kopen, 145 miljoen voor Kylian Mbappé – allebei betaald door de rijke sjeik die eigenaar is van Paris Saint-Germain. Als die bedragen lager worden, zakken de salarissen ook. Al is het maar voor een paar jaar. Het zal invloed hebben op het exorbitante gedrag van sommige spelers, coaches, makelaars, mensen in die economische tak. Veel mensen zijn op hol geslagen om maar onderdeel te zijn van die Hollywoodwereld die het voetbal is geworden. Ik doe mijn leven lang al onderhandelingen en ik ben er heel goed in, maar af en toe kom ik niet meer bij als ik hoor wat voor onzin ik, net als anderen, uitkraam.”

U bedoelt: de bedragen die u vraagt?

„De hebberigheid, het graaien, het normaal vinden dat zulke bedragen worden betaald. Dat veel spelers geen besef meer hebben wat bedragen nu eigenlijk betekenen in relatie tot de maatschappij. De jeugdspeler die meer verdient dan Mark Rutte. En dan aan je vraagt of het wel voldoende is. Als je vervolgens uitlegt wat het doorsnee salaris in de gewone maatschappij is geloven sommige van die jonge knullen niet dat je daarvan kunt leven. Dan heb je totaal geen besef, dan leef je op een andere planeet. Kijk, ik gun het ze allemaal. Als ik iemand miljoenen moet laten verdienen, laat ik het ze echt verdienen. Maar ik probeer ook met ze te praten over wat normaal is.”

Als hun collega-voetballers zoveel verdienen, dan willen zij dat ook.

„Ze mogen best zulke bedragen krijgen, maar ik kan er niet tegen als ze niet inzien dat het krankzinnig veel geld is. Door de natuurkracht die ons nu bedreigt ben ik daar nog feller in – daardoor zie ik scherper dat er een bepaalde ethiek mist in het voetbal. De samenleving leert nu welke mensen echt van belang zijn in de maatschappij. Mijn vader zei altijd: vuilnismensen hebben het belangrijkste beroep in onze samenleving. Doen ze hun werk niet, dan hebben we een epidemie. Ik kan er niet bij dat we bezuinigen op zorg, onderwijs, de politie. Terwijl in de meest vreemde beroepen miljoenen worden verdiend. Mensen zullen dat ook best van mijn beroep vinden. We mogen best denken: wacht eens even, waar zijn we mee bezig?”

Je kunt ook zeggen: u heeft makkelijk praten over ethisch besef in een wereld waarin u zelf miljonair bent geworden.

„Dat is totale kolder. Een geslaagde zakenman mag nooit praten over ethiek? Ik ben niet hypocriet, ik maak deel uit van die gekke wereld, ik eet zelf uit die ruif. Maar dat betekent toch niet dat ik er geen kritiek op mag hebben? Ik probeer er nu boven te hangen en te kijken wat het voetbal nodig heeft. Dat is meer solidariteit. Mijn vader zei altijd: je moet niet stemmen wat goed is voor jou, maar wat goed is voor het land.”

Je ziet in de voetbalwereld wel dat grootverdieners nu salaris inleveren om zwakkere clubs te helpen. Ook in Nederland. Spelers van Barcelona, Juventus en Bayern zien tijdelijk af van salaris. Voor een speler als Robert Lewandowski, spits van Bayern, betekent dat op jaarbasis zo’n vier miljoen euro.

„Dat is ook mooi. Ik heb ook spelers aan de lijn gehad die zeggen: Rob, hoeveel moet ik inleveren om te helpen? Dat wilden ze meteen doen. De KNVB heeft een fonds om clubs te ondersteunen. In Duitsland leveren rijke clubs ook hun premies en bonussen in.”

Lees ook: de KNVB volgt grote voetballanden bij discussie over afmaken Eredivisie.

Is dat een signaal dat er inderdaad veranderend ethisch besef is?

„Eerlijk gezegd, deze wereld goed kennende, denk ik dat we een jaar na deze ellende weer naar de oude voetbalwereld zullen gaan.”

Er zijn nu eenmaal rijke clubeigenaren van bijvoorbeeld Paris Saint-Germain en Manchester City die spelers voor tientallen of honderden miljoenen kopen alsof het niets is.

„Die verdwijnen niet en hun vermogen ook niet. Je moet dan hopen op burgerlijke onrust van mensen die zeggen: wacht even, dit vinden we niet meer kunnen.”

Maar het zal tijdelijk zijn?

„Ja, een moment van bezinning voordat de gekte weer toeslaat. Zo zal het wel gaan. Al hoop ik dat het anders is.”

En dan zit u weer met een club te onderhandelen die vijftig miljoen moet betalen voor een speler.

„Ongetwijfeld. En dan glimlach ik er ook nog bij. Dan vind ik het nog steeds een leuke, gekke wereld. Ik plaats nu alleen mijn vraagtekens en hoop op normalisering. Maar ik denk dat de kans beperkt is dat er echt iets gaat veranderen.”

Dan heeft u er geen moeite mee om er onderdeel van te blijven?

„Totaal niet. Ik kan over normalisering praten, op bestuursniveau. Voor zover mijn invloed reikt. Maar met er uitstappen heeft nog nooit iemand iets veranderd. Als ik met een schaap op de hei ga lopen, dan bereik ik zeker niks.”