Opinie

Duitse rechters zetten de Bundesbank klem

In Europa

Dinsdagochtend oordeelde het Grondwettelijke Hof in Karlsruhe, de hoogste rechtbank van Duitsland, dat de Europese Centrale Bank niet voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het opkopen van staatsobligaties van eurolanden in zijn mandaat past.

Meteen brak de hel los. Juristen, economen, politici, bestuurders en zelfs oud-ECB-bestuurders begonnen het besluit in de media te becommentariëren en zijn sindsdien niet meer opgehouden. Europa heeft er een „historisch moment” bij, dat is duidelijk. Als dé brandweerman in euroland, de ECB, niet meer kan doen „whatever it takes” – welke toekomst heeft de euro dan?

De ECB bleef de hele dag stil. Pas ’s avonds gaf de Bank een korte verklaring uit. Daarin stond dat de Bank „kennisneemt” van het oordeel uit Karlsruhe, en dat het Europese Hof van Justitie in Luxemburg eind 2018 heeft bepaald dat die obligatieaankopen wél binnen het ECB-mandaat liggen. Punt.

Die onderkoelde reactie is goed. De ECB hoeft helemaal niet naar een Duitse rechtbank te luisteren. De Bank is compleet onafhankelijk, daar hebben – o ironie – de Duitsers bij de oprichting voor gezorgd. De enige rechters waar de ECB naar moet luisteren, zijn Europese rechters. Een nationale rechtbank kan niet over Europees recht beslissen. Daar is het Europese Hof voor. Europees recht gaat voor nationaal recht. Dat hebben de lidstaten in het Europees verdrag gezet – zie artikel 19.

Is de kous daarmee af? Nee.

In Karlsruhe weten ze natuurlijk dat de ECB niet hoeft te luisteren. Daarom richtten de rechters zich vooral tot de Bundesbank, die wél moet luisteren. Als de ECB niet binnen drie maanden overtuigend uitlegt waarom de obligatieaankopen nodig zijn, mag de Bundesbank niet meer aan die aankopen meewerken. De Bundesbank zit nu klem tussen het Europese recht dat het volgens Luxemburgse rechters goed vindt wat de ECB doet, en het Duitse recht dat het volgens Karlsruhe níét goed vindt.

In zo’n geval, zeggen sommigen, gaat de hogere instantie voor. Zo is de hele Europese eenwording tot stand gekomen: nationaal recht wijkt voor Europees recht.

Maar die vlieger gaat hier niet op. Karlsruhe beroept zich op het Demokratieprinzip in de Duitse grondwet, dat niet veranderd kan worden. Nooit. Dit was een reactie op Hitler die de democratie om zeep hielp. Volgens Karlsruhe is dit principe in het geding doordat de ECB te veel competenties naar zich toetrekt. Duitse politici en de Bundesbank, vinden de rechters, moeten meer democratische controle uitoefenen.

Hier knallen nationaal en supranationaal keihard op elkaar. Een heldere oplossing komt er niet. De ECB en het Europese Hof gaan geen competenties afstaan omdat conservatieve Duitse rechters, die vooral eurosceptische getuigen hebben opgeroepen in een zaak aangespannen door eurosceptici, dat zo graag willen. EU-instellingen zijn niet alleen van Duitsland. En als de Duitsers een andere ECB-koers willen: nationale banken hebben een stem in het ECB-bestuur, ook de Bundesbank. Alle kritiek kunnen ze daar spuien.

Waar dit naartoe gaat? Een klassieke Europese fudge waarschijnlijk, waarbij alle partijen proberen de zaak niet verder op de spits te drijven, omdat er geen oplossing is en er anders immense schade dreigt. De Bundesbankpresident heeft gezegd dat hij het ECB-beleid in Karlsruhe zal verduidelijken. Je mag hopen dat de kous daarmee af is. Dat politiek extremisten dit niet uitbuiten. Dat Polen of Hongarije niet gaan weigeren Luxemburgse vonnissen uit te voeren. Als het Europese recht wordt ondermijnd, is de sokkel onder het naoorlogse Europa in één keer weg.

Deze episode is, tot slot, een waarschuwing voor alle eurolanden. Als je weigert je munt te schragen met eurobonds, een ministerie van Financiën of een solide bankenunie, en als je al het bluswerk aan de ECB overlaat, maak je jezelf verschrikkelijk kwetsbaar.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.