Referendum als noodrem voor de Limburgse kiezers

Volksraadpleging Het plan om in Limburg een referendum in te voeren dat stiekem toch bindend is, stuit op kritiek. Maar boeit de provincie de kiezer wel?

Gedeputeerde Joost van den Akker (VVD) bij de presentatie van het Limburgs collegeprogramma in het Provinciehuis.
Gedeputeerde Joost van den Akker (VVD) bij de presentatie van het Limburgs collegeprogramma in het Provinciehuis. Foto Jean-Pierre Geusens/Novum

De Grondwet verbiedt dat kiezers hun volksvertegenwoordigers terugfluiten en met een bindend referendum in de door hen gewenste richting duwen. In een voorstel voor een correctief referendum komt de provincie Limburg daarom met een list. Als de uitslag van de volksraadpleging juridisch niet bindend kan zijn, dan moet die maar politiek bindend worden gemaakt. Laat alle Statenleden vooraf verklaren dat ze zich gebonden voelen aan de uitslag en ze zullen het wel uit hun hoofd laten om later anders te handelen.

In Brabant is een zelfde ontwikkeling gaande. De nieuwe coalitie van CDA, VVD, FVD en Lokaal Brabant, wil een correctief referendum mogelijk maken. De voorwaarden moeten nog bepaald worden, maar de coalitiepartijen zeggen zich te zullen houden aan de uitslag.

Hoogleraren reageren verschillend op het Limburgse plan, maar zijn enthousiast over de ijver die blijkt uit het voorstel. „Het zit slimmer in elkaar dan de ingetrokken landelijke wet voor een raadgevend referendum”, vindt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.

De Limburgse gedeputeerde Joost van den Akker (Economische Zaken, VVD), die in 2018 promoveerde op een proefschrift over referenda ziet de volksraadpleging als een mogelijkheid om burgers meer bij de politiek te betrekken. Dat de mogelijkheid voor een referendum onderzocht zou worden, stond in het akkoord van de extraparlementaire coalitie in Limburg, met onder meer bestuurders uit CDA, VVD, PVV en FVD.

Lees ook: Limburg wil een bindend referendum. Mag dat?

Er is nog wel een verschil van mening over de drempel die moet worden gehaald om het referendum politiek bindend te maken. Ger Koopmans (CDA), met wie Van den Akker het voorstel voorbereidde, wil dat ten minste net zoveel kiezers hun stem uitbrengen als bij de laatste Statenverkiezingen (52,5 procent). Van den Akker vindt dat ten minste een derde van de stemgerechtigde kiezers voor correctie van een besluit moet hebben gestemd. „Bij een duidelijk afgetekende meerderheid is de drempel dan minder hoog.” De keuze voor een van de varianten moet nog gemaakt worden.

Voermans vindt beide opties ongelukkig en onduidelijk. „Bouw een stevige drempel in met een behoorlijk percentage. Dan voorkom je toestanden als bij het Oekraïne-referendum waar de mening van pakweg 17 procent door de relatief lage opkomstdrempel al een meerderheid kon opleveren. Maar de opkomst bij de laatste verkiezingen is wel een erg hoge drempel.”

Lees ook het interview met politicoloog Kristof Jacobs: ‘Referenda hebben indirect een grote impact’

Ook Frank Hendriks, hoogleraar vergelijkende bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, vindt de drempel „best hoog”. Hendriks werd geraadpleegd bij de voorbereiding van het Limburgse voorstel. Dat leunt ook sterk op internationaal vergelijkend onderzoek, waar hij bij betrokken was. Limburg keek naar de praktijk in de Amerikaanse staat Oregon, waar een burgerforum de voors en tegens van de opties bij een referendum vooraf onderzoekt en op een rijtje zet in een advies aan de kiezers. „Dat verschaft inzicht”, meent Hendriks. „In Oregon en andere Amerikaanse staten bleek dat kiezers dat positief waarderen.” In Ierland speelde een burgerforum een belangrijke rol in de aanloop naar de volksraadpleging over abortus.

Hoogleraren zijn vol lof over de ijver die blijkt uit het Limburgse voorstel

Aalt Willem Heringa, hoogleraar vergelijkend staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht, is wel behoorlijk kritisch. Hij noemt de Limburgse poging „charmant”. „Maar de provincie lijkt me gewoon niet zo’n goede bestuurslaag om te experimenteren met referenda. Daarvoor spreekt de provinciale politiek de kiezer onvoldoende aan.”

In de drempels, welke het ook wordt, zit de teleurstelling al vooraf ingebakken, vreest hij.

„Die zijn zo hoog, dat kan worden betwijfeld of er ooit meer van gaat komen dan frustratie over niet gehaalde percentages.”

Heringa vindt dat erg veel onderwerpen vooraf worden uitgesloten voor referenda: „Niks wat te maken heeft met de provinciebegroting, geen gemeentelijke herindelingen, geen beleidsterreinen waarop de provincie rijksbeleid uitvoert. Wat blijft er dan over? Terwijl het al zo moeilijk is om thema’s te vinden die het langgerekte Limburg van noord tot zuid aanspreken.”

Gedeputeerde Van den Akker denkt dat er voldoende onderwerpen overblijven: „Van de gewenste maximumsnelheid op provinciale wegen tot grote investeringen in campussen of infrastructuur. Daar is belastinggeld van alle Limburgers mee gemoeid. Dat zou breed moeten aanspreken.”