Opinie

Eigenlijk wankelt het hele eerlijke proces

De Rechtsstaat

Deze week stak ik even m’n neus in een kort geding tegen de Staat. Het betrof de stichting Stop5GNL, of de nieuwe zendmasten verboden kunnen worden. Op de gang telde ik een man of vijfentwintig. Allemaal betrokkenen. Voor zo’n actuele kwestie is dat niet veel. Iedereen hield 1,5 meter afstand van elkaar. Dat leverde dus 25 cirkels op van ongeveer 3 meter doorsnee, die al gauw de hele gang vulde. Daarmee was het voorportaal van ten minste vier rechtszalen in beslag genomen. Nu waren die andere drie niet in gebruik, dus het kon, zij het net. Maar je kon al zien waar het straks fout loopt.

Vanaf volgende week gaan de gerechten na twee maanden sluiting weer open voor straf-, jeugd- en familierecht. Vooral zaken waar men ‘fysiek’ echt aanwezig moet zijn. Iedere bezoeker aan de rechtbank zal straks dus een eigen vrije cirkel van 3 meter moeten hebben. Gaat dat lukken? Die vraag stelt nu iedere uitbater van een publieke ruimte zich. Voor de hele rechtspraak staat inmiddels vast dat niet meer dan 30-50 procent van de openbare ruimte kan worden aangepast. De rest is definitief te klein. Anders gezegd, de rechtspraak verliest landelijk een derde tot de helft van z’n zalen, zolang de crisis duurt.

Nu is toegang tot het recht – en dus tot de rechter – toevallig een grondrecht, dus dat ziet er slecht uit. De eerste voor de hand liggende stap is dan ook snel gezet. De openingstijden worden verruimd, van zeven uur ’s ochtends tot half tien ’s avonds, zodat die zalen langer benut worden. Publiek is nog altijd niet welkom. En de pers alleen op aanvraag.

Zien we tijdens deze crisis ooit nog verdachten fysiek voor de rechter? In veel rechtbanken is vastgesteld dat de cellenblokken en de beveiligde looproutes naar de rechtszaal niet coronaproof gemaakt kunnen worden. Als het ergens krap is dan daar, waar sluizen met dubbele deuren, smalle gangen, liften en kleine wachtcellen de toon zetten. Het ‘telehoren’ via beeldverbindingen tussen rechtszaal en gevangenis is dan de enige oplossing. Daarbij is wel de conclusie getrokken dat zulke verbindingen niet tot drie kwartier beperkt mogen blijven, zoals vorige week beschreven.

Maar dat kan dus alleen als bij de 27 penitentiaire inrichtingen in hoog tempo vele nieuwe hoorstudio’s uit de grond gestampt worden. De rechtspraak kijkt nu belangstellend naar de minister – gaat die dat ook betalen? Anders blijft deelname aan het eigen proces beperkt tot een uurtje kijkkast op afstand – weer een grondrecht naar de filistijnen.

En dan was er nog de kwestie van de ‘reguliere’ achterstanden, die in hinderlaag liggen. Pal vóór de crisis, op 6 maart, waarschuwde OM-topman Gerrit van der Burg dat er 22.700 zaken stil liggen door te weinig strafrechters en zittingszalen. De nieuwe korpschef Henk van Essen ging daar recent nog overheen. Hij ziet inmiddels 40.000 strafzaken achterstand. En pijnlijk, pijnlijk, Van Essen vindt dat de rechtspraak dat aan zichzelf heeft te wijten door in maart ‘te rigoureus’ de deuren te sluiten. Wat dus het beeld van een weinig dynamische, in zichzelf gekeerde rechtspraak versterkt. Dat leidde tot grote ergernis bij rechtbankpresidenten. En een publiciteitsoffensief in vooral regionale media. In vier weken had de rechtspraak meer veranderd dan in de afgelopen vier jaar was de teneur. Door stevig thuiswerken bleef driekwart van de productie gewoon overeind. En aan die 40.000 stilliggende strafzaken wordt openlijk getwijfeld. De criminaliteit was in coronatijd toch sterk gedaald? Eigenlijk was men best tevreden.

Beluister ook de podcast NRC Vandaag: Hoe lang kan de rechtbank leeg blijven?

Ik sta erbij, kijk ernaar en denk er het mijne van. Wat er bij civiel- en bestuursrecht ligt op te stapelen weten we nog helemaal niet. Je hoeft geen genie te zijn om ook een golf ontslagzaken, faillissementen, invorderingen, echtscheidingen en ontbindingen te zien aankomen. Dat je zittingscapaciteit halveert, videoprocessen problematisch zijn, net als toegang, openbaarheid – eigenlijk wankelt het hele eerlijke proces.

Bij een crisis worden behalve sterke ook de zwakke kanten zichtbaar. Het achterstallig onderhoud, de verouderde werkwijzen, de ‘plankzaken’, de gebrekkige digitale vaardigheden. Het lijkt mij nu code oranje – ik zou de tevredenheid nog even uitstellen.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.