Leerkrachten van de Mariaschool maken de klas gereed. Vanaf 11 mei gaan de basisscholen weer open. Vanwege het coronavirus mag de helft van de leerlingen een halve week naar school, de ander helft gaat daarna.

Foto Olaf Kraak

Basisscholen open: wat we nu weten over de besmettelijkheid onder kinderen

Besmettelijkheid kinderen Deze maandag gaan de basisscholen weer open. Over de besmettelijkheid van het coronavirus onder kinderen voeren wetenschappers nog discussie.

Is het veilig om scholen weer te laten draaien? Met het openstellen van de basisscholen neemt de regering een eerste stap in het terugdraaien van de lockdown. De beslissing is gebaseerd op wat er tot nu toe bekend is over de besmettelijkheid van het coronavirus onder kinderen, maar daarover is ook onder wetenschappers nog discussie. Dat geeft het OMT (Outbreak Management Team) ook aan in zijn adviezen. En voor de volgende stap, het openen van de middelbare scholen, is nóg minder houvast.

Kinderen in de basisschoolleeftijd spelen een kleine rol bij de verspreiding van het coronavirus. Dat komt naar voren uit vier van vijf studies die tot nu toe in Azië zijn gedaan. Ze lijken minder vatbaar voor het virus, ze worden er minder ziek van, en lijken het – wellicht daardoor – minder makkelijk door te geven aan anderen.

Ook de recentste studie uit China, die onlangs in Science verscheen, bevestigt dat beeld. De onderzoekers verzamelden gegevens van de nauwe contacten van alle gerapporteerde Covid-19-patiënten in de Chinese provincie Hunan. Die contacten werden allemaal getest. Uit een analyse van al die gegevens blijkt dat kinderen van 0 tot 14 jaar ongeveer 30 procent minder vatbaar zijn voor het coronavirus dan mensen tussen 15 en 64 jaar. En dat 65-plussers juist bijna 50 procent gevoeliger zijn.

Dat kinderen minder vatbaar zijn, kan nog steeds een risico betekenen voor de verspreiding van het virus in de maatschappij. Dat zagen deze onderzoekers ook in een tweede deel van hun contactenonderzoek, in Wuhan en Shanghai. Ze berekenden in modelstudies welk aandeel het sluiten van de scholen had bij het indammen van de uitbraak. Met alleen het sluiten van scholen kan de verspreiding niet worden gestopt, schrijven ze, maar het helpt bij het ‘uitsmeren’ van de piek in besmettingen. Omgekeerd zou dat betekenen dat het openen van de scholen de infectiegraad weer iets toe kan laten nemen.

Leerkrachten van de Mariaschool in Hoorn maken de klas gereed. Vanaf 11 mei gaan de basisscholen weer open. Vanwege het coronavirus mag de helft van de leerlingen een halve week naar school, de andere helft gaat daarna.
Foto Olaf Kraak
Leerkrachten van de Mariaschool in Hoorn maken de klas gereed. Vanaf 11 mei gaan de basisscholen weer open. Vanwege het coronavirus mag de helft van de leerlingen een halve week naar school, de andere helft gaat daarna.
Foto Olaf Kraak

Viroloog Christian Drosten

Een ‘superbe studie’ noemde de bekende Duitse viroloog Christian Drosten van het Charité-ziekenhuis in Berlijn het op Twitter. En dat terwijl die studie de conclusies uit zijn eigen onderzoek, dat een dag eerder op de preprintserver was geplaatst, tegenspreekt. Daarin waarschuwde hij juist dat kinderen evenveel virusdeeltjes bij zich dragen en even besmettelijk kunnen zijn als volwassenen. Die studie zorgde voor de nodige discussies in Duitsland, waar de scholen sinds 20 april weer stapsgewijs opengaan.

Over de interpretatie van de wetenschappelijke gegevens discussiëren virologen dus nog. De politiek vraagt om harde gegevens, maar de wetenschap heeft het nog niet eenduidig vastgesteld, zegt Drosten in een podcast van de Duitse omroep NDR.

En hoe zit het met de middelbare scholen? In de plannen van het kabinet kunnen die, als de eerste versoepelingsstappen goed gaan, per 1 juni weer open. Maar naar de verspreidingsrisico’s van deze leeftijdsgroep is nog nauwelijks onderzoek gedaan.

Eind april verscheen een eerste, nog niet door vakgenoten beoordeelde studie uit Frankrijk op de preprintserver medRxiv. De onderzoekers testten begin april of er antistoffen in het bloed zaten bij 240 van de ruim 1.100 leerlingen van een middelbare school in de zwaar door Covid-19 getroffen Noord-Franse regio Oise. Op die school waren, zo bleek uit contactonderzoek van coronapatiënten in Oise, twee personen met Covid-19 die op 2 februari symptomen hadden. De school sloot op 1 maart voor de vakantie, twee weken voor de Franse lockdown. Ook de gezinsleden van deze leerlingen, leraren en andere schoolmedewerkers werden getest, in totaal 412.

Foto Olaf Kraak

Van de geteste leerlingen en leraren had ongeveer 40 procent antistoffen, terwijl dat bij de gezinsleden rond de 10 procent was. Bij bloeddonoren in Oise was slechts bij 3 procent antistoffen te vinden. In een normale schoolsituatie kan het virus zich onder leerlingen van deze leeftijd en hun familieleden dus wel degelijk verspreiden. Maar het hoge percentage geïnfecteerde leerlingen kan vertekend zijn, omdat alleen leerlingen die zich vrijwillig hebben aangemeld, zijn getest. Wie ziek was, wil wellicht graag weten of dat corona is geweest.

