Opinie

Wel steun, maar geen gekke Henkie

Marike Stellinga

De een doet het met warme gevoelens van blauwe trots, de ander met tegenzin, maar duidelijk is dat de Tweede Kamer het plan van het kabinet steunt om KLM te redden. Cora van Nieuwenhuizen werd er woensdag zelfs lyrisch van. De VVD-minister van Infrastructuur en Waterstaat begon haar bijdrage aan het debat met een lofzang. Ze wilde „de blauwe trots onderstrepen”. Want KLM is „internationaal een bedrijf van naam en faam, een sterk merk”.

Je kan je afvragen of zoveel openlijk beleden liefde handig is, nu het kabinet over de redding onderhandelt. De partijen aan de andere kant van de tafel horen dat ook. En in de Tweede Kamer drongen bijna alle partijen erop aan dat van private financiers van KLM ook een offer wordt gevraagd. Maak het tot een harde inzet dat „bancaire financiers, aandeelhouders, leasemaatschappijen en oliehandelaren meebetalen aan de steunoperatie”, aldus een breed gesteunde motie van Bart Snels van GroenLinks.

Het tekent het ongemak dat politici hebben bij het redden van bedrijven. Voor je het weet red je indirect andere private partijen die best verlies hadden kunnen incasseren. Ik moest direct denken aan de redding van Griekenland. Die steun kwam grotendeels terecht bij de schuldeisers van de Grieken die willens en wetens een hoge rente én het bijbehorende risico hadden geïncasseerd. Pas later werd van die schuldeisers een haircut gevraagd.

Bedrijven redden is een mijnenveld. Hoe help je bedrijven maar ben je als overheid geen gekke henkie? En ga je niet alwetend op de bestuursstoel zitten, maar zorg je er wel voor dat ze nog de juiste dingen doen? Hoe weet je of een bedrijf gezond is en je geen geld gooit in een zwart gat?

Economen zien al deze moeilijkheden haarscherp, toch pleiten er genoeg voor steun, op grote schaal zelfs. Want er gaat ook veel kapot als bedrijven bij bosjes omvallen. Bovendien: voor het algemeen belang sloot de overheid delen van de economie, logisch dat je dan steun verleent.

Zo betogen hoogleraren Arnoud Boot en Dirk Schoenmaker dat de overheid duizenden bedrijven in deze crisis van kapitaal moet voorzien om ze erdoorheen te slepen. Kleine bedrijven krijgen dat kapitaal dan als eenmalige gift. Middelgrote bedrijven met een kapitaalinjectie , zoals ING kreeg in de financiële crisis van 2008. Dat was nare hulp, waar ING maar al te graag zo snel mogelijk vanaf wilde. En er zat voor ING een flinke prijs aan. Dat model zou de overheid nu ook moeten kiezen, aldus Boot en Schoenmaker: wel steun, maar meedelen in de winst.

De vraag is of het ING-recept op grote schaal kan worden toegediend. ING kreeg in zijn eentje 10 miljard euro (dat het terugbetaalde). Nu krijgen 110.000 bedrijven loonsubsidie, die ook 10 miljard euro kost, schat Wopke Hoekstra (CDA, Financiën). Dit is dus een heel andere crisis.

Als het kabinet bedrijven met ING-stijl kapitaal wil helpen, is de vraag: hoe licht je duizenden bedrijven door? Dat is een enorme operatie. Want de hulp aan ING mag gezien worden als een lichtend voorbeeld – SNS kreeg precies dezelfde hulp, maar moest later worden genationaliseerd. De risico’s zijn dus groot.

Mooi toeval: Nederland kent sinds kort een door de overheid gefinancierde investeringsbank Invest-NL, geleid door de minister van financiën die ING in 2008 van kapitaal voorzag: Wouter Bos (PvdA).

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.