Opinie

Een nieuwe verleiding

Dagboek Coronavirus

Vandaag was het warm, op een goede, rondborstige manier. Overtuigend weer, dat blakend van zelfvertrouwen bezit had genomen van de stad alsof het was gekomen om orde op zaken te stellen.

In de oude wereld zou dit een zoemende dag zijn geweest om te laten verwaaien op de terrassen in de schaduw.

Tegen het eind van de middag zou ik met Stella naar zee gaan en na het zwemmen focaccia al formaggio eten bij Il Focone in Quarto op het balkon boven het strand. We zouden besluiten hand in hand terug te lopen via Vernazzola en Boccadasse en na tien minuten toch maar een taxi bellen om nog wat te drinken op het pleintje onder ons huis.

Gemaskerd maakte ik mijn ronde langs de bakker, de slager en de groenteboer. Geroutineerd schikte ik mij naar de voorschriften.

Er bestond een nieuwe verleiding. Sinds maandag was er iets kleins dat enorm was en weer mocht. Ik had er al een paar keer op fluistertoon met Stella over gesproken, maar zij durfde nog niet. Het was warm.

„Dat heb je al gezegd”, zei Stella. „Ga maar. Ik weet dat je niet meer kunt wachten.”

Ik dacht na wat ik zou kiezen. Het was tenslotte een historisch moment. Maar juist daarom moest ik misschien niet nadenken en kiezen wat ik vroeger altijd koos in de tijd dat er heel andere zaken waren om over na te denken.

„Noccioloso en stracciatella”, fluisterde ik door mijn mondkapje heen.

Aldus nuttigde ik heden, op vrijdag 8 mei, mijn eerste ijsje van het jaar met mijn mondkapje om mijn nek voor de deur van mijn favoriete ijssalon op een verlaten en zonovergoten Piazza delle Erbe. Ik at het veel te snel op, want het voelde alsof ik iets illegaals aan het doen was.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.