Viroloog Drosten noemt de percentages in de NDR podcast ‘indrukwekkend’ en concludeert dat als dit in scholen gebeurt, die niet moeten openen. Maar de Utrechtse hoogleraar medische microbiologie Marc Bonten, een van de experts in het OMT is niet onder de indruk van de studie. „Dat er verspreiding kan optreden op een school weten we”, zegt hij. „De vraag is: hoe vaak gebeurt dat, en hoe belangrijk is dat in een epidemie? Die vragen beantwoordt deze studie niet.”

„Voor zover we nu weten neemt met het vorderen van de leeftijd de kans op besmetting en verspreiding toe”, zegt Bonten. „Daarom gaan de middelbare scholen ook later open. Daarop zitten meer leerlingen uit omliggende gemeenten dan op een basisschool. Een uitbraak daar zal zich dus over een groter gebied verspreiden. Het OMT adviseert daarom eerst de basisscholen, dan de middelbare, en daarna de hogescholen en universiteiten te openen. Zo kun je zien welk effect elke stap heeft, en kun je het terugdraaien als die tot te veel uitbraken leidt.”

Noortje Smits (24) Groep 5-docente op basisschool Beppino Sarto in Eindhoven

Noortje Smits heeft chronische longklachten en zal daarom maandag nog niet voor de klas staan. In eerste instantie wilde ze gewoon terug naar school. „Natuurlijk vind ik mijn gezondheid niet onbelangrijk, maar ik ben echt – als ik dat over mezelf mag zeggen – een gepassioneerde leerkracht. Ik wil zo graag weer voor de klas staan”, zegt de jonge docente aan de telefoon. Na een goed gesprek met de schooldirecteur heeft ze toch besloten voorlopig nog thuis te werken.

Tot ze weer naar school komt, zal haar klas les krijgen van een andere leerkracht van Beppino Sarto. Smits zal hem vanuit huis ondersteunen. „Ik maak bijvoorbeeld de planning en kijk welke lesstof nog aan bod moet komen om een fijne overgang naar groep 6 te creëren voor de kinderen”, zegt ze. „Door de coronacrisis is de afgelopen weken namelijk niet alle stof behandeld die behandeld moest worden.” Naast het ondersteunen van haar vervanger, zal ze ook wat niet-lesgebonden taken overnemen van collega-docenten.

„Ik laat het vooral van het advies van de experts afhangen wanneer ik weer voor de klas ga staan. Bij die experts hoort ook mijn longarts met wie ik nu regelmatig contact heb.” In ieder geval werkt Smits thuis tot 1 juni. Daarna overlegt ze opnieuw met de schooldirecteur over haar terugkeer.

Maar wat als ze pas weer terug naar school zou kunnen als er een coronavaccin is? Na die vraag blijft ze even stil. „Dan zou ik niet blij zijn”, zegt ze uiteindelijk. „En ik vind het lastig om me voor te stellen wat mijn rol binnen de school dan wordt. Ik probeer niet te veel op de zaken vooruit te lopen.”

Wel kijkt Smits enorm uit naar het moment waarop ze haar leerlingen weer kan zien. Het is ook vooral de interactie met hen die ze nu het meest mist. „Ik hoop dat ik snel weer kan knuffelen en kletsen met ze.”

Tekst Denise Retera

Sytske van Strien (62) Groep 8-docente op basisschool Houtrust in Den Haag

Maandag staat Sytske van Strien weer voor de klas, een halve klas dan. Haar groep is opgesplitst en maandag en donderdag gaat de ene helft naar school en dinsdag en vrijdag de andere. Het klaslokaal is ingericht op de anderhalve meter afstand tussen leerling en leerkracht. „Rondom mijn bureau staat een soort kordon van tafeltjes”, zegt Van Strien. „En de gangpaden in de klas zijn extra breed, zodat ik veilig langs de leerlingen kan lopen.”

„Ik heb in de eerste plaats zin om weer te beginnen. Ik was 4 jaar toen ik zei dat ik juf wilde worden. Nu ben ik 62 en ik vind het nog steeds leuk om juf te zijn.” Van Strien heeft niet getwijfeld om weer halve groepen te gaan draaien. De nieuwe inrichting van de klas geeft haar een veilig gevoel.

De groep 8-docent kijkt er het meest naar uit om met de kinderen te gaan repeteren voor de eindmusical. „En die gaat er komen, of we ’m nou gaan filmen of drie keer moeten uitvoeren. De kinderen snakken naar die musical.”

Wel kijkt de Haagse docente met enige vrees naar 1 juni. Dan gaan, als er geen nieuwe uitbraak komt, de middelbare scholen weer open. Van Strien verwacht dat basisschoolkinderen dan weer in hele klassen naar school moeten. „Als de klas vol zit, is die anderhalve meter afstand echt niet meer te doen. Ik ben 62 en loop daarom meer risico dan jongere docenten als ik besmet raak met het coronavirus.”

Of ze weer gaat lesgeven voor een hele klas als dat van haar wordt gevraagd, zal ze laten afhangen van hoe goed de komende drie weken haar bevallen. Ook gaat ze bekijken of anderhalvemeteronderwijs voor hele klassen mogelijk is. „Ik maakte laatst al een grapje op school, dat ik vanaf juni in de gymzaal les wil geven”, zegt ze. „Maar nu denk ik: dat is niet eens zo’n slecht idee.”

Tekst Denise Retera